Woordenlijst

betekenissen:

  • A

    • A001 formulier

      (Oude term)
      Het A001-formulier was het algemene inschrijvingsformulier bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Met dit formulier kon je je bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap registreren als een persoon met een handicap. Het formulier bestaat nog in het kader van de Individuele Materiële Bijstand, maar de term is veranderd naar: aanvraagformulier hulpmiddelen en aanpassingen.
    • Aandachts(tekort)stoornis met hyperactiviteit (ADHD)

      ADHD is de afkorting van het Engelse woord “Attention Deficit Hyperactivity Disorder”. In het Nederlands zeg je “Aandachts(tekort)stoornis met hyperactiviteit”.
       
      ADHD is een stoornis in het gedrag van mensen. De voornaamste kenmerken zijn onoplettendheid, een tekort aan aandacht (snel afgeleid zijn), overdreven activiteit (‘druk’ zijn) en impulsiviteit. Impulsiviteit wil zeggen dat iemand iets doet zonder er vooraf genoeg over na te denken.

    • Aanmeldingsdocument of A-document (A-doc)

      Het A-document is een standaard te gebruiken digitaal document om niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp aan te vragen bij de Intersectorale Toegangspoort.
      Met dit document kan een minderjarige zijn aanvraag tot ondersteuning laten registreren bij de Intersectorale Toegangspoort. Een aanmeldingsdocument beschrijft de hulpvraag en de situatie van de minderjarige. Een multidisciplinair team of een jeugdhulpaanbieder kan de minderjarige hierbij helpen.

    • Aansturingscomité Jeugdhulp (ACO)

      Het Aansturingscomité verenigt de leidend ambtenaren (of bazen) van alle sectoren die deel uitmaken van de Vlaamse jeugdhulp. Het staat in voor een samenhangende en intersectorale beleidsplanning op Vlaams niveau. Het is een adviesorgaan voor de minister over het jeugdhulpbeleid.

    • Absoluut vzw

      Absoluut vzw is een bijstandsorganisatie. Daarnaast zijn ook Alin vzw en Onafhankelijk Leven vzw, Zoom vzw en MyAssist vzw bijstandsorganisaties.
      Absoluut vzw helpt personen met een handicap met een persoonsvolgend budget om zelf hun handicapspecifieke zorg en ondersteuning te regelen. Deze vereniging helpt mensen met een cashbudget, maar ook mensen met een voucher. De vereniging helpt de budgethouders bij het opstarten, uitgeven en beheren van hun budget. Zij ondersteunen ook minderjarigen met een Persoonlijke-assistentie budget. Op vraag van de budgethouder kan deze vereniging ook helpen in de onderhandeling met de zorgaanbieders. 

      Absoluut vzw was vroeger een budgethoudersvereniging.Meer informatie vind je op: www.absoluutvzw.be
    • Actieve zorgvraag

      (Oude term)
      Een ondersteuningsvrager die binnen het jaar gepaste VAPH-ondersteuning of assistentie wil, heeft een actieve zorgvraag. Gepaste VAPH-ondersteuning betekent: opvang, ondersteuning of begeleiding door een VAPH-voorziening of VAPH-dienst.
      Assistentie verwijst naar het Persoonlijke-Assistentiebudget. Wie een heel dringende actieve zorgvraag heeft, kan een status prioritair te bemiddelen aanvragen. . Actieve vragen met de status prioritair te bemiddelen krijgen voorrang op andere actieve vragen.
    • Activiteiten van het dagelijks leven (ADL) - assistentie

      Activiteiten van het dagelijks leven (of kortweg, ADL-activiteiten) zijn dagelijkse activiteiten zoals wassen, aankleden, eten, naar toilet gaan, ... . Voor mensen met een handicap is het soms moeilijk om deze activiteiten zelfstandig of zonder hulp te doen. Zij hebben hulp of assistentie nodig van een assistent(e) voor deze activiteiten. Een assistent(e) kan dan de nodige ondersteuning bieden, zodat de persoon met een handicap deze activiteiten toch kan uitvoeren. De persoon met een handicap beslist steeds zelf welke ondersteuning de assistent(e) moet geven, en hoe de ondersteuning juist moet gebeuren.

    • Adolescent

      Een adolescent is een jongere die in de overgangsfase zit tussen jeugd en volledige volwassenheid. Volgens de Wereldsgezondheidsorganisatie (WHO) situeert de adolescentie zich tussen 10 en 20 jaar.

    • Adviescommissie

      De Adviescommissie is een andere naam voor de heroverwegingscommissie.

    • Afstemming

      Afstemming is één van de vier thema’s van de regie van zorg en ondersteuning. Samen met de registratie, bemiddeling en planning vormt de afstemming het onderwerp van elk provinciaal Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg (voor volwassenen) en elk Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp (voor minderjarigen). Bij afstemming van de zorg en ondersteuning probeert men het bestaande aanbod aan zorg en ondersteuning zo goed als mogelijk af te stemmen op de ondersteuningsvragen van de ondersteuningsvragers. Dit wil zeggen dat men in kaart brengt wat ondersteuningsvragers precies nodig hebben, en er dan voor zorgt dat de vergunde zorgaanbieders dat ook (voldoende) aanbieden.
       
      Na de invoering van de Persoonsvolgende Financiering in de sector van volwassen personen met een handicap zal de betekenis van afstemming wijzigen. Op welke manier is afhankelijk van politieke beslissingen.

    • Afstemming & Planning (A&P)

      (oude term)
      Afstemming en Planning (A&P) zijn twee van de vier thema’s van de regie van zorg en ondersteuning. Samen met de registratie  en de bemiddeling vormen de afstemming en de planning de onderwerpen van elk provinciaal Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg voor volwassenen) en elk interprovinciaal Regionaal overleg Gehandicaptenzorg (voor minderjarigen).
      Bij afstemming van de zorg en ondersteuning probeert men het bestaande aanbod aan zorg en ondersteuning zo goed als mogelijk af te stemmen op de ondersteuningsvragen van de ondersteuningsvragers. Dit wil zeggen dat men in kaart brengt wat ondersteuningsvragers precies nodig hebben, en er dan voor zorgt dat de vergunde zorgaanbieders dat ook (voldoende) aanbieden.
      Bij planning van zorg en ondersteuning wil men een planning over meerdere jaren uitwerken om zoveel mogelijk huidige en toekomstige ondersteuningsvragen te kunnen beantwoorden.
       
      Na de invoering van de Persoonsvolgende Financiering in de sector van volwassen personen met een handicap zal de betekenis van afstemming en planning wijzigen. Op welke manier is afhankelijk van politieke beslissingen. 

    • Agence Wallone pour l’integration des personnes handicapées (AWIPH)

      Het Agence Wallone Pour l’Integration des Personnes Handicapés is het agentschap voor personen met een handicap in Wallonië. Zij doen wat het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap in Vlaanderen doet voor personen met een handicap. 

    • Agentschap

      Een agentschap is een zelfstandig onderdeel van een ministerie. Een agentschap heeft een eigen directie, een eigen begroting en een eigen financiële administratie. De minister is de hoogste baas en heeft de eindverantwoordelijkheid. Een agentschap heeft meestal een ondersteunende of uitvoerende taak om het beleid van de minister uit te voeren.

    • Agentschap Jongerenwelzijn (AJW)

      Het Agentschap Jongerenwelzijn is een agentschap onder de bevoegdheid van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Dit agentschap zorgt ervoor dat jongeren in een moeilijke leefsituatie gepaste begeleiding krijgen met maximaal oog voor het versterken van hun eigen krachten. 

    • Algemeen Ziekenhuis (AZ)

      In een algemeen ziekenhuis kunnen mensen tijdens de dag en tijdens de nacht terecht voor medische, gespecialiseerde hulp voor allerlei problemen en aandoeningen. Een
      algemeen ziekenhuis heeft vele verschillende afdelingen met elk een eigen specialisatie. 

    • Algemene Vergadering (AV)

      De Algemene Vergadering is het hoogste (gezags)orgaan van een vereniging of organisatie. Deze vergadering staat bovenaan de vereniging of organisatie en stuurt de Raad van Bestuur aan. In de Algemene Vergadering zitten leden met stemrecht (effectieve leden) en leden zonder stemrecht (niet-effectieve leden). De leden van de Algemene Vergadering komen minimaal 1 keer per jaar samen. Zij vergaderen onder andere over het wijzigen van de statuten en huishoudelijk reglement, het benoemen en afzetten van bestuurders (uit de Raad van Bestuur), het goedkeuren van de begroting en de jaarrekening, de ontbinding van de vereniging of organisatie, enzovoort
    • Alin vzw

      Alin vzw is een bijstandsorganisatie. Daarnaast zijn ook Zoom vzw, Absoluut vzw, MyAssist vzw en Onafhankelijk Leven vzw bijstandsorganisaties.

      Alin vzw helpt personen met een handicap met een persoonsvolgend budget om zelf hun handicapspecifieke zorg en ondersteuning te regelen. Deze vereniging helpt mensen met een cashbudget, maar ook mensen met een voucher. De vereniging helpt de budgethouders bij het opstarten, uitgeven en beheren van hun budget. Op vraag van de budgethouder kan deze vereniging ook helpen in de onderhandeling met de zorgaanbieders. Zij ondersteunen ook minderjarigen met een Persoonlijke-assistentie budget.
       
      Meer informatie vind je op : www.alin-vzw.be
    • ALS Liga België vzw

      De ALS Liga België vzw is een gebruikersvereniging voor mensen met Amyotrofische Laterale Sclerose en hun netwerk. De vereniging komt op voor de belangen van mensen met Amyotrofische Laterale Sclerose en hun netwerk. Deze vereniging informeert over de ziekte, geeft psychosociale ondersteuning, kan helpen bij de organisatie van zorg en ondersteuning, organiseert contactmomenten in het binnenland en buitenland, enzovoort.
       
      Meer informatie vind je op: www.alsliga.be

    • Als Misdrijf Omschreven Feit (MOF)

      Jongeren in een ‘als misdrijf omschreven feit’ situatie of kortweg MOF-situatie, hebben een strafbaar feit gepleegd. Voorbeelden van strafbare feiten zijn iets stelen, geweld gebruiken tegen andere mensen, drugs verkopen, enzovoort.

      Het parket beslist welk gevolg de feiten hebben. Bijvoorbeeld: er moet een bemiddeling tussen de jongere en het slachtoffer gebeuren. Het parket kan ook oordelen dat de  jeugdrechtbank moet beslissen wat het gevolg van de feiten moet zijn.
      Als de jongere voor de jeugdrechtbank moet komen, start de sociale dienst van de jeugdrechtbank een onderzoek. De jeugdrechter neemt een beslissing.

      De jeugdrechter kan de minderjarige een waarschuwing geven en beslissen dat een consulent van de sociale dienst van de jeugdrechtbank het gezin moet begeleiden. De jeugdrechter kan ook een herstelgerichte maatregel opleggen, of de jongere plaatsen in een voorziening of in een gemeenschapsinstelling.
      In uitzonderlijke situaties én als het om een zeer ernstig misdrijf gaat, kan de jeugdrechter beslissen om niet zelf te oordelen over de situatie. De gewone rechtbank moet dan beslissen wat er moet gebeuren.

    • Ambulant

      Ambulant betekent dat iets niet gebonden is aan een vaste plaats. Ambulante begeleiding is begeleiding zonder opname. Bij  ambulante begeleiding verplaats jij je naar de hulpverlener.

    • Ambulante zorg of ondersteuning

      Ondersteuning die niet op een vaste plaats (bijvoorbeeld bij een vergunde aanbieder) wordt gegeven, maar in de thuissituatie van de ondersteuningsvrager. 

    • Amyotrofe/Amyotrofische lateraal sclerose (ALS)

      Amyotrofische Laterale Sclerose is een ziekte van de zenuwcellen die de spieren aansturen. Deze neuromusculaire (zenuw-/spier-) aandoening tast geleidelijk meer spieren aan. De motorische zenuwcellen in het onderste deel van de hersenen en het ruggenmerg sterven af. De signalen die de spieren normaal krijgen vanuit de hersenen komen hierdoor niet meer aan. Daardoor zal een persoon met Amyotrofische Laterale Sclerose steeds minder kunnen bewegen en uiteindelijk verlamd geraken. Het uitvallen van de ademhalingsspieren is meestal de oorzaak van het overlijden van iemand met Amyotorifische Laterale Sclerose. Hoe snel dat gaat verschilt van persoon tot persoon. 
    • Antwerpen

      Antwerpen is een Vlaamse stad, maar is ook de naam van één van de vijf Vlaamse provincies. In kader van het Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg bedoelt men eerder de provincie Antwerpen dan de stad. De andere provincies zijn: West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant. 
    • Arbeidsovereenkomst (AO)

      De arbeidsovereenkomst is een overeenkomst waarbij een persoon, de werknemer, zich ertoe verbindt tegen loon arbeid te verrichten voor een andere persoon, de werkgever, en dit werk onder zijn gezag uit te voeren.

    • Arbeidsrechtbank

      Personen die vinden dat hen onrecht is aangedaan, kunnen naar een rechtbank stappen met hun zaak.  Een rechtbank is een officiële instantie  die beslissingen neemt over zaken waar burgers discussie of ruzie over hebben.
      De arbeidsrechtbank is een gespecialiseerde rechtbank voor zaken waarin er ruzie of discussie is over onder andere sociale zekerheid (bv. werkloosheid, pensioen) en sociale bijstand (bv. sociale uitkeringen).

    • Arbeidszorg

      Arbeidszorg is een vorm van arbeid voor personen met een (arbeids)handicap die niet, nog niet of niet meer terechtkunnen in het gewone economische circuit of in een maatwerkbedrijf voor betaald werk, maar die wel de behoefte voelen om te werken.  Personen die via arbeidszorg werken, hebben geen arbeidsovereenkomst en krijgen geen loon.

    • Auditieve handicap

      Een persoon met een blijvend gehoorprobleem heeft een auditieve handicap. Dat kan  variëren van minder goed horen (slechthorend), oorsuizingen, overgevoeligheid voor geluid tot volledig niets meer horen (doof). Een auditieve handicap kan aangeboren zijn of op latere leeftijd ontstaan door een trauma, ziekte of een erfelijke aandoening.

    • Autisme (autismespectrumstoornis of ASS)

      De term autisme verwijst naar het autismespectrumstoornis. Er zijn verschillende soorten ontwikkelingsstoornissen die binnen het autismespectrumstoornis vallen. Mensen met autisme ervaren vaak problemen met communicatie, met sociale interactie, en met flexibel denken en handelen. Zo is omgang en praten met andere mensen vaak moeilijk voor personen met autisme, omdat ze intuïtief sociaal gevoel missen, of omdat ze beeldspraak, gelaatsuitdrukkingen en lichaamstaal niet kunnen interpreteren. De sociale regels die onze omgang met andere mensen bepalen, zijn heel wisselend en vaak niet zichtbaar voor mensen met autisme. Hierdoor lijkt hun communicatie en gedrag soms een beetje vreemd of “anders”. Omdat mensen met autisme het dikwijls ook moeilijk hebben met verandering, gaan zij vaste routines ontwikkelen en vaak steeds terugkomend gedrag stellen. 

      Autisme komt zowel voor bij mensen met een verstandelijke handicap als bij mensen met een normale begaafdheid. Wel is het zo dat mensen met een normale begaafdheid de stoornis vaak beter kunnen compenseren en/of camoufleren.

    • Autistem vzw

      Vzw Autistem is een gebruikersvereniging voor mensen met autisme, ouders, familieleden en begeleiders/deskundigen. Autistem geeft stem aan de actuele noden van mensen met autisme. De organisatie zet zich in om de kwaliteit van bestaan van normaal begaafde personen met autisme in West- en Oost- Vlaanderen te bevorderen. Dit wordt gerealiseerd via initiatieven die groeien vanuit de nood die personen met autisme en/of hun naaste omgeving ervaren. Meer info vind je op: www.autistem.be

    • Automatische toekenningsgroep

      De automatische toekenningsgroep is een groep van personen met een handicap die binnen het systeem van Persoonsvolgende Financiering onmiddellijk een budget toegekend krijgen. Ambtenaren van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap doen deze toekenning, en niet de Regionale Prioriteitencommissie.
      Het gaat om
      • personen in noodsituatie,
      • personen met een snel degeneratieve aandoening,
      • jongeren met handicapspecifieke ondersteuning die de overstap maken naar ondersteuning voor volwassenen
      • personen bij wie er sprake is van ernstige verwaarlozing of misbruik. (toekenning omwille van maatschappelijke noodzaak)
  • B

    • B-waarde

      De B-waarde is een inschatting van het aantal begeleidingen die een persoon met een handicap nodig heeft. De B-waarde is één van de elementen die de zorgzwaarte van een persoon met een handicap bepalen, en dus ook de grootte van het Persoonsvolgend Budget
    • Basisondersteuningsbudget (BOB) of trap 1

      Het Basisondersteuningsbudget is een maandelijks vast (en niet belastbaar) bedrag waarmee een persoon met een erkende handicap én een vastgestelde ondersteuningsnood een basis aan ondersteuning kan inkopen, zoals bijvoorbeeld thuiszorg, aangepast vervoer, oppas, …. . De Zorgkas waar de persoon met handicap is aangesloten, betaalt het Basisondersteuningsbudget uit. Wie dus niet aangesloten is bij een zorgkas, heeft geen recht op een Basisondersteuningsbudget.  Momenteel is het Basisondersteuningsbudget 300 euro per maand. Men noemt het Basisondersteuningsbudget ook wel trap 1. Het persoonsvolgend budget wordt trap 2 genoemd. Persoonsvolgende Financiering bestaat uit 2 trappen. Het Basisondersteuningsbudget en het Persoonsvolgend budget kunnen niet met elkaar gecombineerd worden.

    • Basisonderwijs (BAO)

      Het kleuteronderwijs en het lager onderwijs vormen in Vlaanderen samen het basisonderwijs. Het kleuteronderwijs is voor kleuters tussen 2,5 en 6 jaar. Het lager onderwijs richt zich tot kinderen tussen 6 en 12 jaar. In Vlaanderen bestaat er leerplicht voor alle kinderen vanaf het lager onderwijs en tot 18 jaar. Dit houdt in dat alle kinderen één of andere vorm van onderwijs moeten krijgen.

    • Begeleid Werken (BeWe of BW)

      (oude term)
      Begeleid werken is een vorm van onbetaalde arbeid voor personen met een ondersteuningsnood. Binnen Begeleid Werken kan de persoon met een handicap zinvol aan het werk gaan onder begeleiding  van een jobcoach. Het werk wordt opgestart na overleg met de persoon zelf en met de mogelijke werkplaats..
      Begeleid werken wordt niet betaald, maar het is belangrijk voor wie geen betaalde job kan uitoefenen. Het geeft personen met een handicap de kans om nieuwe dingen te leren en andere mensen te ontmoeten. 

    • Begeleid Wonen (BeWo of BW)

      (oude term) 
      Begeleid Wonen is een vorm van ondersteuning voor volwas­senen met een handicap die alleen wonen of in kleine groep en slechts enkele uren per week nood hebben aan begeleiding. De (ambulante) begeleiding kan zowel praktisch als psychosociaal zijn.

      Praktisch: bv. ondersteuning bij dagelijkse activiteiten.
      Psychosociaal: bv. ondersteu­ning bij de opvoeding van kinderen, relaties, enz.

      Begeleid Wonen staat open voor mensen met een ver­standelijke handicap en mensen met een fysieke handicap. De persoon met een handicap betaalt zelf alle woon- en leefkosten.

    • Begeleid Zelfstandig Wonen (BZW)

      Begeleid zelfstandig wonen is een intensieve begeleiding en training voor alleenwonende jongeren tussen 17 en 21 jaar. Zij krijgen begeleiding en ondersteuning op allerlei domeinen als voorbereiding op volledig zelfstandig wonen zonder ondersteuning.

    • Beheersovereenkomst

      (oude term)
      Een beheersovereenkomst is een overeenkomst of afspraak tussen een eigenaar of subsidieverstrekker en een uitvoerder of beheerder. Binnen het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap betekent dit concreet dat het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (als de subsidieverstrekker) afspraken maakt met de voorzieningen over het uitvoeren van hun taak. De taak van de voorzieningen bestaat uit de opvang, ondersteuning en begeleiding van personen met een handicap. Enkel wanneer een voorziening de afspraken met het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap nakomt, krijgt zij de nodige subsidies of werkingsmiddelen van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
    • Belangenbehartiger

      Een belangenbehartiger is iemand die opkomt voor iemand anders en de rechten en belangen van die andere persoon verdedigt.

    • Beleidsgroep Zorgregie (BZ)

      De Beleidsgroep Zorgregie is een vergadering binnen het Vlaams Gebruikersoverleg voor Personen met een Handicap. Gebruikersvertegenwoordigers vanuit alle provincies in Vlaanderen komen op deze vergadering samen om gezamenlijke standpunten te bepalen en nota’s uit te werken. Twee gebruikersvertegenwoordigers verdedigen de afgesproken standpunten vanuit de Beleidsgroep Zorgregie op de Permanente Werkgroep Financiering en Besteding. Ook de gebruikersvertegenwoordigers in de provincies verdedigen mee deze standpunten op de verschillende overlegmomenten van het Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg.
    • Belgisch Staatsblad (BS)

      Het Belgisch Staatsblad is de officiële publicatie van de Belgische staat. Zij publiceert de regelgeving van de federale overheid en van de gemeenschappen en gewesten. Nieuwe wetten, nieuwe decreten, en hun uitvoerende besluiten worden pas van kracht vanaf het moment dat ze in het Belgisch Staatsblad verschijnen.

    • Belgische vereniging voor dystoniepatiënten vzw

      De Belgische vereniging voor dystoniepatiënten vzw is een gebruikersvereniging voor mensen met dystonie en het netwerk. Dystonie is een stoornis in de spierspanning. De normale samenwerking tussen de getroffen spieren is verstoord: aanhoudende samentrekkingen van de spier zorgen voor onwillekeurige bewegingen of abnormale houdingen.  Over het algemeen zijn de hersenfuncties niet aangetast: de andere lichaamsfuncties (bijvoorbeeld het intellect, de persoonlijkheid, het geheugen, het gezicht, het gehoor, enzovoort) zijn meestal niet aangetast door deze stoornis. De Belgische Vereniging Dystoniepatiënten vzw verspreidt informatie over dystonie onder haar leden en stimuleert  een ervaringsuitwisseling over de aandoening. Meer informatie vind je op: www.dystonie.be.
    • Bemiddeling

      Bemiddeling is één van de vier thema’s van de regie van zorg en ondersteuning. Samen met de registratie, afstemming en planning vormt bemiddeling het onderwerp van elk provinciaal Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg (voor volwassenen) en elk Intersectoraal Regionaal overleg Jeugdhulp (voor minderjarigen).
      Bemiddeling is het zoeken naar een passende oplossing voor de ondersteuningsnood., eventueel bij een zorgaanbieder. De ondersteuningsvrager kan zelf actief op zoek gaan of kan zich laten helpen door derden (bijvoorbeeld vertrouwenspersoon, bijstandsorganisatie, ...) . Voor de invoering van de Persoonsvolgende Financiering moest de ondersteuningsvrager zich bij de bemiddeling laten vertegenwoordigen door een contactpersoon
    • Beroepssecundair Onderwijs (BSO)

      Het Beroepssecundair Onderwijs is een zeer praktische onderwijsvorm van het secundair onderwijs in Vlaanderen. Via dit systeem maakt de jongere de combinatie tussen leren op school en leren op een werkplek (in de vorm van stages). Theoretische vakken dienen in deze richting ter ondersteuning van de praktijk. Het Beroepssecundair Onderwijs leidt de jongere op naar een specifiek beroep zoals bakker, slager, zorgkundige enzovoort. 

    • Beschermd wonen (BesWo of BW)

      (oude term)
      Beschermd Wonen was een zorgvorm tot  2009. Vanaf dan werden alle projecten Be­schermd Wonen projecten Geïntegreerd Wo­nen. In de praktijk gebruikt men wel nog vaak de term Beschermd Wonen. Beschermd Wonen is een woon­vorm voor mensen met een licht tot matige verstandelijke of fysieke handicap. Ze wonen alleen of in een kleine groepswoning en worden op maat ondersteund bij hun dagelijks huishouden, hun papierwerk en dagbesteding.
      Beschermd Wonen biedt meer ondersteuning en begeleiding dan Begeleid Wo­nen.

    • Beschut Wonen (BW)

      Beschut Wonen is een woonvorm voor mensen met psychiatrische problemen die geen ziekenhuisbehandeling meer nodig hebben. De bewoners wonen individueel of in kleine groepjes. Enkele keren per week komt een begeleider langs. De bewoner kan ook deelnemen aan dagactiviteiten, aangepast aan de noden van de bewoner op vlak van psychisch en lichamelijk functioneren, praktische leef- en woonvaardigheden, dagbesteding, sociaal netwerk, sociale vaardigheden, ... 

    • Beschutte Werkplaats (BW)

      Beschutte Werkplaats is de oude term voor maatwerkbedrijf. Een Beschutte Werkplaats is een bedrijf dat personen met een (arbeids)handicap tewerkstelt. Een Beschutte Werkplaats biedt werk op maat van de ondersteuningsvrager, begeleiding op en naast de werkvloer, sociaal-emotionele ondersteuning en loopbaanbegeleiding. Het uiteindelijke doel is de doorstroming van de werknemer naar het gewone of reguliere arbeidscircuit, om zo zijn integratie in de maatschappij te bevorderen.

    • Beslissingscriteria

      Binnen de Persoonsvolgende Financiering

      Beslissingscriteria zijn afspraken en voorwaarden op basis waarvan beslissingen genomen worden. Binnen de regie van zorg en ondersteuning verwijzen beslissingscriteria naar de afspraken en voorwaarden op basis waarvan de regionale prioriteitencommissie beslist tot welke prioriteitengroep een dossier behoort om een persoonsvolgend budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke hulp te krijgen.  Zij beslissen ook of het geven van een budget een einde kan maken aan een reeds lang onhoudbare situatie. 
      De regionale prioriteitencommissie beslist op basis van onderstaande vragen of criteria of het dossier van de ondersteuningsvrager behoort tot prioriteitengroep 1, 2 of 3.

      • Wat en hoeveel is er te kort in de bestaande ondersteuning en waaruit moet de noodzakelijke ondersteuning bestaan?
      • Hoe zit het met de draagkracht en de draaglast van de mantelzorgers?
      • In welke mate is de bestaande situatie onhoudbaar op korte termijn?
      • Kan de ondersteuningsvrager rekenen op steun uit de eigen omgeving (familie, mantelzorgers, vrienden, informele contacten) en in welke mate?
      • Krijgt de ondersteuningsvrager al professionele ondersteuning (bijvoorbeeld door de diensten rechtstreeks toegankelijke hulp, ...) of (nog) niet? En in welke mate kan deze professionele ondersteuning bijdragen tot de noodzakelijke ondersteuning?
      • Hoe gaat het met de geestelijke en lichamelijke gezondheid van de ondersteuningsvrager of van mensen uit zijn omgeving?
      • Kan de ondersteuningsvrager deze situatie nog even aanhouden?
      • Hoe is de levenskwaliteit van de ondersteuningsvrager?
      • Kan de ondersteuningsvrager zich voldoende ontwikkelen?
      • Is er sprake van bovengebruikelijke zorg door familieleden, vrienden of informele contacten en hoe lang al?

      Binnen Jeugdhulp

      Beslissingscriteria zijn afspraken en voorwaarden op basis waarvan beslissingen genomen worden.
      Binnen de jeugdhulp verwijzen beslissingscriteria naar de afspraken en voorwaarden op basis waarvan een dossier de priorstatus kan krijgen voor zijn vraag naar niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp.
       
      Er zijn twee feitelijke beoordelingscriteria en vier inhoudelijke beoordelingscriteria. Met feitelijk bedoelen we: je kan heel gemakkelijk vaststellen of de jongere zich in die situatie bevindt of niet. Je hoeft hier niet over te onderhandelen of te argumenteren.
      De twee feitelijke beoordelingscriteria zijn:
      1. Gaat het hier om een migratievraag waarvoor de jongere al elders jeugdhulp krijgt? Wil hij liever eenzelfde of minder intensieve hulp van een andere aanbieder (bijvoorbeeld dichter bij huis)?
      2. Heeft de jongere al één of meerdere broers en/of zussen die in het Multifunctioneel Centrum verblijven, waardoor het belangrijk is hen samen te houden?
       
      De vier inhoudelijke beslissingscriteria zijn:
      1. Is de integriteit van de jongere in gevaar?
      2. Zijn er mensen die voor de jongere zorgen, en hebben die voldoende eigen krachten?
      3. Is er al hulpverlening en wat is het effect daarvan?
      4. De continuïteit van de hulpverlening: was er in het verleden al hulpverlening, en dreigt er een breuk te komen in die hulpverlening?
    • Besluit (van de) Vlaamse Regering (BVR)

      Er zijn  verschillende overheden in België. Die kunnen elk op zich regelgeving opstellen binnen hun bevoegdheden. De benaming van de regelgeving hangt af van de overheid. Wetten zijn de regelgeving van de federale overheid. De regelgeving van de regionale overheden, zoals de Vlaamse overheid, bestaat uit decreten. De verdere uitwerking van deze wetten en decreten zijn uitvoeringsbesluiten. In Vlaanderen heet zo’n uitvoeringsbesluit een Besluit van de Vlaamse Regering. In een Besluit van de Vlaamse Regering kan de Vlaamse Regering voorwaarden preciezer omschrijven, procedures verfijnen, systemen van evaluatie en controle inbouwen, enzovoort.

    • Besluit Zorgregie (BZ)

      (oude term)
      Verkorte benaming van (en verwijzing naar): Besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2006 betreffende de regie van de zorg en bijstand tot sociale integratie van personen met een handicap en betreffende de erkenning en subsidiëring van een Vlaams Platform van verenigingen van personen met een handicap.
      Wat staat in het Besluit?

      • Het is de basis voor de bestaande Zorgregie.
      • Het bepaalt in grote lijnen hoe VAPH erkende voorzieningen ondersteuningsvragers moeten opnemen (regels, procedures, voorwaarden).
      • Het bepaalt de structuur en de opdrachten van de Regionale Overlegnetwerken Gehandicaptenzorg over zorgvraagregistratie, zorgbemiddeling, zorgafstemming en zorgplanning.
      • Het bepaalt in grote lijnen de uitbouw van de Permanente Cel en van een gegevensbank van wachtende zorgvragen (Centrale Registratie van Zorgvragen).
      • Het beschrijft de voorwaarden voor erkenning en subsidiëring van  het Vlaams Gebruikersplatform voor Personen met een Handicap.

      Bij de invoering van de Persoonsvolgende Financiering in de sector van volwassen personen met een handicap werden (en worden er nog) veel wijzigingen aangebracht in het Besluit Zorgregie.

    • Bewindvoering

      Sinds 1  september 2014 is er een nieuwe wet  over de juridische beschermingsmaatregelen voor sommige meerderjarigen.  Het gaat over meerderjarigen die door hun lichamelijke of geestelijke gezondheidstoestand hun belangen bij bepaalde belangrijke beslissingen op persoonlijk en materieel vlak niet (meer) zelf kunnen verdedigen.
      Voorbeelden zijn: budget beheren, lening afsluiten, medische behandeling, ... .   

      Zij hebben bescherming hierbij nodig. Sommigen hebben veel bescherming nodig. Anderen minder. Sommigen hebben enkel tijdelijk bescherming nodig. Anderen definitief.
      De termen ‘voorlopige bewindvoering’, ‘verlengde minderjarigheid’, ‘onbekwaamheidsverklaring’ en ‘bijstand van een gerechtelijk raadsman aan verkwisters’ bestaan niet meer. We spreken nu nog alleen nog over bewindvoering.

      De bewindvoering is ‘op maat’ en moet zo goed mogelijk aansluiten bij wat de persoon nodig heeft. Het uitgangspunt in de wet is: iedereen is bekwaam, tenzij bescherming echt nodig is. Dit uitgangspunt beantwoordt aan de visie in het VN-verdrag voor gelijke kansen van personen met een handicap om personen met een handicap zelf keuzes te laten maken en om hen zo goed mogelijk te laten deelnemen aan de samenleving. Het is de vrederechter die een belangrijke rol krijgt om te oordelen wat echt nodig is en wat niet.
      De meerderjarige kan bescherming krijgen van een bewindvoerder voor beslissingen over zijn vermogen (geld, goederen) of voor beslissingen over de persoon zelf (alles wat de persoon zelf aangaat: bijvoorbeeld verblijfplaats, huwen,…) of voor een combinatie van beide. Het is een opdracht voor iedereen die bij de bewindvoering betrokken is (vrederechter, bewindvoerder, vertrouwenspersoon) om de beschermde persoon zo goed mogelijk te informeren en zoveel mogelijk te betrekken bij alle mogelijke beslissingen. De vrederechter  moet ervoor zorgen dat de beschermingsmaatregelen zo min mogelijk ingrijpen op het leven van de persoon.

    • Bezigheidstehuis (BT)

      (oude term)
      Bezigheidstehuis is een andere benaming voor Tehuis Niet-Werkenden Bezigheid

    • Bijstandsorganisatie

      Een bijstandsorganisatie is een vereniging zonder winstoogmerk (vzw) en is vergund door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Deze organisatie kan personen met een handicap met een Persoonsvolgend Budget (of kortweg, budgethouders), wonend in Vlaanderen of Brussel,  helpen bij het opstarten, het besteden en beheren van hun Persoonsvolgend Budget om zelf hun zorg en ondersteuning te regelen. Een bijstandsorganisatie helpt budgethouders met een cashbudget, met een voucher of met een combinatie van beide budgetten.  Zij ondersteunen ook minderjarigen met een Persoonlijke-assistentie budget. In Vlaanderen zijn er vijf bijstandsorganisaties: Absoluut vzw, Alin vzw, Onafhankelijk Leven vzw, Zoom vzw en MyAssist vzw.
    • Bijzondere Bijstandscommissie (BBC)

      De Bijzondere Bijstandscommissie behandelt de uitzonderlijke aanvragen voor hulpmiddelen. Een aanvraag is uitzonderlijk wanneer het hulmiddel niet is opgenomen in de refertelijst van de standaardtegemoetkomingen, of wanneer het aangevraagde hulpmiddel veel duurder is dan gelijkaardige standaardhulpmiddelen. 

    • Bijzondere Jeugdbijstand (BJB)

      Bijzondere jeugdbijstand is de hulpverlening en de doorverwijzing naar de hulpverlening voor jongeren in een problematische leefsituatie of jongeren die een als misdaad omschreven feit gepleegd hebben.
      Bijzondere jeugdbijstand is een term die gebruikt wordt door het Agentschap Jongerenwelzijn.
    • Bijzondere Jeugdzorg (BJZ)

      Bijzondere jeugdzorg omvat de openbare of private diensten waar jongeren in een problematische leefsituatie of jongeren die een als misdaad omschreven feit gepleegd hebben, terecht kunnen voor begeleiding en/of verblijf.
      Bijzondere jeugdzorg is een term die gebruikt wordt door het Agentschap Jongerenwelzijn.

    • BINC

      BINC is een registratiesysteem. Het bevat informatie over de private organisaties (zowel rechtstreeks toegankelijke als niet-rechtstreeks toegankelijke) van de bijzondere jeugdbijstand. Enkel deze organisaties kunnen het registratiesysteem gebruiken.

    • Bovengebruikelijke zorg

      Gezinsleden die onder hetzelfde dak wonen, nemen elke dag zorg en ondersteuning op voor elkaar. Zij doen dit omdat ze samen een huishouden vormen. Zij hebben samen ook een verantwoordelijkheid om dat huishouden goed te laten werken. Zo zorgt een ouder voor een kind. Deze zorg beschouwt men als normaal binnen elk gezin en noemt men gebruikelijke zorg. Zodra deze zorg en ondersteuning door de handicap van een persoon groter is dan in de meeste gezinnen, spreekt men van bovengebruikelijke zorg. Bijvoorbeeld, het is vanzelfsprekendheid dat een ouder zijn tweejarig kind helpt bij het douchen of het eten (gebruikelijke zorg). Maar het is niet meer vanzelfsprekend dat een ouder zijn twintigjarig kind helpt bij het douchen of het eten (bovengebruikelijke zorg). Deze extra en langdurige zorg en ondersteuning kan ook geboden worden door familie, vrienden en informele contacten van de persoon met een handicap die niet onder hetzelfde dak wonen.
    • Brede instap (Jeugdhulp) (BRI)

      Met brede instap bedoelen we de jeugdhulpaanbieders waar iedere burger rechtstreeks terecht kan met zijn vraag naar jeugdhulp. Dit zijn de diensten van Kind en Gezin, de Centra voor Leerlingenbegeleiding, de Jongeren Advies Centra, de Centra voor Algemeen Welzijnswerk, de Centra Geestelijke Gezondheidszorg en ook de aanbieders van rechtstreeks toegankelijke hulp erkend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. 

    • Brussels Aanmeldingspunt voor Personen met een Handicap (BRAP)

      Het Brussels Aanmeldingspunt voor Personen met een Handicap  is een telefonisch informatiepunt voor inwoners van het Brussels Gewest met een handicap. Het Brussels Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg nam dit initiatief, omdat de Brusselse regio zeer complex is, en omdat er weinig onthaaldiensten zijn voor Nederlandstalige personen met een handicap. Deze dienst kan je vergelijken met de Dienst Ondersteuningsplan, maar deze dienst doet meer: zij ondersteunen een persoon met een handicap en zijn netwerk tot zij ondersteuning of een oplossing voor hun vraag hebben gevonden. Zij komen ook aan huis. 

    • Brussels Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg (BROG)

      Het Brussels Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg maakt deel uit van het Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg van Vlaams-Brabant en Brussel. Het Brussels Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg is het overleg- en samenwerkingsorgaan van de Nederlandstalige gehandicaptenzorg in het Brusselse hoofdstedelijk gewest. 


    • Brussen

      Het woord brus is een samentrekking van de woorden BRoer en zUS. Brussen zijn broers of zussen van bijvoorbeeld personen met een handicap of personen met een psychiatrische problematiek.

    • Budgethouder

      Een budgethouder is een persoon die een Persoonsvolgend Budget of een Persoonlijke- Assistentiebudget (in de Jeugdhulp) ontvangt. Vaak is de budgethouder de persoon met handicap zelf of zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger. Met het persoonsvolgend of het persoonlijk assistentiebudget kan de budgethouder zelf zijn ondersteuning betalen. Hij kan met het budget assistentie, ondersteuning en/of zorg inkopen. Op die manier kan hij zelf kiezen hoe, waar en wanneer hij ondersteuning wil. 
    • Budgethoudersvereniging

      (oude term)
      De vereniging is erkend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Ze informeert  en ondersteunt (kandidaat-)budgethouders bij het werken met een Persoonlijke-Assistentiebudget of Persoonsgebonden Budget.
      De vereniging zoekt bv. mee naar geschikte assistenten en helpt bij het bijhouden van de boekhouding en het juist toepassen van de sociale wetgeving.
      Een budgethouder is een persoon die een Persoonlijke-Assistentiebudget heeft. Hij is niet verplicht samen te werken met een budgethoudersvereniging. 

    • Buitengewoon basisonderwijs (BUBAO)

      Het buitengewoon basisonderwijs behoort tot het buitengewoon onderwijs waarin kinderen met een handicap aangepast onderwijs en deskundige begeleiding krijgen. Het buitengewoon basisonderwijs omvat het buitengewoon kleuteronderwijs en het buitengewoon lager onderwijs

    • Buitengewoon KleuterOnderwijs (BKO)

      Het buitengewoon kleuteronderwijs is de gespecialiseerde onderwijsvorm voor kleuters met een handicap van 2,5 tot 6 jaar.

      In het buitengewoon kleuteronderwijs kunnen kleuters met een matig of ernstig verstandelijke handicap (type 2), kleuters met gedragsstoornissen en/of gedragsproblemen (type 3), kleuters met een fysieke en/of motorische handicap (type 4), kleuters die opgenomen zijn in een ziekenhuis of preventorium (type 5), kleuters met een visuele of auditieve handicap (type 6 en type 7) terecht en kleuters met autisme zonder verstandelijke handicap (type 9). Voor kleuters met een licht verstandelijke handicap (type 1) is er geen apart buitengewoon kleuteronderwijs. Bij kleuters spreken we ook nog niet van ernstige leerstoornissen, waardoor er geen type 8 kleuteronderwijs bestaat.

      In België is er leerplicht vanaf de leeftijd van 6 jaar. Ouders van een kind met handicap voldoen aan de leerplicht als ze op advies van de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding beslissen hun kind maximum tot de leeftijd van 8 jaar naar het buitengewoon kleuteronderwijs te laten gaan.
      In tegenstelling tot het basisonderwijs zijn er geen officiële instapdagen. Kleuters kunnen starten met buitengewoon kleuteronderwijs op elk moment dat de ouders verkiezen. 

    • Buitengewoon Lager Onderwijs (BLO of BULO)

      Het buitengewoon lager onderwijs is de gespecialiseerde onderwijsvorm voor kinderen met een handicap tussen 6 en 13 jaar. Uitzonderlijk kan een kind tot 14 jaar in het buitengewoon lager onderwijs blijven, na beslissing van de ouders en na advies van de klassenraad en het Centrum voor Leerlingbegeleiding.
      In het buitengewoon lager onderwijs kunnen alle kinderen uit het buitengewoon kleuteronderwijs terecht (type 2 tot en met type 7, en type 9), maar ook kinderen met een licht verstandelijke handicap (type 1) en kinderen met ernstige leerstoornissen (type 8).

      De afkortingen Bulo of BLO worden niet langer gebruikt omwille van de negatieve connotatie die ze kregen. Men gebruikt wel de algemene afkorting van het buitengewoon basisonderwijs, namelijk BuBao.
    • Buitengewoon Onderwijs (BUO)

      Het Buitengewoon Onderwijs is de algemene term voor aangepast onderwijs en deskundige begeleiding op maat aan kinderen en jongeren tot 21 jaar (indien nodig tot 25 jaar) die een specifiek  aanbod nodig hebben door een handicap. Voor elke toelating tot het Buitengewoon Onderwijs is een verslag van een centrum voor leerlingbegeleiding nodig.
      Binnen het Buitengewoon Onderwijs onderscheiden we het Buitengewoon Kleuteronderwijs, Buitengewoon Basisonderwijs, en het Buitengewoon Secundair Onderwijs.
      De scholen van het buitengewoon onderwijs worden onderverdeeld op basis van het type.

      • Type 1 (Basisaanbod) kinderen met een lichte verstandelijke handicap en kinderen met leerstoornissen. Dit onderwijstype is voor jongeren met specifieke onderwijsbehoeften voor wie het gemeenschappelijk curriculum met redelijke aanpassingen niet haalbaar is in een school voor gewoon onderwijs.
      • Type 2: kinderen met een matige of ernstige verstandelijke handicap
      • Type 3: kinderen met ernstige emotionele of gedragsproblemen
      • Type 4: kinderen met een fysieke handicap
      • Type 5: kinderen die zijn opgenomen in een ziekenhuis of preventorium
      • Type 6: kinderen met een visuele handicap
      • Type 7: kinderen met een auditieve handicap
      • Type 8: kinderen met ernstige leerstoornissen
      • Type 9: kinderen met een autismespectrumstoornis zonder verstandelijke handicap 
    • Buitengewoon Secundair Onderwijs (BUSO)

      Het buitengewoon secundair onderwijs vormt jongeren met een handicap van 13 tot 21 jaar. Dit kan verlengd worden tot maximum 25 jaar, na goedkeuring van de Commissie van Advies voor het buitengewoon onderwijs.

      In het buitengewoon secundair onderwijs gelden dezelfde types als in het het buitengewoon lager Onderwijs, met uitzondering van type 8 (kinderen met ernstige leerstoornissen).
      Naast deze indeling in types, hanteert men in het Buitengewoon Secundair Onderwijs ook een indeling naar opleidingsvorm:

      • Opleidingsvorm 1 (O.V. 1): sociale vorming als voorbereiding tot wonen in een beschermde leefomgeving. Dit is voor iedereen met een handicap, maar niet voor jongeren met een licht verstandelijke handicap en jongeren die in een ziekenhuis of in een preventorium zijn opgenomen.
      • Opleidingsvorm 2 (O.V. 2): sociale vorming en arbeidsvoorbereiding tot werken in een beschutte werkplaats en beschermd of begeleid wonen. Ook hier kunnen jongeren met licht verstandelijke handicap en jongeren die in een ziekenhuis of in een preventorium zijn opgenomen, niet terecht.
      • Opleidingsvorm 3 (O.V. 3): sociale- en beroepsvorming voor de gewone leefomgeving en inschakeling in het gewone arbeidscircuit. Dit is voor iedereen met een handicap behalve voor jongeren met een matig of ernstig verstandelijke handicap en jongeren die in een ziekenhuis of in een preventorium zijn opgenomen.
      • Opleidingsvorm 4 (O.V. 4): gewoon secundair onderwijs met aangepaste didactische werkvorm. Dit is voor iedereen met een handicap behalve voor jongeren met een licht verstandelijke handicap.
    • Burgerschapsmodel of Burgerschapsparadigma

      Het burgerschapsmodel is een manier van kijken naar en denken over alle personen met een handicap ongeacht de aard van de handicap.
      In de jaren ’90 veranderde het denken over mensen met een handicap heel erg: mensen met een handicap werden eindelijk erkend als gelijkwaardige burgers. Daarom spreekt men van het burgerschapsmodel of het burgerschapsparadigma.
      Dit burgerschapsparadigma gaat uit van gelijkwaardig burgerschap van mensen met een handicap. Vier begrippen staan hierbij centraal: kwaliteit van bestaan, inclusie, empowerment en maatgerichte ondersteuning. Mensen met een handicap hebben evenveel recht op een goede kwaliteit van bestaan als ieder ander mens; zij zijn immers gelijkwaardige burgers.

  • C

    • Cashbudget

      Het cashbudget is een bedrag (in euro’s) dat het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap rechtstreeks betaalt aan de persoon met handicap met een persoonsvolgend budget (budgethouder) of een persoonlijke-assistentiebudget (in de jeugdhulp). Met dat geld kan een budgethouder zelf zijn zorg en ondersteuning organiseren en inkopen.  Hij beheert zelf het budget, en legt verantwoording af bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. De budgethouder kan ook kiezen om het Persoonsvolgend Budget te besteden in de vorm van een voucher of een combinatie van beide: een cashbudget en een voucher. 
    • Centraal Informatie- en aanmeldpunt (CAP)

      Het centraal informatie- en aanmeldpunt is een dienst van de Intersectorale Toegangspoort. Deze dienst regelt de instroom in de gemeenschapsinstellingen en in het Vlaams Detentiecentrum. Het centraal informatie- en aanmeldpunt heeft een overzicht van alle beschikbare plaatsen in die instellingen. Consulenten van het Agentschap Jongerenwelzijn, jeugdrechters en hun griffiers die een geschikte plaats zoeken voor jongeren in de gemeenschapsinstellingen zijn verplicht hun vraag te stellen aan het centraal informatie- en aanmeldpunt. Het centraal informatie- en aanmeldpunt zorgt ervoor dat de aanmeldingen zo vlot mogelijk verlopen.
    • Centrale persoon

      De centrale persoon is de persoon die via de Dienst Ondersteuningsplan een ondersteuningsplan opmaakt.

    • Centrale Registratie van Zorgvragen (CRZ)

      (Oude term)
      De Centrale Registratie van Zorgvragen is een digitaal overzicht van vragen (databank) van meerderjarige personen met een handicap naar begeleiding, opvang, ondersteuning en assistentie. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap verzamelt en bewaart deze vragen. Voorzieningen en contactpersonen kunnen dit overzicht raadplegen. Deze gegevens maken deel uit van de centrale gegevensbank van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. De contactpersoon van de ondersteuningsvrager zorgt ervoor dat de vraag in deze gegevensbank wordt opgenomen. Deze centrale gegevensbank wordt ook ‘de wachtlijst’ genoemd. 
    • Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW)

      Een Centrum Algemeen Welzijnswerk begeleidt en helpt mensen met om het even welke vraag over welzijn: relaties, persoonlijke problemen, financiële of materiële problemen, vragen over criminaliteit, enz.
      Een Centrum Algemeen Welzijnswerk biedt eerstelijnshulp: het is vlot toegankelijk voor iedereen en heeft meestal geen wachtlijsten. De hulp is gratis, vertrouwelijk en vrijwillig.
      Het Centrum Algemeen Welzijnswerk zoekt samen met de hulpvrager naar een oplossing. Het houdt hierbij rekening met de mogelijkheden van de hulpvrager en zijn omgeving. Een Centrum Algemeen Welzijnswerk kan helpen met informatie en advies, opvang, praktische hulp, crisishulp en begeleiding.

    • Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG of CGGZ)

      Een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg helpt volwassenen, kinderen en jongeren met psychische of psychiatrische problemen. Elk team binnen het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg bestaat uit één of meer psychiaters, psychologen en maatschappelijk werkers. Dit Centrum biedt twee soorten hulpverlening: medisch-psychiatrische en psychotherapie. De hulpverlening in een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg gebeurt tijdens consultaties of begeleidingsmomenten. Er is dus geen opname of verblijf mogelijk.

    • Centrum voor Integrale Gezinszorg (CIG)

      Een centrum voor integrale gezinszorg ondersteunt en begeleidt gezinnen met ernstige opvoedingsproblemen. Een centrum voor integrale gezinszorg geeft intensieve opvoedingshulp en gezinszorg om het gezin beter en vlotter te laten opnemen in en te laten deelnemen aan de samenleving.  De centra voor integrale gezinszorg behoren tot de  voorzieningen voor bijzondere jeugdzorg.
    • Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB)

      Elke school in Vlaanderen werkt samen met een centrum voor leerlingenbegeleiding. Dit centrum wil dat elke leerling zijn kennis, talenten en vaardigheden zo goed mogelijk kan ontwikkelen. En dit door de leerlingen, leerkrachten, ouders en directies zo goed mogelijk te informeren, ondersteunen, begeleiden en helpen. Ook leerlingen met leermoeilijkheden, leerstoornissen en opvoedingsproblemen kunnen er terecht. 

    • Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen (COS)

      Een centrum voor ontwikkelingsstoornissen probeert een handicap of ontwikkelingsstoornis zo vroeg mogelijk op te sporen en vast te stellen. Een centrum voor ontwikkelingsstoornissen werkt alleen met jonge kinderen. Naast het vaststellen van de handicap of de ontwikkelingsstoornis, geeft zo’n centrum ook raad over de best mogelijke ondersteuning, over de voorzieningen voor behandeling, over onderwijs en begeleiding, en eventueel over passende hulpmiddelen.

    • Cerebrovasculaire Aandoening of Cerebrovasculair Accident (CVA)

      CerebroVasculaire Aandoening of een CerebroVasculair Accident is een plotselinge verstoring van de doorbloeding van de hersenen door bijvoorbeeld een bloedklonter of een vernauwing van de bloedvaten in de hersenen.

    • Christelijke Mutualiteit (CM)

      De Christelijke Mutualiteit is een ziekenfonds en vertrekt vanuit een christelijke levensvisie.

    • Cliëntoverleg (CO)

      Als een jongere ondersteuning krijgt door verschillende hulpverleners uit verschillende voorzieningen is het belangrijk dat iedereen goed samenwerkt . Bij complexe dossiers is dit niet eenvoudig en kan cliëntoverleg nuttig zijn. Een neutrale voorzitter nodigt dan de jongere en iedereen die bij de hulpverlening betrokken is, uit. Zo kunnen zij samen uitzoeken hoe het beter kan. De hulpverleners of de jongere zelf kunnen het cliëntoverleg aanvragen.

    • Coördinatiepunt Handicap (coha, copunt, cph)

      Elke provincie heeft een Coördinatiepunt Handicap.
      Het Coördinatiepunt Handicap ondersteunt de dagelijkse werking van het Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg en van de Regionale Prioriteitencommissies.
      Zij bestaan tot eind 2017.
    • Coördinator Zorgregie

      (Oude term)
      De coördinator zorgregie is een medewerker van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap die het Zorgregie-proces in de provincie opvolgt. Elke provincie heeft een Coördinator Zorgregie. 

    • Comité voor Bijzondere Jeugdzorg (CBJ)

      (Oude term)
      Het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg was een overheidsinstelling die een centrale plaats innam in de bijzondere jeugdbijstand. Sedert de invoering van het decreet voor Integrale Jeugdhulp werden de comités afgeschaft.

    • Commissie van Advies voor het Buitengewoon Onderwijs (CABO)

      De Commissie van Advies voor het Buitengewoon Onderwijs heeft twee belangrijke taken die verband houden met het buitengewoon onderwijs. Enerzijds neemt de Commissie gemotiveerde beslissingen over de tijdelijke of permanente vrijstelling van de leerplicht van een leerling. Anderzijds kan de Commissie ook gemotiveerde adviezen formuleren bij vragen van leerlingen en ouders naar (permanent) onderwijs aan huis of buitengewoon onderwijs.
    • Concentrische cirkels van ondersteuning (1 tem 5)

      Het nieuwe beleid wil met Persoonsvolgende Financiering zorgbehoevende personen ondersteunen om hen maximaal aan het maatschappelijk leven te laten deelnemen en om hen zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving te laten blijven wonen.  Zorg en ondersteuning voor Personen met een Handicap is een gedeelde verantwoordelijkheid. Om dit zichtbaar voor te stellen, gebruikt men het model van de vijf concentrische cirkels. Dit is een dynamisch ondersteuningsmodel en bestaat uit vijf cirkels . De vijf concentrische cirkels tonen de verschillende ondersteuningsbronnen die een rol kunnen opnemen in de zorg en ondersteuning aan personen met een handicap. De ondersteuning door de verschillende ondersteuningsbronnen kan door elkaar en onafhankelijk van elkaar ingezet worden.

      • Cirkel 1 (de binnenste en kleinste cirkel): deze cirkel staat voor de persoon met een handicap zelf. De zorg en ondersteuning die de persoon met een handicap zelf opneemt, is zelfzorg.
      • Cirkel 2: cirkel 2 verwijst naar de samenwonende gezinsleden van de persoon met handicap. De normale dagelijkse zorg en ondersteuning van gezinsleden die onder hetzelfde dak wonen noemt men gebruikelijke zorg.
      • Cirkel 3: cirkel 3 is de cirkel van de familie, vrienden en andere vriendschappelijke en niet-professionele contacten van de persoon met een handicap.
      • Cirkel 4: deze vierde cirkel betreft de professionele algemene eerstelijnszorg en dienstverlening die voor iedereen toegankelijk is (dus niet alleen voor personen met een handicap). Dit zijn onder andere de diensten maatschappelijk werk van de verschillende mutualiteiten, de diensten gezinszorg, de Centra Algemeen Welzijnswerk, de kinderopvanginitiatieven,…
      • Cirkel 5 (de buitenste en grootste cirkel): de vijfde is deze van de gespecialiseerde zorg en dienstverlening voor personen met een handicap. Deze diensten worden door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap gefinancierd. 
    • Consulent

      De medewerkers van het Agentschap Jongerenwelzijn, de sociale dienst van de jeugdrechtbank,…  die individuele dossiers behartigen, noemt men consulenten. Zij zoeken (samen met de jongere) de juiste hulp voor de jongere en organiseren of ondersteunen het hulpverleningstraject. 

    • Consultatiebureau

      Consultatiebureaus zijn ambulante diensten voor kinderen of volwassenen vanaf 6 jaar met een vermoeden van een handicap of belangrijke beperking. De consultatiebureaus zijn gespecialiseerd in het vaststellen van de beperking (diagnostiek), oriëntering en begeleiding. Iedere niet-schoolgaande persoon, die ernstige problemen ondervindt om zich in de maatschappij of op de arbeidsmarkt in te schakelen, kan zich bij één van de consultatiebureaus aanmelden. Samen wordt er dan gezocht naar antwoorden op vragen binnen de domeinen wonen, werk, materiële hulpmiddelen, persoonlijke assistentie en vrije tijd.
    • Contactorganisatie

      (oude term )
      Een contactorganisatie is een voorziening, een multidisciplinair team (verwijzende dienst) of een gebruikersvereniging die in de eigen organisatie één of meer contactpersonen aanduidt. Deze contactpersonen behandelen de zorgvragen die ondersteuningsvragers of hun netwerk bij die organisatie aanmelden. Het behandelen van de zorgvragen moet altijd in overleg met de ondersteuningsvrager gebeuren en volgens de richtlijnen van de Zorgregie. De regels van de zorgregie staan in het Besluit Zorgregie en in de uitvoeringsrichtlijnen Zorgregie

    • Contactpersoon (CP)

      (oude term)
      Een contactpersoon is een medewerker van een contactorganisatie. Het is de vertrouwenspersoon van personen met een handicap die een zorgvraag hebben bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. De contactpersoon vertegenwoordigt de persoon met een handicap en verdedigt zijn/haar belangen bij het zoeken naar ondersteuning door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap..
      De ondersteuningsvrager moet een contactpersoon hebben. Hij mag zelf een contactorganisatie en/of contactpersoon kiezen. De contactpersoon is een hoofdcontactpersoon of nevencontactpersoon

    • Contactpersoon-aanmelder

      Een contactpersoon-aanmelder dient samen met de jongere een aanvraag tot niet-rechtstreeks toegankelijke hulp in bij de Intersectorale Toegangspoort in de jeugdhulp en volgt het dossier verder op. Iedere jeugdhulpverlener kan de rol van contactpersoon-aanmelder opnemen als hij toegang heeft tot Insisto.
    • Convenant

      Zie persoonsvolgende convenant

    • Crisisjeugdhulpverlening (CHV)

      Crisisjeugdhulpverlening is hulpverlening aan een jongere in een crisissituatie. De meeste crisissituaties worden opgevangen binnen de dagelijkse werking van de hulporganisatie. Soms lukt dit niet. Dan kan de hulpverlener via het crisismeldpunt meer of andere hulp aanvragen.  Aanmelden kan via het crisismeldpunt van de regio waarin de minderjarige in crisis zich bevindt.

  • D

    • Dagbesteding (DB) of dagopvang

      (oude term)
      Het is een (zinvolle) invulling van de dag. Er zijn verschillende vormen van dagbesteding: begeleid werk, vrijwilligers­werk, activiteiten in een dagcentrum, vorming,  Heel wat voorzieningen en diensten voor personen met een handicap bieden dagbesteding voor ondersteuningsvragers.

    • Dagcentrum (DC)

      (oude term)
      Een dagcentrum biedt dag­besteding of arbeidsvervangende activiteiten (tuinieren, bak­kerij, creatieve activiteiten) aan personen met een handicap. Een dagcentrum kan voltijds of deeltijds dagopvang aanbieden.

    • Dagondersteuning

      Dagondersteuning is ondersteuning die gedurende de dag geboden wordt en wordt uitgedrukt in het aantal dagen per week. Deze ondersteuning bestaat uit begeleiding en permanentie. Dagondersteuning wordt meestal in groep aangeboden.
      Voorbeelden zijn activiteiten in een dagcentrum, werken in een atelier,... .
      Dagondersteuning is één van de globale ondersteuningsfuncties binnen Persoonsvolgende Financiering. Deze term werd ook gebruikt bij de Flexibel Aanbod Meerderjarigen.

    • De-institutionalisering

      De-institutionalisering is de beweging waarbij zorg en ondersteuning minder in grote en afgezonderde voorzieningen (“instituten”) wordt geboden maar meer in de thuissituatie van de persoon.

      Dit houdt in dat personen met een handicap meer deel uitmaken van de samenleving en er ook middenin leven. Het geeft de personen met een handicap meer controle en inspraak over hun eigen leven en hun dagelijkse beslissingen.

      Het beleid zet in op meer zorg en ondersteuning aan huis zodat mensen thuis kunnen wonen, en op woonvormen waar mensen in kleine groepjes van vier à vijf personen samenleven met ondersteuning. De-institutionalisering gebeurt ook in andere sectoren, bijvoorbeeld de psychiatrie.

    • Deeltijds (DT)

      Deeltijds staat in tegenstelling tot voltijds. In het kader van ondersteuning aan personen met een handicap wil men met deze term bijvoorbeeld aanduiden dat iemand geen 5 dagen op 5, maar slechts enkele dagen per week gebruik maakt van een bepaalde vorm van ondersteuning: die persoon maakt deeltijds gebruik van die specifieke ondersteuning.
    • Deskundigencommissie (DC)

      (Oude term)
      De Deskundigencommissie is een commissie binnen het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Ze beslist op basis van de inschaling over de toekenning en de hoogte van het Persoonlijke-Assistentiebudget. Als een ondersteuningsvrager een Persoonlijke-Assistentiebudget wil aanvragen, dan moet er een inschaling gebeuren. 

    • Diagnose- en indicatiestelling (D&I)

      De vaststelling van een handicap door een multidisciplinair team noemt men de Diagnosestelling. Diagnose duidt steeds op het benoemen van een ziekte, handicap of aandoening.
      Wanneer de handicap eenmaal is vastgesteld, zal het multidisciplinair team ook inschatten welke ondersteuning, bijstand of hulpmiddelen de persoon met een handicap nodig heeft. Dit noemt men de indicatiestelling.

    • Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM)

      Dit is een Amerikaans handboek dat in de meeste landen als standaard in de psychiatrische diagnostiek dient. De vertaling in het Nederlands is : 'diagnostisch en statistisch handboek voor psychische stoornissen’. Verschillende versies van dit handboek werden doorheen de jaren uitgebracht. Elke nieuwe versie bevat de meest recente ontwikkelingen en visies uit het psychiatrisch werkveld.
    • Dienst Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg (DAGG)

      De dienst ambulante geestelijke gezondheidszorg biedt hulpverlening aan mensen met psychische problemen. Deze hulpverlening gebeurt tijdens consultaties. Er zijn dus geen opnames. 

    • Dienst Inclusieve Ondersteuning (DIO)

      (oude term)
      De zorgvormen Beschermd Wonen en Geïntegreerd Wonen zijn vervangen door zorgvorm Diensten Inclusieve ondersteuning.
      De Dienst Inclusieve Ondersteuning werkt net zoals Geïnte­greerd Wonen voor personen met een han­dicap die zelfstandig of in een kleine groepswoning wonen. Diensten Inclusieve Ondersteuning proberen bij de onder­steuning van de ondersteuningsvragers zo inclusief mogelijk te werken. Ze doen dit door reguliere diensten (thuisverpleging, gezins- of poetshulp, maaltijddiensten, thuiszorg) en het natuurlijke netwerk van de ondersteuningsvrager te betrekken. De ondersteuningsvragers van de Dienst Inclusieve Ondersteuning moeten zelf hun leef- en woonkosten betalen, maar de ondersteuning is gratis.

      Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap subsidieert de Diensten Inclusieve Ondersteuning op basis van personeelspunten.
      Een Dienst Inclusieve Ondersteuning is een erg flexibele zorgvorm die op veel verschillende soorten zorg­vragen kan inspelen. 
    • Dienst Ondersteuningsplan (DOP)

      Een Dienst Ondersteuningsplan wordt erkend en betaald door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Een Dienst Ondersteuningsplan begeleidt en ondersteunt ondersteuningsvragers bij de vraagverduidelijking en bij het uitstippelen van een ondersteuningsplan. De begeleider onderzoekt samen met de ondersteuningsvrager:

      • zijn wensen voor de toekomst
      • zijn mogelijkheden, beperkingen en ondersteuningsnoden:
        • mogelijkheden in de eigen omgeving;
        • mogelijkheden in algemene welzijns- en gezondheidsdiensten, bv. thuishulp, thuisverpleging, poetshulp;
        • mogelijkheden in handicapspecifieke ondersteuning van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.

      Door dit samen te bespreken komen ze tot een realistisch ondersteuningsplan waarmee ze aan de slag kunnen.  Op vraag van de ondersteuningsvragen of van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap helpt de Dienst Ondersteuningsplan bij de opmaak van een Ondersteuningsplan Persoonsvolgend Budget.  Dit Ondersteuningsplan Persoonsvolgend Budget is nodig voor de aanvraag van intensieve handicapspecifieke ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. 

    • Domicilie(adres)

      Het is het adres waar je officieel woont: je vaste en wettelijke verblijfplaats. 

    • Doorstroom

      De doorstroomgegevens tonen het verschil tussen het aantal nieuwe mensen die binnen een bepaalde ondersteuningsvorm (bij de volwassenen) of module (bij de minderjarigen) instapt en het aantal mensen die die bepaalde ondersteuningsvorm of module verlaat. Doorstroom is eigenlijk het verschil tussen instroom en uitstroom

    • Draagkracht (van een netwerk)

      De draagkracht van een netwerk is de mogelijkheid die het netwerk van een persoon met een handicap heeft om zelf in te staan voor de ondersteuning, begeleiding en opvang van de persoon met een handicap. Er zijn verschillende aspecten die deze mogelijkheid bepalen: het aantal personen in het netwerk, de emotionele, fysieke en financiële draagkracht van de personen in het netwerk, de complexiteit van de ondersteuningsvraag van de persoon met een handicap, enzovoort. Wanneer de draagkracht van het netwerk wordt overschreden, belanden de zorgvrager en diens netwerk vaak in een crisissituatie. Op dat moment is er een dringende nood aan bijkomende ondersteuning van reguliere diensten of het VAPH.
    • Draaglast (van een netwerk)

      Dit is de belasting die het netwerk ondervindt als ze instaan voor de zorg en ondersteuning van een persoon met handicap. Deze term wordt vaak gebruikt in combinatie met de draagkracht. De draaglast is de belasting, de draagkracht is dan de belastbaarheid van het netwerk.

  • E

    • Eerstelijn(sgezondheidszorg)

      Eerstelijnsgezondheidszorg is de direct toegankelijke deskundige zorg en ondersteuning in de buurt. Bijvoorbeeld, huisartsen, verpleegkundigen, vroedvrouwen, ergotherapeuten, kinesisten, CAW’s, lokale dienstencentra, ziekenfonds, diensten voor thuiszorg, ... . 

    • Elektronisch dossier

      Zie mijnvaph.be

    • Elektronische identiteitskaart (eID)

      Elke Belgische burger is in het bezit  van een identiteitskaart. De identiteitskaart is het bewijs dat iemand ingeschreven is in het Bevolkingsregister in België. Je kunt er je nationaliteit en je identiteit mee aantonen. Op de leeftijd van twaalf jaar krijg je als Belg automatisch een identiteitskaart. Daar zorgt de dienst Bevolking van je hoofdverblijfplaats voor. Vanaf vijftien jaar ben je verplicht om je identiteitskaart ook altijd op zak te hebben. Tegenwoordig is die identiteitskaart elektronisch. Dit wil zeggen dat ze een microchip bevat. Je kan er veel dingen mee doen: je kan bijvoorbeeld je dossier raadplegen op mijnvaph.be, je kan er een treinticket mee kopen of je belastingaangifte in orde maken. Er zijn nog vele andere mogelijke toepassingen.

    • Empowerment

      Empowerment betekent bepaalde mensen of maatschappelijke groepen sterker maken door hen meer mogelijkheden en kansen te bieden om hun leven zelf vorm en inhoud te geven. 
    • Erkenning

      Erkend worden is beantwoorden aan de criteria die daarvoor opgesteld zijn.
      Bijvoorbeeld: Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap kan een vergunde aanbieder erkennen om Rechtstreeks Toegankelijke Hulp aan te bieden. Hiervoor krijgt de vergunde aanbieder dan de toelating en bijhorende middelen.
      Bijvoorbeeld: Als je wil dat het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap je hulpmiddelen terugbetaalt, heb je een erkenning van het VAPH nodig. Dit betekent dat je een bepaalde procedure moet doorlopen om te bewijzen dat je aan de criteria van ‘handicap’ beantwoordt.

    • Ernstige Gedragsstoornissen jongeren (GES+)

      Kinderen en jongeren met een gedragsstoornis vertonen vaak ernstig negatief gedrag op regelmatige basis en in verschillende omgevingen. Voorbeelden van negatief gedrag zijn normen en regels overtreden, agressie, diefstal, liegen, ongehoorzaam,... . GES+ jongeren zijn jongeren met zeer ernstige gedrags- en emotionele stoornissen. Hun gedrag treedt vaak al een lange tijd op en heeft een impact op hun functioneren.

      Zij kunnen niet terecht in een ‘gewone’ setting voor jongeren met gedrags- en emotionele stoornissen. Een aangepaste en specifieke infrastructuur is noodzakelijk. Daarnaast moet het personeel zeer specifiek opgeleid zijn om op een goede manier met deze jongeren te kunnen omgaan en hen te ondersteunen. 

    • Ervaringsdeskundig

      Mensen worden ervaringsdeskundig door de kennis en ervaring die zij opdoen in hun dagelijkse leven: tijdens hun werk, in hun vrije tijd, in relaties, in de manier waarop zij wonen, enz. Zij leven met hun beperkingen, met de sociale gevolgen daarvan en met de voorzieningen die de samenleving voor hen  voorziet. Dit geldt ook voor hun familie en vrienden.
    • Ervaringsdeskundigheid

      Ervaringsdeskundigheid is de kennis en ervaring die mensen hebben over leven met een handicap vanuit dagdagelijkse doorleefde ervaringen. Het gaat over de kennis van en ervaring in het leven met hun beperkingen, met de sociale gevolgen en met het ondersteuningsaanbod. Mensen met een handicap, maar ook hun gezinsleden, zijn ervaringsdeskundig in verschillende aspecten van het leven met een handicap, zoals werken, vrije tijd, relaties, wonen, enzovoort. 
    • Essential Lifestyle Planning (ELP)

      Essential Lifestyle Planning is een vorm van Persoonlijk ToekomstPlanning. In Vlaanderen spreekt men ook wel van handelingsplan, Individueel Ondersteuningsplan of Persoonlijke Ondersteuningsplanning. Michael Smull ontwikkelde de strategie van Essential Lifestyle Planning voor personen met een grote ondersteuningsnood wiens leven zich geheel of grotendeels afspeelt binnen de residentiële zorg. Een Essential Lifestyle Planning bestaat uit vier luiken. Het is erop gericht de kwaliteit van bestaan van betrokken ondersteuningsvrager te verbeteren of te garanderen. Zo wordt er beschreven wat anderen (personeel, andere cliënten, enz.) moeten weten en doen om enerzijds tegemoet te komen aan de essentiële en belangrijke zaken in het leven van de ondersteuningsvrager en anderzijds te garanderen dat de ondersteuningsvrager gezond en veilig kan functioneren. Ook wordt er beschreven wat er moet behouden blijven of veranderen om de kwaliteit van bestaan van de ondersteuningsvrager te verbeteren.
    • European Association of Service Providers for Persons with Disabilities (EASDP)

      De EASPD promoot de belangen van Europese sociale organisaties, sociale ondernemingen en hun koepelstructuren die aan ongeveer 35 miljoen personen met een handicap in heel Europa diensten verlenen.
    • Evaluatie

      Een evaluatie is een toetsing of een beoordeling van hoe iets gegaan of geweest is. De positieve en negatieve elementen komen in beeld. Vanuit een evaluatie kan een bijsturing volgen.

    • Expertise

      Ervaring, kennis, kunde

  • F

    • Facilitator

      Binnen het Vlaams Gebruikersoverleg voor Personen met een Handicap betekent faciliteren: ondersteunen, informeren en coördineren. Het uiteindelijke doel van het faciliteren is het empoweren van personen met een handicap.
    • Faciliteren

      Binnen VGPH betekent faciliteren: ondersteunen, informeren en coördineren. Het uiteindelijke doel van het faciliteren is het ‘empoweren’ van personen met een handicap (zie Empowerment).
    • Federale Overheidsdienst (FOD)

      Een federale overheidsdienst is de nieuwe benaming voor ministerie. Deze dienst ondersteunt een federale minister en verleent diensten aan de burgers.

    • Federatie Diensten Begeleid Wonen (FDWB)

      Oude term voor SPOND vzw

    • Federatie van OuderVerenigingen en Gebruikersraden in Voorzieningen (FOVIG vzw)

      Een overkoepelende gebruikersorganisatie voor de ouderverenigingen en gebruikersraden van personen met een handicap die in een voorziening verblijven. FOVIG vzw is gegroeid uit de behoefte aan wederzijds overleg, ondersteuning en informatie- uitwisseling tussen gebruikersverenigingen en gebruikersraden in voorzieningen. Het is de bedoeling de werking van gebruikersraden in voorzieningen te behartigen, te verdedigen en te stimuleren. Meer informatie vind je op: www.fovig.be
    • Federatie van Sociaal Ondernemen (SOM) (vroegere benaming: PPG, VSO, FSO)

      De Federatie van Sociale Ondernemingen is, zoals het Vlaams Welzijnsverbond, een koepelorganisatie die welzijnsvoorzieningen, - centra en – diensten groepeert.
      Een sociale onderneming is een onderneming met een maatschappelijke missie. Geld  verdienen is bij een sociale onderneming geen hoofddoel maar een middel om maatschappelijke waarde te creëren. SOM verenigt, ondersteunt en vertegenwoordigt sociale ondernemingen die bijdragen tot een kwaliteitsvolle zorg en een rechtvaardige sociale politiek. Als werkgeversfederatie neemt SOM het op voor haar leden in het sociaal overleg, is ze de sectorale en intersectorale belangenverdediger van haar leden, en ondersteunt en stimuleert ze tenslotte voortdurend sociaal ondernemerschap.
      SOM denkt steeds vooruitstrevend en werkt pluralistisch. De som van de delen is de meerwaarde van sociaal ondernemen.

    • Federatie van Vlaamse DovenOrganisaties (Fevlado vzw)

      De Federatie van Vlaamse DovenOrganisaties is een koepel van gebruikersorganisaties voor mensen met een auditieve handicap. Deze koepel vertegenwoordigt personen die doof, slechthorend of doofblind zijn. In het bijzonder vertegenwoordigt Fevlado vzw ook de gebruikers van de Vlaamse Gebarentaal.
      Meer informatie vind je op: www.fevlado.be
    • Fibromyalgie

      Zie reuma (weke delen reuma)


    • FID-parameters

      FID-parameters geven aan hoe vaak, hoe intensief en hoe lang iemand ondersteuning nodig heeft.
      F staat voor Frequentie, I staat voor Intensiteit en D staat voor Duur.

    • Flexibel Aanbod Meerderjarigen (FAM)

      (Oude Term)
      Flexibel Aanbod Meerderjarigen is een door het VAPH erkend dienstverleningscentrum voor personen ouder dan 18 jaar.
      Flexibel Aanbod Meerderjarigen werd ingevoerd om de overgang naar de persoonsvolgende financiering mogelijk te maken. Na de invoering van Persoonsvolgende Financiering werden alle Flexibel Aanbod Meerderjarigen ‘vergunde aanbieders’.
      Om bij de minderjarigen de overgang naar persoonsvolgende financiering mogelijk te maken, werden erkende voorzieningen omgevormd tot Multi Functionele Centra.

    • Focus Wonen

      Focus Wonen is een methodiek uit Zweden, waarbij personen met een fysieke handicap maximaal inclusief kunnen leven en daarbij de regie in eigen handen houden. Zij kunnen vanuit hun eigen woning ADL-assistentie oproepen op het moment dat zij dit nodig vinden. Deze methodiek wordt momenteel toegepast in de diensten voor zelfstandig wonen.
      Daarom heten sommige diensten voor zelfstandig wonen Focus Wonen. 

    • Forensische Kinderpsychiatrische Dienst (FOR -K)

      Een forensische kinderpsychiatrische dienst is een verblijfsafdeling in een kinderpsychiatrisch ziekenhuis. Deze dienst is specifiek voor jongeren die onder toezicht staan van de jeugdrechter omdat ze een als misdaad omschreven feit gepleegd hebben en een complexe psychiatrische problematiek hebben. Zij kunnen vaak niet terecht in de reguliere kinderpsychiatrische diensten of de voorzieningen van bijzondere jeugdzorg
    • Forfaitair

      Forfaitair betekent volgens een norm of bedrag. Bijvoorbeeld: vrijwilligers kunnen als kostenvergoeding een forfaitair bedrag krijgen per vergadering waar zij aan deelnemen. Dit bedrag is een vast bedrag, en hangt niet af van de verplaatsingstijd of de vergaderduur. 

    • Frequently Asked Questions (FAQ)

      Frequently Asked Questions zijn veel gestelde vragen. Frequently Asked Questions is een term die vaak terug te vinden is op websites. Het is een rubriek waar je vragen en antwoorden over een onderwerp terugvindt die mensen al dikwijls over dat onderwerp hebben gesteld.

    • Fulltime Equivalent (FTE)

      De Nederlandstalige benaming voor Full Time Equivalent is voltijds equivalent. Met deze rekeneenheid drukt men uit hoe groot een personeelsbestand is, ongeacht of de werknemers voltijds of deeltijds werken. Een personeelsbestand met 6 voltijdse werknemers is dan even groot als een personeelsbestand met 4 voltijdse en 4 halftijdse personeelsleden.
    • Functiebeperking

      Een functiebeperking is elke langdurige fysieke, verstandelijke of zintuigelijke stoornis die zorgt voor beperkingen in het dagelijks functioneren. Een functiebeperking kan tijdelijk zijn, maar meestal is deze blijvend.  Een functiebeperking kan iemand beletten om volwaardig deel te nemen aan de samenleving.

  • G

    • Gauzz

      Gauzz is het Centrum voor Gedragsstoornissen bij autisme en zware zorgbehoevendheid. Dit centrum behandelt kinderen en jongeren van 6 jaar tot en met 25 jaar bij wie de gecombineerde diagnose van een autismespectrumstoornis, een lichte of matige verstandelijke handicap en ernstige gedragsproblemen zijn vastgesteld.
      Gauzz is een samenwerkingsverband tussen psychiatrische diensten.
    • Geïntegreerd Onderwijs (GON)

      Geïntegreerd onderwijs is een samenwerkingsvorm tussen het gewoon onderwijs en buitengewoon onderwijs. Leerlingen met een handicap, of met leer- of opvoedingsmoeilijkheden kunnen door het geïntegreerd onderwijs tijdelijk of permanent, gedeeltelijk of volledig in het gewone onderwijs terecht. Geïntegreerd onderwijs werd als proefproject gestart in 1970. Om voor geïntegreerd onderwijs in aanmerking te komen, moet de leerling beschikken over een attest buitengewoon onderwijs, dat na een onderzoek wordt opgesteld door een centrum voor leerlingenbegeleiding.

    • Geïntegreerd Wonen

      (oude term)
      Geïntegreerd Wonen is de oude term voor Diensten Inclusieve Ondersteuning.

    • Gebruikelijke zorg

      Gezinsleden die onder hetzelfde dak wonen, nemen elke dag zorg en ondersteuning op voor elkaar. Zij doen dit omdat ze samen een huishouden vormen. Zij hebben samen ook een verantwoordelijkheid om dat huishouden goed te laten werken. Zo zorgt een ouder voor een kind. Deze zorg beschouwt men als normaal binnen elk gezin. Dit noemt men gebruikelijke zorg.

    • Gebruiker (G)

      Binnen de sector van personen met een handicap, is de gebruiker de persoon met een handicap of iemand uit zijn netwerk. De gebruiker maakt immers gebruik van opvang, begeleiding en ondersteuning aangeboden door vergunde en niet-vergunde zorgaanbieders.
      Gebruiker is ook de verkorte benaming van gebruikersvertegenwoordiger aan de overlegtafels.
    • Gebruikersorganisatie of Gebruikersvereniging of Vereniging voor personen met een handicap

      Een gebruikersvereniging is een vereniging die:

      • de belangen en de rechten van (een groep van) personen met een handicap en hun omgeving verdedigt.
      • invloed uitoefent op het beleid om de situatie van personen met een handicap te verbeteren.
      • personen met een handicap informeert.

      Vele gebruikersverenigingen organiseren ook activiteiten voor personen met een handicap: reizen, culturele uitstappen en andere vrijetijdsbesteding.

    • Gebruikersvertegenwoordiger

      Een gebruikersvertegenwoordiger is iemand die deelneemt aan de overlegtafels in naam van een gebruikersvereniging en daar de belangen van alle gebruikers en zijn achterban verdedigt.

    • Gedrags- en Emotionele Stoornissen (met verschillende gradaties) (GES+/++)

      Kinderen en jongeren met een ernstig verstoord gedrag of ernstige emotionele problemen vertonen vaak ernstig negatief gedrag op regelmatige basis en in verschillende omgevingen. Voorbeelden van negatief gedrag zijn normen en regels overtreden, agressie, diefstal, liegen, ongehoorzaam zijn,... . Daardoor kunnen ze niet functioneren thuis, op school, onder leeftijdsgenoten, enzovoort. Deze jongeren, ook de GES-jongeren genoemd, vertonen vaak een bijkomende handicap, zoals bijvoorbeeld een verstandelijke handicap of autisme. Er zijn drie verschillende ernstgradaties in de gedrags- en emotionele stoornissen (GES, GES+, GES++)

    • Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ)

      De Geestelijke Gezondheidszorg staat in voor de opvang, behandeling en begeleiding van mensen met psychiatrische of psychische problematieken en geestelijke gezondheidsproblemen in het algemeen. Elke Vlaamse provincie heeft een eigen platform voor diensten die werken rond geestelijke gezondheidszorg. Verspreid over Vlaanderen zijn er verschillende Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg die deskundige hulpverlening bieden aan personen met een psychiatrische problematiek.


    • Gelijke Onderwijskansen (GOK)

      Het Decreet Gelijke Onderwijskansen ontstond in 2002 en wil uitsluiting, sociale scheiding en discriminatie binnen het onderwijs tegengaan. Men ontwikkelde een geïntegreerd ondersteuningsaanbod dat kinderen allemaal dezelfde optimale mogelijkheden wil bieden om te leren en zich te ontwikkelen, met bijzondere aandacht voor kinderen uit kansarme milieus.
    • Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap vzw (GRIP)

      GRIP vzw is een burgerrechtenorganisatie van en voor mensen met een handicap.  Vanuit de vaststelling dat personen met een handicap achtergesteld zijn in onze samenleving, ijveren zij voor gelijke rechten voor deze groep.

      GRIP vzw wil dat mensen met een handicap zelf kunnen beslissen wie ze zijn en wat ze met hun leven willen doen in alle mogelijke domeinen van het leven.
      De werking van GRIP vzw baseert zich op drie pijlers: mensenrechten, kwaliteit van bestaan en ervaringsdeskundigheid. Ze proberen het beleid te beïnvloeden en de maatschappij te sensibiliseren.

    • Gemandateerde voorziening (GV)

      Een gemandateerde voorziening is een dienst binnen de jeugdhulp die in geval van maatschappelijke noodzaak een situatie kan overdagen aan het parket en de jeugdrechtbank. Er wordt hulpverlening opgestart vanuit de overheid.
      Er zijn twee gemandateerde voorzieningen per regio: Het vertrouwenscentrum en het ondersteuningscentrum jeugdzorg. Ook de jongere zelf, zijn ouders, een vertrouwenspersoon of een dienstverlener buiten de jeugdhulp (bijvoorbeeld de politie) kunnen rechtstreeks een gemandateerde voorziening inschakelen wanneer zij denken dat dat nodig is.

    • Gemeenschapsinstelling Bijzondere Jeugdzorg (GBJ)

      Gemeenschapsinstellingen staan in voor de organisatie van hulpverlening aan minderjarigen en hun gezinnen binnen de bijzondere jeugdzorg.  Gemeenschapsinstellingen zijn de voorzieningen die ingericht worden door de overheid. Er zijn ook nog private voorzieningen binnen de bijzondere jeugdzorg. Alleen de jeugdrechter kan beslissen dat een jongere naar een gemeenschapsinstelling moet gaan. Een plaatsing in een gemeenschapsinstelling is een heel ingrijpende maatregel in het leven van een jongere. Daarom zijn er heel strikte voorwaarden aan verbonden.
    • Geobjectiveerde ondersteuningsnood

      Een persoon met een handicap met een vraag naar intensieve handicapspecifieke ondersteuning legt in een ondersteuningsplan Persoonsvolgend Budget uit welke ondersteuning hij precies nodig heeft. Een multidisciplinair team beoordeelt dit plan op basis van een gestelde diagnose en/of indicatiestelling. De beoordeling leidt tot een goedkeuring of een afkeuring. Wanneer het multidisciplinair team het ondersteuningsplan Persoonsvolgend Budget goedkeurt, erkennen zij dat wat de persoon vraagt, effectief nodig is. Men spreekt dan van een geobjectiveerde ondersteuningsnood. 

    • Gerechtelijke jeugdhulp

      Gerechtelijke jeugdhulp is gedwongen hulpverlening, opgelegd door een jeugdrechter. De sociale dienst van de jeugdrechtbank volgt de dossiers op. Zie ook bijzondere jeugdbijstand.
       
      De jeugdrechter kan beroep doen op het jeugdhulpaanbod dat beschikbaar is via de intersectorale toegangspoort maar kan ook beslissen een herstelgerichte maatregel op te leggen of de jongere te plaatsen in een gemeenschapsinstelling bijzondere jeugdzorg.

    • Gespecialiseerd MultiDisciplinair Team (GMDT)

      Een Gespecialiseerd Multidisciplinair Team is een Multidisciplinair Team met expertise en specialistische kennis inzake een bepaald type van handicap of in een bepaalde materie.

    • Gespecialiseerde Arbeidsonderzoeksdienst (GA)

      De Gespecialiseerde Arbeidsonderzoeksdienst is een dienstverlening vanuit de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling. Deze dienst adviseert de persoon met een (arbeids)handicap bij de keuze van een geschikt beroep of van geschikt werk. De dienst stelt een diagnose over de arbeidscompetentie van de persoon en zorgt voor een doelmatige oriëntering naar de arbeidsmarkt. De Gespecialiseerde Arbeidsonderzoeksdienst geeft de persoon ook advies over de ondersteunende maatregelen in verband met tewerkstelling waarop hij een beroep kan doen.
    • Gespecialiseerde Opleidings-, Begeleidings- en Bemiddelingsdienst (GOB)

      Deze dienst biedt gespecialiseerde opleidingen en bemiddeling aan personen met een (arbeids)handicap die willen werken in het gewone economische circuit. De opleiding en begeleiding bestaan uit opleidingen in gespecialiseerde centra, oriënterende stages en/of Gespecialiseerde Individuele Beroepsopleiding.

    • Gespecialiseerde Trajectbepaling en –Begeleiding(sdienst) (GTB)

      Deze gespecialiseerde dienst begeleidt personen met een (arbeids)handicap naar gepast werk, en ondersteunt hen ook om dat werk te houden. De begeleiding bestaat uit een intensief, planmatig en gefaseerd traject naar een plaats op de arbeidsmarkt. Dit traject wordt op maat van de persoon uitgestippeld en houdt rekening met de individuele beperkingen en mogelijkheden van de persoon. In de eerste plaats streeft men naar een geschikte (betaalde) job binnen het gewone economische circuit. Indien dit niet haalbaar is, kijkt men uit naar een passend alternatief via een maatwerkbedrijf.
    • Gezin en Handicap vzw

      Gezin en Handicap vzw is een gebruikersorganisatie. Deze organisatie richt zich tot gezinnen met een kind met een handicap en personen met een handicap. Gezin en Handicap vzw wil hen informatie over specifieke problemen en ontmoetingskansen bieden. Deze vereniging komt op voor gemeenschappelijke belangen van hun doelgroep. Gezin en Handicap vzw richt zich ook tot iedereen die beroepsmatig of vrijwillig ouders van of mensen met een handicap begeleiden. Dit door het aanbieden van informatie, begeleiding, ondersteuning en advisering bij het opzetten van vormings- en informatiemomenten.

      Meer informatie vind je op: www.gezinenhandicap.be.
    • GIPSO

      GiPSo staat voor “Gids in de zoektocht en de uitbouw van Inclusieve Projecten en vermaatschappelijking, en Samenlevingsopbouw en Sociaal Ondernemerschap”. GiPSo vzw is een advies- en coachingbureau. GiPSo vzw wil startende initiatiefnemers en projectgroepen helpen bij alle stappen die moeten gezet worden om nieuwe ondersteuningsvormen met een duurzaam karakter op te starten.

      Concreet doet GIPSO vzw onder meer het volgende:
      • begeleiden en coachen van woon-zorginitiatieven in alle fasen (ontwerpfase, startfase, nazorg);
      • verbindingen maken met noodzakelijke gespecialiseerde zorgpartners en reguliere diensten;
      • ondersteuning bij opmaken van project- en ondernemingsplannen;
      • verbinden en adviseren in contacten met instanties en overheden (juridisch, financiën, huisvesting, lokaal en Vlaams beleid,…);
      • begeleiding en advies bij selectie, aanwerving, opvolging van medewerkers;
      • screening, oriëntatie en matchen van potentiële bewoners.
    • Globale individuele ondersteuning

      Globale Individuele Ondersteuning is één op één begeleiding van een hulpaanbieder aan een gebruiker bij de praktische ondersteuning van activiteiten in het dagelijkse leven (Individuele Praktische Hulp) als bij de inhoudelijke ondersteuning in de organisatie van zijn dagelijkse leven (Individuele Psychosociale begeleiding). De ondersteuning wordt uitgedrukt in een aantal uren per week. Bijvoorbeeld inhoudelijke en praktische begeleiding bij het koken, ... .

       
      Globale Individuele Ondersteuning is één van de Individuele ondersteuningsfuncties binnen Persoonsvolgende Financiering. Deze term werd vroeger ook gebruikt bij de Flexibel Aanbod Meerderjarigen als één van de vier vormen binnen de individuele begeleiding.

    • Globale ondersteuning

      Globale ondersteuning is ondersteuning in groep. Een begeleider geeft ondersteuning aan meerdere personen tegelijkertijd.

      Binnen Persoonsvolgende Financiering zijn de globale ondersteuningsfuncties, samen met individuele ondersteuningsfuncties en de oproepbare permanenties drie vormen van ondersteuningsfuncties. De globale ondersteuningsfuncties zijn opgedeeld in dagondersteuning en woonondersteuning.

    • Groepsbegeleiding

      (oude term)
      Groepsbegeleiding is psychosociale ondersteuning van een hulpaanbieder aan een groep personen. Meer specifiek gaat dit over de inhoudelijke ondersteuning in de organisatie van het dagelijkse leven. Er wordt geen praktische hulp geboden.

      Groepsbegeleiding was één van de vier ondersteuningsfuncties binnen Flexibel Aanbod Meerderjarigen.  

  • H

    • Handicap

      Het begrip ‘handicap’ is erg moeilijk te omschrijven. De meeste mensen denken bij de term ‘handicap’ aan een medisch/fysiek of verstandelijk ‘probleem’ bij een persoon. Er zijn dan ook verschillende perspectieven om naar ‘handicap’ te kijken. We geven een aantal voorbeelden.

      Het oudste model is het religieuze model waarbij men dacht dat een handicap of beperking een straf was van God.
      In de Westerse wereld overheerste daarna lange tijd het medische model, waarbij een beperking of handicap werd/ wordt gezien als een ‘gebrek’ of ‘stoornis’ van een individu.
      De laatste decennia echter groeit het belang van het sociale model, waarbij ‘handicap’ een veranderend begrip is dat wordt gevormd door de samenleving. Zo stellen de Verenigde Naties dat een handicap het resultaat is van de interactie tussen enerzijds mensen met een (fysieke, verstandelijke, intellectuele of zintuiglijke) beperking, en anderzijds attituden van mensen en omgevingsfactoren die verhinderen dat mensen met beperkingen volwaardig en op voet van gelijkheid met andere mensen, kunnen deelnemen aan de samenleving. 

      Samengevat kunnen we stellen dat elke persoon wel één of meerdere beperkingen heeft (fysiek, intellectueel, verstandelijk of sensorieel), maar deze beperking wordt pas een handicap wanneer de maatschappij deze persoon niet volwaardig en als gelijke laat deelnemen aan de samenleving. Een handicap is dus geen ‘toestand’ van een persoon, maar wel iets dat gemaakt wordt door de samenleving.

      Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap en andere overheidsinstanties gebruiken echter vaak een andere definitie van ‘handicap’, waarbij de nadruk vooral op de persoon met de beperking komt te liggen. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap geeft volgende definitie van ‘handicap’: “elk langdurig en belangrijk participatieprobleem van een persoon dat te wijten is aan het samenspel tussen functiestoornissen van verstandelijke, psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten, en persoonlijke en externe factoren”. Deze benadering van ‘handicap’ heeft tot gevolg dat het al dan niet erkennen van een handicap door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, niet steeds overeenkomt met de ervaringen van personen met een handicap. Zo zullen bepaalde beperkingen niet in aanmerking komen om erkend te worden als ‘handicap’, hoewel sommige mensen met deze beperkingen het wel ervaren als een handicap. Omgekeerd worden andere beperkingen automatisch als een handicap gezien, hoewel niet alle mensen ze als een handicap ervaren.

    • Handicap Informatie en Tips (HINT)

      Dit is een onafhankelijke informatiedienst voor alle vragen over handicap. HINT maakt deel uit van CADOR vzw, een Gespecialiseerde Arbeidsonderzoeksdienst in Oost-Vlaanderen. Iedereen kan bij deze informatiedienst terecht. Ook personen die niet in Oost-Vlaanderen wonen. Handicap Informatie en Tips helpt bij het zoeken naar de juiste informatie, en verwijst door - indien nodig. 

    • Handicapspecifieke diensten

      Handicapspecifieke diensten zijn diensten of aanbieders van zorg en ondersteuning, erkend en mee betaald door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Ze bieden ondersteuning aan personen met een Handicap die deze nodig heeft, als gevolg van zijn handicap. Uitsluitend personen met een handicap kunnen gebruik maken van deze diensten.

    • Heroverweging

      Wanneer een ondersteuningsvrager niet akkoord gaat met een voorlopige beslissing van het VAPH, kan de ondersteuningsvrager  een heroverweging aanvragen. De ondersteuningsvrager vraagt dan eigenlijk aan het VAPH om de ondersteuningsaanvraag opnieuw te onderzoeken. Dit gebeurt door de Heroverwegingscommissie.  

    • Heroverwegingscommissie (HOC)

      Als het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap voorlopig weigert om de ondersteuningsvrager een erkenning van handicap of  handicapspecifieke ondersteuning te geven, dan ontvangt de ondersteuningsvrager deze voorlopige beslissing of dit voornemen van beslissing per brief. Gaat de ondersteuningsvrager niet akkoord met deze beslissing, dan kan hij een ‘verzoekschrift tot heroverweging’ indienen bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Hij vraagt dan aan het Vlaams Agentschap voor personen met een Handicap om zijn aanvraag opnieuw te onderzoeken. Een aparte commissie, de heroverwegingscommissie, zal de aanvraag dan opnieuw onderzoeken. 

    • Herstelgerichte maatregel

      Een jongere die een als misdaad omschreven feit gepleegd heeft, kan door het parket naar de jeugdrechtbank verwezen worden. In dat geval beslist de jeugdrechter wat het gevolg is voor de jongere.  Een herstelgerichte maatregel is één van de maatregelen die de jeugdrechter kan uitspreken. Een herstelgerichte maatregel houdt in dat er overleg komt tussen de betrokken jongere en het slachtoffer om de schade die het slachtoffer geleden heeft te herstellen. 

    • Herziening

      Soms verandert de situatie van een meerderjarige persoon met handicap die een budget heeft. Het kan zijn dat zijn ondersteuningsnoden groter worden en dat het budget dat hij heeft niet meer genoeg is om zijn ondersteuning te betalen. In dat geval kan de persoon een herziening aanvragen bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.

      Het hogere budget dat hij vraagt bestaat uit twee delen: het eerste deel is wat hij al had en het tweede deel is dat wat hij meer vraagt.
      De Regionale Prioriteiten Commissie zal het tweede deel aan een prioriteitengroep moeten toewijzen. Het eerste deel komt automatisch in de eerste prioriteitengroep terecht.
    • Historische achterstand (in het aanbod van de ondersteuningsvragen)

      (oude term)
      Wanneer men het aantal inwoners van een provincie vergelijkt met het aanbod aan zorg en ondersteuning dat in die provincie beschikbaar is, merkt men op dat in de provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant en Brussel een kleiner aanbod aan zorg en ondersteuning beschikbaar is per inwoner dan in andere provincies. Dit is in het verleden zo gegroeid. Men zegt dat Antwerpen en Vlaams-Brabant en Brussel een historische achterstand hebben ten opzichte van de andere provincies. Het inhalen van deze achterstand in de provincies Antwerpen en Vlaams Brabant en Brussel tracht men te realiseren door een groter deeltje van de beschikbare middelen aan deze twee provincies toe te wijzen. Deze middelen komen uit het zogenaamde uitbreidingsbeleid

    • Hoofdcontactpersoon (HCP)

      (oude term)
      Het is de belangrijkste contactpersoon voor de ondersteuningsvrager.

      • Hij neemt de ondersteuningsvraag op in de Centrale Registratie Zorgvragen en volgt de vraag verder op.
      • Hij sluit de ondersteuningsvraag na opname af of past deze aan.
      • Hij vraagt de status Prioritair te Bemiddelen aan bij de Regionale Prioriteitencommissie.
      • Hij vraagt een convenant Prioritair te Bemiddelen aan bij de Regionale Prioriteitencommissie.
      • Hij vraagt de status Gedrags- en Emotionele Stoornissen aan bij de Regionale Instroomcommissie van Gedrags- en Emotionele Stoornissen ).

      Naast een hoofdcontactpersoon hebben sommige ondersteuningsvragers ook een nevencontactpersoon. Dit is vooral nuttig wanneer de ondersteuningsvrager een oplossing wil in een andere regio of provincie en daar dan ook bemiddeld moet worden. 
      In Persoonsvolgende Financiering werkt men niet meer met contactpersonen.  

    • Huishoudelijk Reglement (HR of HHR)

      Elk overlegorgaan en elke vergadering heeft een huishoudelijk reglement. Het huishoudelijk reglement beschrijft de doelstellingen, de taken, het verloop, de samenstelling, de vergadermethodiek en de stemprocedure van de vergadering. 

    • Huntington

      De ziekte van Huntington is een erfelijke aandoening die bepaalde delen van de hersenen aantast. De ziekte uit zich o.a. in onwillekeurige bewegingen die langzaam verergeren, verstandelijke achteruitgang en een verscheidenheid van psychische symptomen. De aandoening leidt gemiddeld na een achttiental jaren tot de dood van de patiënt(e), meestal door bijkomende oorzaken zoals longontsteking.
    • Huntington Liga vzw

      De Huntington Liga vzw is een vereniging van patiënten met de ziekte van Huntington, risicodragers, partners, familieleden en overige betrokkenen. De Huntington Liga vzw steunt voor een belangrijk deel op haar regiovertegenwoordigers.
      Meer informatie vind je op: www.huntingtonliga.be
  • I

    • Inclusie

      Inclusie betekent de volwaardige insluiting van groepen in de samenleving die op sociaal vlak vaak worden uitgesloten, zoals personen met een handicap. Inclusie gaat uit van gelijkwaardige rechten en plichten voor mensen met een handicap. Inclusie wordt vaak verward met integratie, maar gaat eigenlijk veel verder dan integratie. Bij inclusie past de omgeving zich aan de persoon met een handicap aan, bij integratie past de persoon met een handicap zich aan de omgeving aan..
    • Inclusie Vlaanderen vzw

      Inclusie Vlaanderen vzw is een gebruikersvereniging van en voor personen met een verstandelijke handicap, hun familieleden en vrienden en iedereen die inclusie nastreeft. Inclusie Vlaanderen vzw verdedigt de rechten en belangen van personen met een verstandelijke handicap.
      Meer informatie vind je op: www.inclusievlaanderen.be
    • Inclusief onderwijs (ION)

      Inclusief onderwijs biedt een alternatief voor buitengewoon onderwijs. De nadruk ligt bij inclusief onderwijs op het aanvaarden van de verscheidenheid en gelijkwaardigheid van kinderen met een handicap. In plaats van kinderen met een handicap of leerproblemen uit de gewone schoolomgeving weg te halen en naar buitengewoon onderwijs te brengen, wordt bij inclusief onderwijs de specifieke ondersteuning naar het kind gebracht in de gewone school. Daar waar geïntegreerd onderwijs de nadruk legt op integratie (waarbij het kind zich aanpast aan de bestaande schoolomgeving), wordt bij inclusief onderwijs de nadruk gelegd op het aanvaarden van de verscheidenheid van het kind. De school past zich aan de leerling en diens mogelijkheden en beperkingen aan, en niet omgekeerd.
    • Indicatiestelling (IS)

      De indicatiestelling bepaalt welke soort hulp het meest aangewezen is voor de specifieke hulpvraag die een jongere stelt.
       
      Zie ook team indicatiestelling

    • Indicatiestellingsverslag (ISV)

      Het team indicatiestelling van de intersectorale toegangspoort stelt het indicatiestellingsverslag op. Het indicatiestellingsverslag is een document waarin alle vragen naar hulp en ondersteuning die een jongere stelt, duidelijk omschreven staan. Het indicatiestellingsverslag geeft aan welk soort hulp of ondersteuning aangewezen is. Wanneer die hulp niet onmiddellijk beschikbaar is, kan er beschreven staan welke hulp er in tussentijd wel al kan worden geboden. Het document kan ook verwijzen naar hulp buiten de Vlaamse Jeugdhulp als dat nodig is, zoals kinderpsychiatrie, of naar een combinatie van verschillende vormen van hulp. Wanneer een jongere of zijn gezin niet akkoord zijn met wat er in het document geschreven staat, kunnen zij een tweede mening vragen aan een intersectorale toegangspoort van een andere provincie.
    • Individuele begeleiding of individuele ondersteuning

      Individuele begeleiding of individuele ondersteuning is één op één begeleiding van een hulpaanbieder aan een gebruiker. De begeleider geeft ondersteuning aan die éné gebruiker en niet aan meerdere gebruikers tegelijkertijd.
       
      Binnen Persoonsvolgende Financiering zijn de individuele ondersteuningsfuncties, samen met globale ondersteuningsfuncties en de oproepbare permanenties drie vormen van ondersteuningsfuncties. De individuele ondersteuningsfuncties zijn opgedeeld in individuele psychosociale begeleiding, individuele praktische hulp en globale individuele ondersteuning.  
       
      Deze term werd vroeger ook gebruikt binnen het Flexibel Aanbod Meerderjarigen. 
    • Individuele Materiële Bijstand (IMB)

      Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap kan tussenkomen in de kosten voor hulpmiddelen en aanpassingen die een persoon met een handicap nodig heeft in het dagelijkse leven, zoals bijvoorbeeld een rolstoel, een tillift, het aanpassen van de woning en van de auto, enzovoort. Die ondersteuning wordt aangeduid als Individuele Materiële Bijstand.

    • Individuele Praktische Hulp

      Individuele Praktische Hulp is één op één begeleiding van een hulpaanbieder aan een gebruiker bij de praktische ondersteuning van activiteiten in het dagelijkse leven voor een aantal uren per week. Bijvoorbeeld bij wassen, aankleden, ... .

      Individuele Praktische Hulp is één van de individuele ondersteuningsfuncties binnen Persoonsvolgende Financiering. Deze term werd ook al gebruikt bij het Flexibel Aanbod Meerderjarigen..

    • Individuele Psychosociale Begeleiding

      Individuele Psychosociale Begeleiding is één op één begeleiding van een hulpaanbieder aan een gebruiker en zijn netwerk bij de ondersteuning in de organisatie van zijn dagelijkse leven voor een aantal uren per week. Er wordt geen praktische hulp geboden, maar enkel inhoudelijke ondersteuning bij de organisatie van het leven van de gebruiker en zijn netwerk. Bijvoorbeeld ondersteuning bij de organisatie van het huishouden, het beheren van het geld, ... .

      Individuele Psychosociale Begeleiding is één van de individuele ondersteuningsfuncties binnen Persoonsvolgende Financiering. Deze term werd vroeger ook gebruikt bij het Flexibel Aanbod Meerderjarigen.
    • Informatie en Intervisie (I en I)

      (Oude Term)

      Het informatie en intervisiemoment voor contactpersonen is een halfjaarlijkse samenkomst van contactpersonen in Limburg. Doel van deze samenkomst is enerzijds contactpersonen informeren over de regels van zorgregie en anderzijds de kans geven aan contactpersonen om onderling (positieve en negatieve) ervaringen uit te wisselen. Op die manier worden zij aangemoedigd hun functie  als contactpersoon zo goed mogelijk uit te oefenen.  Gebruikersvertegenwoordigers in Limburg hebben geijverd voor deze samenkomsten nadat zij op de zorgbemiddelingsvergaderingen vaststelden dat er bij contactpersonen grote verschillen waren in basis- en achtergrondkennis over de regels van de zorgregie.  Personen met een handicap en ondersteuningsnood wiens contactpersoon niet goed op de hoogte was, werden op die manier benadeeld.

    • Informatieplicht

      De overheid en de aanbieders van zorg en ondersteuning hebben een actieve informatieplicht. Zij moeten de persoon met handicap volledig, correct en toegankelijk op regelmatige tijdstippen informeren over zijn eigen dossier, de procedures die hem in zijn context aanbelangen binnen de sector van personen met een handicap, alle mogelijkheden om een oplossing te vinden voor zijn ondersteuningsvraag, enzovoort. 

    • Informatierecht

      De ondersteuningsvrager heeft het recht om goed, volledig en op een toegankelijke wijze geïnformeerd te worden over zijn eigen dossier, de procedures die hem in zijn context aanbelangen binnen de sector van personen met een handicap, alle mogelijkheden om een oplossing te vinden voor zijn ondersteuningsvraag, ... . Het recht op informatie houdt in dat de overheid en aanbieders van zorg en ondersteuning een actieve informatieplicht hebben. 

    • Inkomensvervangende Tegemoetkoming (IVT)

      Een inkomensvervangende tegemoetkoming is een vergoeding voor personen met een handicap die kan worden toegekend als de handicap de mogelijkheden om een betaalde job uit te voeren beperkt. Het bedrag van de vergoeding is afhankelijk van de gezinssamenstelling en van de inkomsten van de persoon met een handicap zelf en van de persoon met wie hij een huishouden vormt.
    • Inschaling

      Inschalen is een inschatting maken van de hoogte van het (persoonsvolgend) budget, gebaseerd op grondig objectief onderzoek van de ondersteuningsnoden. De inschaling gebeurt door een Multidisciplinair Team. Het team brengt de noden en behoeften van personen met een handicap in kaart.

    • Inschalingsverslag

      (oude term)
      Een inschalingsverslag is het verslag dat het resultaat van de inschaling door het Multidisciplinair Team beschrijft. In dit verslag staat hoe men de ondersteuningsnoden objectief kan maken en hoe men op basis daarvan tot een voorstel komt van de hoogte van het budget dat men aan de persoon zou toewijzen.
    • Insisto

      Insisto is de verkorte benaming voor Informatica Systeem InterSectorale Toegangspoort. Via dit computerprogramma kunnen contactpersoon-aanmelders minderjarige ondersteuningsaanvragers aanmelden voor niet-rechtstreeks toegankelijke hulp bij de intersectorale toegangspoort.

    • Instapbereidheid

      (oude term)
      Instapbereidheid is de bereidheid van een ondersteuningsvrager om in te gaan op elk (zorg)aanbod van opvang en begeleiding dat aansluit bij zijn zorgvraag. Concreet betekent dit dat zodra een voorziening of dienst bereid is een ondersteuningsvrager op te nemen, die ondersteuningsvrager ook effectief moet ingaan op dit aanbod. Wie een status Prioritair Te Bemiddelen wil aanvragen, moet instapbereid zijn.
    • Instroom

      De instroomgegevens tonen het aantal nieuwe mensen die binnen een bepaalde ondersteuningsvorm (bij de volwassenen) of een bepaalde module (bij de minderjarigen) opstart (of instroomt).
      Zie ook uitstroom, doorstroom.
    • Instroommogelijkheid

      Binnen de jeugdhulp is het aanbod beschreven in modules. Een jeugdhulpaanbieder kan echter zelf bepalen hoe intensief, frequent of voor welke duur hij de modules aanbiedt en voor welke doelgroep. De manier waarop de jeugdhulpaanbieder zijn aanbod beschrijft in Insisto noemt men: een instroommogelijkheid creëren. De jeugdhulpaanbieder dient hierover goede afspraken te maken met de jeugdhulpregisseurs van de Intersectorale toegangspoort.
    • Integrale Jeugdhulp (IJH)

      Zie (Vlaamse) jeugdhulp

    • Integratietegemoetkoming (IT)

      De Integratietegemoetkoming is een vergoeding die personen met een handicap krijgen om bijkomende kosten – die verband houden met de handicap – te dragen. De persoon met een handicap kan deze middelen gebruiken om bijvoorbeeld aanpassingen te doen aan de woning, aangepast materiaal te kopen voor werk of onderwijs, enzovoort. Het bedrag van de Integratietegemoetkoming wordt onder meer bepaald door de mate van “zelfredzaamheid” van de aanvrager.

    • Interfederaal Gelijkekansencentrum (UNIA)

      De vroegere benaming van deze organisatie is het Interfederaal Centrum voor Gelijke Kansen en Bestrijding van Discriminatie en Racisme.  Deze openbare instelling komt op voorgelijke kansen en bestrijdt discriminatie. Concreet betekent dit dat zij onder meer klachten over discriminatie onderzoeken en zich burgerlijke partij stellen wanneer een klacht voor de rechtbank komt. UNIA werd in België ook aangeduid als het onafhankelijk mechanisme om te waken over de toepassing van het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap. 

    • Internaat

      Een internaat is een jeugdhulpaanbieder of school waar jongeren ook buiten de schooluren (inclusief ‘s nachts) verblijven.

    • Internering

      Internering betekent opsluiting. Internering is een gerechtelijke veiligheidsmaatregel voor personen met een psychische aandoening of verstandelijke handicap die een misdaad plegen. De rechter is hierbij van mening dat de persoon geen controle heeft over zijn daden en een gevaar vormt voor de maatschappij. In principe moet een geïnterneerde persoon behandeling krijgen zodat hij opnieuw kan deelnemen aan de maatschappij. Maar in de praktijk verblijft hij  dikwijls vele jaren in de gevangenis zonder de nodige behandeling.
    • Interprovinciaal overleg (IPO)

      (oude term) 
      Interprovinciaal Overleg is overleg van verschillende diensten of organisaties tussen provincies. Binnen de zorgregie bestaan er meerdere Interprovinciale Overleggen. Er is bijvoorbeeld een interprovinciaal overleg tussen de Coördinatiepunten Handicap van de verschillende provincies en een interprovinciaal overleg tussen de voorzitters van de regionale prioriteitencommissies.

      Het doel van een interprovinciaal overleg is om de werking en de strategieën van de verschillende provincies met elkaar te bespreken en indien nodig op elkaar af te stemmen.
    • Intersectoraal

      Intersectoraal betekent tussen verschillende sectoren.

    • Intersectoraal overleg of intersectorale samenwerking

      Intersectorale samenwerking of intersectoraal overleg betekent dat organisaties uit verschillende sectoren samenwerken of in overleg treden. Zo kunnen bijvoorbeeld organisaties uit de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg samenwerken.

    • Intersectoraal Regionaal Overlegnetwerk Jeugdhulp (IROJ)

      Het Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp is een provinciaal overleg binnen de Vlaamse Jeugdhulp. De belangrijkste opdracht van het Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp is monitoring van de Vlaamse Jeugdhulp in de eigen regio. Monitoren betekent het realiseren van de beleidscyclus: inventariseren, analyseren, remediëren, beleidsaanbevelingen formuleren en verbeteracties uitvoeren. Het Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp is samengesteld uit cliëntvertegenwoordigers, sectorvertegenwoordigers uit de zes sectoren van Vlaamse Jeugdhulp, de intersectorale toegangspoort, de dienst voor pleegzorg, de kinderpsychiatrie, de jeugdmagistratuur, de provincie en een vertegenwoordiger van de Vlaamse Gemeenschap. In elke van de vijf Vlaamse provincies en Brussel is een Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp actief. 

    • Intersectorale Prioritaire Hulpvragen-middelen (IPH-middelen)

      Dit zijn extra middelen bovenop de subsidiering die een jeugdhulpaanbieder krijgt  voor zeer complexe dossiers.  
       

    • Intersectorale regionale prioriteitencommissie (IRPC)

      De intersectorale regionale prioriteitencommissie oordeelt of een vraag van een jongere naar hulp, ondersteuning en/of assistentie binnen de niet-rechtstreeks toegankelijke hulpverlening zo dringend is dat de vraag voorrang moet krijgen op vragen van andere jongeren. De vragen naar een persoonlijke-assistentiebudget worden éénmaal per jaar beoordeeld. De meest dringende vragen krijgen een persoonlijke- assistentiebudget ter beschikking. In elke provincie is er een intersectorale regionale prioriteitencommissie.
    • Intersectorale Toegangspoort (ITP)

      De Intersectorale Toegangspoort is een orgaan binnen de Vlaamse Jeugdhulp dat beslist over de toegang tot alle niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. De bedoeling is om jeugdhulp uit verschillende sectoren gemakkelijker te kunnen combineren. De Intersectorale Toegangspoort bestaat uit twee onafhankelijk werkende teams per regio: een team indicatiestelling en een team jeugdhulpregie.  In elk van de zes regio’s vind je een intersectorale toegangspoort. De zes regio’s zijn Antwerpen, Brussel, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-brabant en West-Vlaanderen. 

    • Interventieniveau

      Het interventieniveau bepaalt de mate waarin een bepaalde functiebeperking aanwezig is bij een persoon met een handicap. Door een functiebeperking kan een persoon met handicap nood hebben aan aanpassingen en hulpmiddelen om activiteiten uit te voeren. Het interventieniveau geeft aan of een hulpmiddel een aanvulling of een vervanging is van een functie.

      Bijvoorbeeld: wie slechtziend is, kan een leesloupe nodig hebben ter aanvulling van het vermogen om goed te zien.  Wie blind is, kan een brailleregel nodig hebben (ter vervanging) om te kunnen lezen.

      De term interventieniveau gebruikt men bij de Individuele Materiële Bijstand

  • J

    • Jeugdhulpaanbieder

      Jeugdhulpaanbieders zijn organisaties die in Vlaanderen jeugdhulp aanbieden. Verschillende hulpverleningssectoren organiseren deze jeugdhulp. 

    • Jeugdhulpbeslissing (JHB)

      Een jeugdhulpbeslissing is een beslissing van het team jeugdhulpregie (of kortweg jeugdhulpregie) om jeugdhulp uit te voeren. In deze beslissing vermeldt de jeugdhulpregie de aanbevolen ondersteuning in modules, de periode waarbinnen deze jeugdhulp geboden kan worden en de jeugdhulpaanbieders waar de jongere en zijn gezin het liefst door geholpen of ondersteund willen worden.
    • Jeugdhulpregie (JHR)

      De jeugdhulpregie of het team Jeugdhulpregie is een team binnen de Intersectorale Toegangspoort. Samen met het team indicatiestelling bepalen zij wie in aanmerking komt voor intensieve ondersteuning en het type van ondersteuning dat nodig is. Het team jeugdhulpregie zoekt uit wat het meest passende en beschikbare aanbod is voor de hulpvraag en werkt hiervoor een voorstel uit binnen de 15 werkdagen. Eigenlijk houdt dit team zich bezig met de matching van de ondersteuningsvraag en aanbod.
      In elk van de zes regio’s vind je een intersectorale toegangspoort, en dus ook een team jeugdhulpregie. De zes regio’s zijn Antwerpen, Brussel, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen.
    • Jeugdhulpregisseur

      Het team jeugdhulpregie bestaat uit jeugdhulpregisseurs.
      Zie jeugdhulpregie

    • Jeugdrechtbank (JRB)

      Een jeugdrechtbank oordeelt over zaken waarin minderjarigen in gevaar zijn en waarin minderjarigen strafbare feiten hebben gepleegd.

    • Jongeren Advies Centra (JAC)

      Jongeren advies centra zijn centra voor alle jongeren die behoefte hebben aan informatie, advies of kortdurende begeleiding. Deze jongeren advies centra maken deel uit van de Centra voor Algemeen Welzijnswerk.

    • Jongerenlijn (JO-lijn)

      De Jo-lijn is een gratis luisterlijn van het Agentschap Jongerenwelzijn waar jongeren terecht kunnen voor informatie, klachtenprocedures en bemiddeling. De Jo-lijn is telefonisch of via mail te bereiken.

    • Jongerenwelzijn (JWZ)

      Verkorte benaming van het Agentschap Jongerenwelzijn.
  • K

    • Kandidaat budgethouder

      Iemand die een persoonsvolgend budget (voor de meerderjarigen) of een persoonlijke-assistentiebudget (voor de minderjarigen) heeft aangevraagd bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een handicap of bij de intersectorale Toegangspoort, maar het nog niet kreeg, is een kandidaat budgethouder.
    • Katholieke Vereniging Gehandicapten vzw (KVG)

      De Katholieke Vereniging Gehandicapten vzw is een gebruikersvereniging voor personen met een handicap, hun familieleden en vrienden, vrijwilligers en professionelen. Katholieke Vereniging Gehandicapten vzw is een christelijk geïnspireerde socio-culturele vereniging en vrijetijdsbeweging. Verspreid over heel Vlaanderen zijn duizenden vrijwilligers voor Katholieke Vereniging Gehandicapten vzw actief in al haar  plaatselijke werkingen. Naast de plaatselijke groepen biedt Katholieke Vereniging Gehandicapten vzw een gericht aanbod voor gezinnen, volwassenen met een verstandelijke handicap, jongvolwassenen met een fysieke handicap, enzovoort. Katholieke Vereniging Gehandicapten vzw vertrekt vanuit de beleving van personen met een handicap en hun netwerk. Zij streven naar kwaliteit van bestaan en een inclusieve samenleving. Meer info vind je op: www.kvg.be
    • Kenniscentrum Hulpmiddelen (KOC)

      Kenniscentrum Hulpmiddelen is de nieuwe naam voor het vroegere Kennis- en OndersteuningsCentrum. Het is een dienst binnen de afdeling Ondersteuning Doelgroepenbeleid van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Het Kenniscentrum Hulpmiddelen verzamelt en verspreidt kennis over hulpmiddelen en aanpassingen. Daarnaast ondersteunt het Kenniscentrum Hulpmiddelen het werkveld. Zij geven ook beleidsadvies over de materie hulpmiddelen en aanpassingen. De hulpmiddelendatabank van het Kenniscentrum Hulpmiddelen, de Vlibank, bevat gegevens over duizenden hulpmiddelen en aanpassingen. 

    • Kind en Gezin (K&G)

      Kind en Gezin is een dienst van de Vlaamse overheid die het welzijn van jonge kinderen en hun gezinnen wil vergroten.
      Kind en Gezin doet dit door:
      • preventieve gezinsondersteuning: Kind en Gezin begeleidt elke (nieuwe) ouder van bij de zwangerschap tot het kind 3 jaar is met informatie, praktische tips en ondersteuning. De dienstverlening is gratis.
      • kinderopvang: Kind en Gezin organiseert zelf geen opvang, maar regelt de kinderopvang in Vlaanderen en in Brussel en volgt deze nauw op. Dit geldt zowel voor de opvang van allerkleinsten als voor de opvang van de kinderen uit het basisonderwijs.
      • adoptie: Kind en Gezin informeert en begeleidt iedereen met een adoptiewens doorheen de volledige adoptieprocedure. Specifiek gebeurt dat door het Vlaams Centrum voor Adoptie, een dienst binnen Kind en Gezin.
    • Kinderpsychiatrische Dienst (K-dienst)

      De reguliere Kinderpsychiatrische diensten richten zich naar kinderen en jongeren met een psychiatrische of psychische problematiek. Kinderpsychiatrische diensten bieden crisisopname en/of observatie en behandeling aan. Deze diensten kunnen via verschillende ondersteuningsvormen werken, zoals: residentiële opname, dagopname, ambulante begeleiding, mobiele begeleiding,… .
    • Klare Taal

      Klare Taal is taalgebruik dat toegankelijk en begrijpelijk is, ook voor personen met een verstandelijke handicap en/of personen met leermoeilijkheden of een autismespectrumstoornis.
    • Knelpunt(dossier) (binnen Bijzondere Jeugdbijstand en het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap)

      Knelpuntdossiers zijn dossiers waarvan de complexiteit van de hulpvraag een combinatie van hulpaanbod vraagt van verschillende personen of jeugdhulpaanbieders. Om een knelpuntdossier te worden, moet het dossier aan de erkenningsvoorwaarden voldoen. De nieuwe term voor knelpuntdossier is: “intersectoraal prioritair toe te wijzen hulpvragen”.
    • Koepel(organisatie)

      Met koepel of koepelorganisatie bedoelen we een overkoepeling van organisaties. De directies van de aanbieders binnen de sector Welzijn zijn aangesloten bij een koepel. De koepel behartigt de belangen van haar leden binnen het sociaal overleg. Binnen de geleding van de vergunde aanbieders zijn er twee koepels: het Vlaams Welzijnsverbond en de federatie van Sociale Ondernemingen.

      De geledingen van verwijzers en gebruikers hebben geen koepel maar een platform. Een platform legt de klemtoon op haar ondersteunende rol, terwijl een koepel zelfstandig, in naam van haar ledenorganisaties, standpunten kan innemen en het woord kan nemen in het sociaal overleg.
    • Koninklijk besluit (KB)

      Een koninklijk besluit is een besluit van de regering. Hoewel de koning als eerste het besluit ondertekent, is hij niet zelf verantwoordelijk. Om die reden worden koninklijke besluiten ook ondertekend door de betrokken minister of ministers en/of door de staatssecretaris of staatssecretarissen.

    • Kortverblijf of Kortopvang (KV of KO)

      Kortverblijf of Kortopvang is een tijdelijke, kortdurende vorm van ondersteuning voor personen met een handicap door een aanbieder van zorg en ondersteuning. Soms kan het sociaal netwerk gedurende een korte periode, door welke om­standigheden ook, de persoon met een handicap niet ondersteunen. Dan kan het nodig zijn om de persoon met een handicap tijdelijk ergens anders op te nemen. In die gevallen is kortopvang een mogelijke oplossing.

      Binnen de jeugdhulp spreekt men eerder over kortdurig verblijf voor minderjarigen met een handicap. Dit rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp typemodule kan gedurende maximaal 92 dagen per jaar ingezet worden.
      In het kader van de invoering van de Persoonsvolgende Financiering in de sector van volwassen personen met een handicap is de regelgeving rond kortverblijf nog volop in evolutie.
    • Kwaliteit van Bestaan (KvB)

      Kwaliteit van Bestaan is een combinatie van objectief meetbare en subjectieve factoren die bepalen of iemand tevreden is over zijn leven. Heel wat verschillende aspecten en factoren spelen een rol bij kwaliteit van bestaan: 

      • Het emotioneel welbevinden
      • Persoonlijke relaties
      • Materiaal welbevinden
      • Persoonlijke ontwikkeling
      • Lichamelijk welbevinden
      • Zelfbeschikking
      • Sociale integratie
      • Rechten

      De term “Kwaliteit van Bestaan” is een vertaling van het Engelse “Quality of Life”. “Kwaliteit van Leven” in het Nederlands is veel beperkter, en gaat enkel over de basiszorgen die een persoon al dan niet krijgt. Voorbeelden van basiszorgen zijn een dak boven het hoofd hebben, kunnen eten en lichamelijke verzorging krijgen)

  • L

    • Leefkosten

      Leefkosten zijn alle kosten die een persoon met een handicap maakt om te leven. Bijvoorbeeld, kosten voor voeding, drank, onderhoud en schoonmaak, internet, telefoon, kleding, vervoer, verzekeringen, ontspanning, medicatie, ... 

    • Leerzorg

      Leerzorg is het geheel van zorgmaatregelen die in het onderwijs worden aangeboden om leerlingen met specifieke noden te begeleiden en te ondersteunen tijdens hun schoolloopbaan.

    • Liberale Vereniging van Personen met een Handicap vzw (LVPH)

      De Liberale Vereniging van Personen met een handicap vzw is een gebruikersvereniging voor personen met een handicap en hun familieleden en vrienden. Vanuit een liberale overtuiging streeft de vereniging naar een gelijkwaardige behandeling en een versterking van personen met een handicap. Het doel van de Liberale Vereniging van Personen met een Handicap vzw is een samenleving waar iedereen gelijk en vrij is.

      Meer info vindt u op: http://www.lvph-lm.be/
    • Lijstpatiënt

      De term lijstpatiënten verwijst naar mensen die via het RIZIV zijn opgelijst met het oog op een langdurig verblijf in een psychiatrische voorziening. In 1990 werden door het RIZIV ongeveer 7000 personen in België op een lijst geplaatst (de zogenaamde lijstpatiënten). Deze lijstpatiënten waren mensen die ten onrechte waren opgenomen in de psychiatrie, en voornamelijk mensen met een verstandelijke handicap. Voor hen werden ‘uitdovende’ bedden in de psychiatrie voorbehouden. Het zijn uitdovende bedden: als de patiënten overlijden of het Psychiatrisch Verzorgingstehuis verlaten, wordt het bed niet langer gefinancierd.
    • Limburg

      Limburg is één van de vijf Vlaamse provincies. De andere zijn: West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Vlaams Brabant. In het kader van zorgregie, wordt het Vlaams gedeelte van Brussel bij de provincie Vlaams Brabant genomen.

    • Logeerfunctie

      (oude term)
      Internaten en Tehuizen (Werkenden en Niet-Werkenden) kunnen de mogelijkheid bieden om personen met een handicap voor een korte duur (minstens 12 uur, overnachting inbegrepen) op te vangen. Gedurende deze logeerperiode staat de voorziening in voor de noodzakelijke begeleiding en behandeling. Een persoon met een handicap kan maximaal 30 dagen per jaar gaan logeren. Om gebruik te mogen maken van deze opvangvorm volstaat een positieve beslissing van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap voor gelijk welke zorgvorm.
       
      Binnen de Persoonsvolgende Financiering spreekt men over de ondersteuningsfunctie ‘woonondersteuning’. 
    • Lokaal OverlegPlatform (LOP)

      Het Lokaal Overleg Platform is een orgaan waarin verschillende partners uit de sector onderwijs elkaar ontmoeten. Voorbeelden van deze partners zijn ouders, vertegenwoordigers van de organisaties voor kansengroepen, schoolopbouwwerk, lokale besturen, vertegenwoordigers uit het katholieke onderwijs, vertegenwoordigers uit het gemeenschapsonderwijs, ... . De lokale overlegplatformen onderzoeken samen wat hoe zij gelijke kansen voor alle leerlingen om te leren en zich te ontwikkelen kunnen realiseren.

      Alle Vlaamse regio’s en de grote steden hebben een eigen Lokaal Overleg Platform. De Lokale Overlegplatformen werden opgericht vanuit het Gelijke Onderwijskansen-I Decreet van 1 januari 2003.

      Een Lokaal Overleg Platform heeft verschillende opdrachten:
      • Onderzoek: in kaart brengen van de lokale situatie van de gelijke onderwijskansen
      • Advies: over het thema van gelijke kansen op lokaal, provinciaal en gewestelijk vlak
      • Bemiddelen: in het kader van doorverwijzing van een leerling
      • Ondersteunen: doorgeven van goede praktijkvoorbeelden en eventueel instrumenten ontwikkelen om het inschrijvingsrecht mee helpen te realiseren.
    • Lus vzw

      Lus vzw is een kennis- en ervaringscentrum over netwerkontwikkeling en gemeenschapsvorming. Waarbij kunnen ze helpen?
      • Mensen met elkaar in contact brengen.
      • Een sterk persoonlijk netwerk uitbouwen.
      • De levenskwaliteit van personen met een handicap verhogen. 

      Deze organisatie krijgt subsidies van het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van de Vlaamse overheid.
      LUS vzw is ook de mentororganisatie van de Diensten Ondersteuningsplan: zij ondersteunen vanuit een coachende rol de werking van de Diensten Ondersteuningsplan.
  • M

    • Maatschappelijke noodzaak (MaNo of MN)

      Binnen de Vlaamse Jeugdhulp spreekt men over maatschappelijke noodzaak (MN of MaNo) wanneer de samenleving het nodig vindt om in een verontrustende situatie rond een jongere in te grijpen. Een verontrustende situatie is een situatie waarin de ontwikkelingskansen en/of de integriteit van de jongere in gevaar komt.  Het ondersteuningscentrum jeugdzorg heeft een hoofdrol in het onderzoek naar de verontrustende situatie en het gevolg dat hier, al dan niet via het parket, aan gegeven wordt.

      Ook bij volwassenen met een handicap kan een Regionale Prioriteitencommissie oordelen dat er een maatschappelijke noodzaak is om in te grijpen.  Wanneer er sprake is van ernstige verwaarlozing of misbruik van een persoon met een handicap of van iemand binnen zijn gezin, kan er onmiddellijk een Persoonsvolgend Budget worden toegekend.

    • Maatwerkbedrijf

      Een maatwerkbedrijf is een bedrijf dat personen met een (arbeids)handicap tewerkstelt. Het gaat om personen die niet op de gewone arbeidsmarkt terecht kunnen. Een maatwerkbedrijf biedt werk op maat van de persoon, begeleiding op en naast de werkvloer, sociaal-emotionele ondersteuning en loopbaanbegeleiding.
    • Mantelzorg

      Mantelzorg is alle extra zorg en ondersteuning die mensen geven aan familieleden of vrienden die hulpbehoevend zijn doordat ze een fysieke handicap, verstandelijke handicap, een psychische aandoening, hoge leeftijd, ... hebben. Het familielid of de vriend geeft die zorg en ondersteuning omdat hij of zij een sociale relatie heeft met de persoon in kwestie. Dit is dus niet hetzelfde als vrijwilligerswerk en is ook geen professionele (betaalde) hulpverlening.

    • Medisch-Pedagogisch Instituut (MPI)

      (oude term)
      Een medisch-pedagogisch instituut is een voorziening waar jongeren met een handicap kunnen verblijven en naar school kunnen gaan.
      Een medisch pedagogisch instituut heeft dus een aangepaste verblijfsvoorziening (internaat) en een school voor buitengewoon onderwijs. Vaak is aan een medisch-pedagogisch instituut ook een revalidatiecentrum verbonden. Een medisch-pedagogisch instituut richt zich meestal specifiek naar een bepaald type handicap. Zo zijn er medisch-pedagogisch instituten voor personen met een auditieve, visuele, motorische of verstandelijke handicap.

    • Medische ondersteuningsnood (personen met een zware medische ondersteuningsnood) (MED +/++)

      (oude term)
      Sommige personen hebben veel medische zorg, ondersteuning en omkadering nodig. Men noemt hen personen met zware medische ondersteuningsnood. Er zijn verschillende gradaties: MED, MED+ en MED++. Voor personen met de status MED++ zijn er speciale plaatsen voorzien waar het aanbod is afgestemd op de specifieke noden van de ondersteuningsvragers.


    • Meerderjarigen (M+)

      Wettelijk gezien zijn personen meerderjarig vanaf 18 jaar. Binnen de VAPH-sector kunnen meerderjarige ondersteuningsvragers echter vaak tot de leeftijd van 21 jaar in een Multifunctioneel Centrum blijven.
      Wanneer er na de leeftijd van 21 jaar geen opvang of begeleiding wordt gevonden bij de aanbieders van zorg en ondersteuning voor volwassenen, mag de ondersteuningsvrager tot maximaal 25 jaar in een Multifunctioneel Centrum blijven. Personen die een juridische beschermingsmaatregel nodig hebben (bijvoorbeeld personen met een ernstige verstandelijke handicap), kunnen onder bewindvoering geplaatst worden.  
    • Meerjarenanalyse (MJA)

      Het beleid verzamelt gegevens gedurende enkele jaren. Het beleid onderzoekt en analyseert die gegevens. Dit onderzoek en de analyse geeft het beleid weer in een meerjarenanalyse. Op basis van deze gegevens stelt het beleid mogelijkheden voor van hoe het beleid eruit kan gaan zien in de komende jaren, en men stelt een planning op. Dit noemt het meerjarenplan.
    • Meerjarenplan (MJP)

      Een meerjarenplan is planning van de activiteiten van de komende jaren. Vele bedrijven, organisaties en de overheid stellen een meerjarenplan op om een duidelijk overzicht te hebben van wat er in de volgende jaren allemaal moet gebeuren en hoe dat moet gebeuren. Ook de sector van personen met een handicap maakt een meerjarenplan op over de zorg en ondersteuning voor personen met een handicap.
    • Migratievraag

      Een minderjarige die al zorg en ondersteuning heeft binnen de Vlaamse jeugdhulp, maar eigenlijk liever diezelfde of een minder intensieve vorm van ondersteuning wil door een andere aanbieder van zorg en ondersteuning (bijvoorbeeld dichter bij huis) heeft een migratievraag. Voorwaarde is wel dat de aanbieder die de jongere nu ondersteunt een plaats openstelt voor een andere jongere. De aanbieder waar de jongere naartoe wil, moet ook bereid zijn die jongere ondersteuning te bieden.
    • mijnvaph.be

      Een meerderjarige ondersteuningsvrager kan zijn persoonlijk dossier bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap digitaal (of elektronisch) inkijken en opvolgen. Het persoonlijke dossier is raadpleegbaar op de website mijnvaph.be. De ondersteuningsvrager heeft zijn elektronische identiteitskaart en een kaartlezer hiervoor nodig.
      Via het elektronisch dossier kan de ondersteuningsvrager zelf onder andere aanvragen en goedkeuringen van hulpmiddelen en/of ondersteuningsvragen opvolgen. Ook kan hij op zijn elektronisch dossier zijn ondersteuningsplan Persoonsvolgende Financiering of zijn checklist voor de aanvraag van een noodsituatie indienen, zijn punten Rechtstreeks Toegankelijke Hulp opvolgen, enzovoort. 
       
      Ook minderjarigen die een hulpmiddelendossier hebben, Persoonlijke-Assistentiebudget hebben, of gebruik maken van niet-rechtstreeks toegankelijke hulp via een Multifunctioneel Centrum hebben een eigen elektronisch dossier in mijnvaph.be. Minderjarigen die in het verleden op de wachtlijst stonden bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap hebben ook een elektronisch dossier in mijnvaph.be. Diegenen met enkel een jeugdhulpbeslissing Persoonlijke-Assistentiebudget of Zorg in Natura, maar nog wachtende zijn hebben geen dossier bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, en hebben dan ook (nog) geen toegang tot mijnvaph.be.

    • Minderjarigen (M-)

      Wettelijk gezien zijn alle personen onder 18 jaar minderjarig.
      In de sector van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap kunnen meerderjarige ondersteuningsvragers tot de leeftijd van 21 jaar in een Multifunctioneel Centrum blijven. Vindt de ondersteuningsvrager na de leeftijd van 21 jaar geen opvang of begeleiding in een aanbieder van zorg en ondersteuning voor volwassen, dan mag hij tot maximum 25 jaar in de Multifunctioneel Centrum blijven. Personen die een juridische beschermingsmaatregel nodig hebben, kunnen onder bewindvoering geplaatst worden. .
    • Ministerieel Besluit (MB)

      Een Ministerieel Besluit is een besluit van een minister. Een Koninklijk Besluit beschrijft hoe een wet moet uitgevoerd worden. Het is de regering die een Koninklijk Besluit opstelt.  Voor meer details over de uitvoering kan de bevoegde minister individueel een ministerieel besluit opstellen. Vanaf verschijning in het Belgisch Staatsblad, wordt het ministerieel besluit bindend.

    • Mobiel

      Mobiel betekent verplaatsbaar.
      Bij mobiele ondersteuning gaat de persoon die (professionele) ondersteuning biedt, naar de ondersteuningsvrager, om hem in zijn thuisomgeving te ondersteunen.

    • Module

      Het jeugdhulpaanbod wordt omschreven in modules. Een module is een afgelijnd pakket van ondersteuning dat een jongere kan krijgen bij een jeugdhulpaanbieder. Door het rechtstreeks toegankelijke en het niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpaanbod te omschrijven in modules, wordt er één duidelijke taal en terminologie gebruikt, over de verschillende sectoren heen. Een jongere kan verschillende modules combineren.
      Voorbeelden van modules zijn module verblijf, module dagbegeleiding, module kortdurend (crisis)verblijf.
    • Motorische handicap

      De term motorisch verwijst naar het vermogen om te bewegen. Een persoon met een motorische handicap beperkt de fysieke mogelijkheden van een persoon om zich te kunnen bewegen.

    • MS-Liga Vlaanderen vzw

      De MS-liga is een gebruikersvereniging voor personen met Multiple Sclerose en hun familieleden en vrienden. Enkele doelstellingen van deze vereniging zijn:

      • Informeren;
      • Geven van psychosociale begeleiding aan personen met Multiple Sclerose en hun netwerk;
      • Bemiddelen en begeleiden van de doelgroep in het ingewikkelde netwerk van sociale en financiële voorzieningen;
      • Sensibiliseren van de maatschappij;
      • Wetenschappelijk onderzoek stimuleren.

      Meer informatie vind je op: www.ms-sep.be

    • Multidisciplinair Onderzoek (MDO)

      Een Multidisciplinair Onderzoek is een onderzoek dat vaststelt of iemand een handicap heeft, en of die ernstig genoeg is om ondersteuning van het Vlaams Agentschap voor Personen met een handicap te kunnen krijgen. Verder moet uit een multidisciplinair onderzoek ook blijken wat de persoon met handicap nodig heeft aan zorg en/of aan hulpmiddelen voor zijn sociale participatie (wonen, werken, vrije tijd). Dit onderzoek dient te gebeuren door een Multidisciplinair Team dat hiervoor erkend is door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.

    • Multidisciplinair team (MDT) of verwijzende instantie

      De multidisciplinaire teams zijn door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap erkend om een multidisciplinair verslag op te stellen. Een multidisciplinair team bestaat uit mensen met een verschillende specifieke opleiding en beroep (bv. een psycholoog, een dokter, een maatschappelijk werker). Ze gaan de handicap samen onderzoeken en vaststellen wat de persoon met een handicap nodig heeft. De persoon met een handicap wordt op die manier ingeschaald
      Een Multidisciplinair Team noemt men ook een ‘verwijzende instantie’ omdat zij personen met een handicap doorverwijzen naar een ondersteuningsaanbod van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.

      De meeste teams zijn gespecialiseerd, bv.:
      • in een bepaalde leeftijdsgroep: kinderen en/of volwassenen
      • in een bepaald type handicap: bijvoorbeeld blinden en slechtzienden
      • in een bepaald soort ondersteuning: bv. hulpmiddelen, Persoonlijke-Assistentiebudget, begeleidingen door diensten of opvang in aanbieders van zorg en ondersteuning.
    • Multidisciplinair verslag (MDV)

      Wie hulp en bijstand van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap  wil, moet naar een Multidisciplinair Team gaan. Dat team stelt een multidisciplinair verslag op. In dit verslag komen alle gegevens:

      • die belangrijk zijn om de handicap en de aard van de handicap vast te stellen.
      • die de vraag voor bijstand van een persoon met een handicap erkennen.
      • over de medische, psychosociale en sociale achtergrond van de ondersteuningsvrager.
    • Multifunctioneel Centrum (MFC)

      Alle aanbieders van zorg en ondersteuning voor minderjarige personen met een handicap met een erkenning voor residentiële of semi-residentiële opvang zijn multifunctionele centra. In een multifunctioneel centrum kan de minderjarige op een soepele manier verblijfdagondersteuning én mobiele begeleiding krijgen.  Vroeger konden deze aanbieders alleen de ondersteuning aanbieden waarvoor ze een erkenning hadden: internaat of dagondersteuning. Mobiele begeleiding kon alleen geboden worden door de thuisbegeleidingsdiensten. De versoepeling in de regelgeving is er gekomen met het doel een soepeler zorgaanbod te kunnen doen en de gemiddelde duur van residentiële opvang in te perken.

    • Multiple Sclerose (MS)

      Multiple Sclerose is een aandoening van het centrale zenuwstelsel (de hersenen en het ruggenmerg). De ziekte heeft heel wat beperkingen tot gevolg. Multiple Sclerose is een progressieve ziekte. Dat wil zeggen dat de ziekte evolueert en de lichamelijke toestand van de patiënt(e) steeds meer aantast.
    • My Assist vzw

      My Assist vzw is een bijstandsorganisatie. Daarnaast zijn ook Absoluut vzw, Alin vzw, ZOOM vzw en Onafhankelijk leven vzw bijstandsorganisaties.
      My Assist vzw helpt personen met een handicap met een persoonsvolgend budget om zelf hun handicapspecifieke zorg en ondersteuning te regelen. Deze vereniging helpt mensen met een cashbudget, maar ook mensen met een voucher. De vereniging helpt de budgethouders bij het opstarten, uitgeven en beheren van hun budget. Op vraag van de budgethouder kan deze vereniging ook helpen in de onderhandeling met de zorgaanbieders.
       
      Meer informatie vind je op: www.myassist.be

  • N

    • N-waarde

      Deze waarde geeft de nood aan oproepbare nachtpermanentie van een persoon met een handicap weer. De N-waarde is één van de elementen die de zorgzwaarte van een persoon met handicap bepalen, en via deze weg dus ook de grootte van het Persoonsvolgend Budget

    • NEMA vzw

      zie Vlaamse vereniging neuromusculaire aandoeningen vzw
    • Netwerk

      Een netwerk is een groep/geheel van mensen of diensten die met elkaar in verbinding staat en die mogelijk zorg of ondersteuning voor elkaar opneemt. Het netwerk van mensen met een handicap bestaat in de eerste plaats uit hun gezin, familie, vrienden, hun buurt. Dit is het sociale of natuurlijke netwerk. Een netwerk kan ook ruimer en professioneel zijn. Zo kan bijvoorbeeld een huisarts, een dienst voor poetshulp of een voorziening voor personen met een handicap deel uitmaken van iemands netwerk.

    • Netwerk Onafhankelijke Cliëntondersteuning (NOC)

      Het Netwerk Onafhankelijke Cliëntondersteuning is een samenwerkingsverband in Limburg tussen:
      • Aanbieders van zorg en ondersteuning erkend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
      • Gebruikersorganisaties
      • Verwijzers
      • Welzijnsorganisaties uit aangrenzende sectoren

      Zij bieden cliëntondersteuning aan vanuit de visie van trajectbegeleiding: ondersteuning van personen met een handicap in heel hun traject van kennismaking, intake tot effectieve ondersteuning.
    • Nevencontactpersoon

      (oude term)
      Naast een hoofdcontactpersoon hebben ondersteuningsvragers soms ook een nevencontactpersoon. Dit is vooral nuttig wanneer de ondersteuningsvrager een oplossing wil in een andere regio of provincie en daar dan ook bemiddeld moet worden. De nevencontactpersoon heeft niet dezelfde rechten als een hoofdcontactpersoon. Deze persoon kan de gegevens van de ondersteuningsvraag enkel inkijken. Hij kan niets veranderen in het dossier. Een nevencontactpersoon kan een ondersteuningsvrager ook aanmelden voor open plaatsen.
    • Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH)

      Niet-aangeboren hersenletsel is een verzamelterm voor alle letsels aan de hersenen die ontstaan zijn na de geboorte. De oorzaken van niet-aangeboren hersenletsel zijn zeer gevarieerd:
      • Langdurig zuurstofgebrek van de hersenen (bijvoorbeeld bij verdrinking of verstikking);
      • Stoornis in de bloedtoevoer naar de hersenen (bijvoorbeeld bij een hersenbloeding of bij een hartstilstand);
      • Trauma (een ongeluk met hersenletsel),
      • Infectie van het hersenweefsel,
      • Enzovoort.
      Niet-aangeboren hersenletsels kunnen een invloed hebben op de motoriek en/of de cognitieve functies van de patiënten. 
    • Niet-Rechtstreeks Toegankelijke Hulp (NRTH) of trap 2

      Niet-Rechtstreeks Toegankelijke Hulp is langdurige, intensieve en handicapspecifieke zorg en ondersteuning waarvoor je een Persoonsvolgend Budget kan aanvragen bij het Vlaams agentschap voor personen met een handicap.
      Niet-Rechtstreeks Toegankelijke Hulp noemt men ook trap 2 van de Persoonsvolgende Financiering.
    • Niet-Rechtstreeks Toegankelijke Jeugdhulp

      Niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp is gespecialiseerde en intensieve hulpverlening voor minderjarigen. Deze hulpverlening kan enkel ingezet worden met het akkoord en de tussenkomst van de intersectorale toegangspoort.

    • Niets over ons zonder ons (NOOZO)

      ‘Niets over ons zonder ons’ is een project van 22 gebruikersverenigingen en organisaties van personen met een handicap. Het project wil het VN-verdrag over de rechten van mensen met een handicap integreren in de gemeenten en de gewesten. De bedoeling is ervoor te zorgen dat mensen met een handicap meer inspraak krijgen in het beleid.
    • Noodsituatie (NS)

      Een noodsituatie is een onvoorziene, plotse situatie waarbij begeleiding of opvang voor de persoon met handicap direct nodig is, doordat de zorgdragers en ondersteuners niet meer in staat zijn de zorg en ondersteuning voor de persoon met handicap op te nemen (bvb door overlijden of crisisopname van de zorgdrager in het ziekenhuis). Zonder deze directe begeleiding of opvang komt de lichamelijke of geestelijke gezondheid van de persoon met handicap en/of van zijn omgeving in groot gevaar. Het plotse en onvoorziene van de situatie moet je zeer strikt interpreteren om een erkenning van de noodsituatie te kunnen krijgen.

      Als het Vlaams agentschap voor personen met een handicap de situatie erkent als noodsituatie, krijgt de ondersteuningsvrager een budget voor een periode van maximaal 22 weken.

      Na 10 weken moet de ondersteuningsvrager de tijdelijkheid van zijn situatie evalueren via een vragenlijst van het Vlaams Agentschap voor personen met een handicap. Als het Vlaams Agentschap voor Personen met een handicap erkent dat de noodsituatie van blijvende aard is, kan zij een persoonsvolgend budget na noodsituatie toekennen. Dit budget is blijvend. De ondersteuningsvrager moet een aanvraag voor een persoonsvolgend budget indienen volgens de gewone weg (via een ondersteuningsplan en een multidisciplinair verslag). Specifiek in deze procedure is dat de Regionale Prioriteitencommissie geen rol meer heeft: zij hoeven de aanvraag niet toe te wijzen aan een prioriteitengroep. Als het Vlaams agentschap voor personen met een handicap erkent dat de situatie van onbepaalde duur is, kent zij automatisch een budget toe.

      De ondersteuningsvrager kan eerst een voorlopig ondersteuningsplan indienen op basis waarvan het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap de budgethoogte kan bepalen. Voor het definitieve plan en het multidisciplinair onderzoek heeft de ondersteuningsvragen maximaal 1 jaar de tijd.

    • Nursingstehuis (NT)

      (oude term)
      Andere benaming voor Tehuis Niet-Werkenden – Nursing.
  • O

    • Objectivering

       
      Met objectivering bedoelt men het objectief onderzoeken van de ondersteuningsnood.
       
      Zie ook Inschaling

    • Observatie- en BehandelingsCentrum (OBC)

      Een observatie- en behandelingscentrum is een centrum voor diagnose en hulpverlening aan jongeren met gedragsproblemen of emotionele stoornissen, vanuit een vermoeden van handicap. Het doel van een observatie- en behandelingscentrum is om door intensieve observatie te komen tot een genuanceerde diagnose van de handicap, het probleem of de stoornis en daarna, op basis van de bevindingen, passend door te verwijzen.

    • Onafhankelijk Leven vzw (OL)

      Onafhankelijk Leven vzw is een bijstandsorganisatie. Daarnaast zijn ook Absoluut vzw, Alin vzw, ZOOM vzw en MyAssist vzw bijstandsorganisaties.
      Onafhankelijk Leven vzw helpt personen met een handicap met een persoonsvolgend budget om zelf hun handicapspecifieke zorg en ondersteuning te regelen. Deze vereniging helpt mensen met een cashbudget, maar ook mensen met een voucher. De vereniging helpt de budgethouders bij het opstarten, uitgeven en beheren van hun budget. Zij ondersteunen ook minderjarigen met een Persoonlijke-assistentie budget. Op vraag van de budgethouder kan deze vereniging ook helpen in de onderhandeling met de zorgaanbieders.
       
      Onafhankelijk Leven was vroeger een budgethoudersvereniging.
      Meer informatie vind je op : www.onafhankelijkleven.be.  
    • Onbekwaamheidsverklaring

      Zie Bewindvoering.

    • Onbekwaamverklaring

      Zie Bewindvoering

    • Ondersteuning (op maat)

      Ondersteuning is het geheel van dienstverlening die een persoon met handicap nodig heeft om te kunnen leven zoals hij wil.  Het is met andere woorden die vorm van dienstverlening die optimaal is afgestemd op de noden, verwachtingen en mogelijkheden van de persoon met een handicap. Dit is ondersteuning op maat. Gebruikersorganisaties verkiezen de term ondersteuning boven de term zorg, omdat deze term meer de autonomie van de persoon met handicap onderstreept. De term zorg impliceert een meer afhankelijke positie van de persoon met handicap..
    • Ondersteuningsbron

      Ondersteuningsbron is een verzamelnaam voor alle personen en organisaties in de omgeving van de persoon met handicap die hem kunnen helpen om zijn ondersteuningsnoden te voldoen. Een ondersteuningsbron is bijvoorbeeld een persoonlijke assistent, sociaal netwerk, familielid, een dienst buiten de sector van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, een vergunde (ondersteunings)aanbieder, enzovoort. 
    • Ondersteuningscentrum Jeugdzorg (OCJ)

      Een ondersteuningscentrum jeugdzorg is een dienst van het agentschap jongerenwelzijn die advies en ondersteuning biedt aan hulpverleners bij verontrustende situaties van minderjarigen. Er zijn meerdere ondersteuningscentra jeugdzorg per provincie: 1 per regio.
      Het ondersteuningscentrum jeugdzorg streeft in de eerste plaats naar ‘vrijwillig aanvaarde’ hulp, maar indien nodig kunnen zij dossiers overmaken aan het parket. Net als het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling is een ondersteuningscentrum Jeugdzorg ook een gemandateerde voorziening.

    • Ondersteuningsfuncties

      Binnen de Persoonsvolgende Financiering beschrijft men de handicapspecifieke ondersteuning in ondersteuningsfuncties.

      De drie ondersteuningsfuncties zijn:
      • Oproepbare permanentie
      • Individuele ondersteuningsfuncties
      • Globale ondersteuningsfuncties
    • Ondersteuningsnood

      De ondersteuningsnood is de ondersteuning die een persoon met een handicap nodig heeft en wenst om zijn leven te kunnen organiseren zoals hij zelf wil. 

    • Ondersteuningsplan (OP) (Individueel versus Persoonsvolgend Budget)

      Een (individueel) ondersteuningsplan is een plan waarbij de persoon met handicap nagaat welke ondersteuningsnoden hij heeft op alle domeinen van het leven. In het ondersteuningsplan bekijkt hij ook op welke ondersteuningsbronnen hij beroep kan doen. Dit betekent dat hij bekijkt welke hulpmiddelen hij zelf zou kunnen gebruiken (1), en wie hem welke ondersteuning kan geven: zijn gezin (2), zijn familie en kennissen (3), de reguliere diensten (4) en/of de handicapspecifieke diensten erkend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (5). Dit zijn de vijf concentrische cirkels van ondersteuning.
       
      Het ondersteuningsplan Persoonsvolgend Budget is een meer beknopte versie van het Individueel Ondersteuningsplan. De nadruk van het ondersteuningsplan Persoonsvolgend Budget wordt vooral gelegd op de handicapspecifieke ondersteuning die betaald wordt door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. 
      De persoon met handicap kan het ondersteuningsplan Persoonsvolgend Budget zelf invullen. Hij kan zich ook laten helpen door iemand uit zijn familie of omgeving, een Dienst Ondersteuningsplan, een Multidisciplinair Team, een Gebruikersorganisatie, …
    • Ondersteuningsvraag

      Een ondersteuningsvraag is een concrete vraag naar zorg en ondersteuning door een persoon met handicap die hij stelt aan het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. De gebruikersgeleding verkiest de term ondersteuningsvraag, en niet de term zorgvraag. Ondersteuning is ruimer dan zorg.


    • Ondersteuningsvrager

      Dit is de persoon met een handicap met een (geregis­treerde) ondersteuningsvraag. De gebruikersgeleding verkiest de term ondersteuningsvragers. Ondersteuning is ruimer dan zorg. 
    • Onderwijstype

      Het buitengewoon onderwijs wordt georganiseerd van de kleuterschool tot de middelbare school. Er bestaan negen onderwijstypes en elk type komt overeen met een bepaalde doelgroep:

      • Type 1 (Basisaanbod) kinderen met een lichte verstandelijke handicap en kinderen met leerstoornissen. Dit onderwijstype is voor jongeren met specifieke onderwijsbehoeften voor wie het gemeenschappelijk curriculum met redelijke aanpassingen niet haalbaar is in een school voor gewoon onderwijs.
      • Type 2: kinderen met een matige of ernistige verstandelijke handicap
      • Type 3: kinderen met ernstige emotionele of gedragsproblemen
      • Type 4: kinderen met een fysieke handicap
      • Type 5: kinderen die zijn opgenomen in een ziekenhuis of preventorium
      • Type 6: kinderen met een visuele handicap
      • Type 7: kinderen met een auditieve handicap
      • Type 8: kinderen met ernstige leerstoornissen
      • Type 9: kinderen met een autismespectrumstoornis zonder verstandelijke handicap 
    • Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum (OOOC)

      Een Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum is een jeugdhulpaanbieder erkend door het Agentschap Jongerenwelzijn. Jongeren kunnen er (vrijwillig of via de jeugdrechter) terecht voor:
      • Onthaal: onmiddellijke opvang van jongeren die niet naar huis kunnen of niet onmiddellijk voor de jeugdrechter kunnen verschijnen
      • Oriëntatie: bepalen van het meest geschikte hulpverleningstraject
      • Observatie: langdurige observatie met als doel het geschikte hulpverleningstraject vast te stellen.
    • Onze Nieuwe Toekomst vzw (ONT)

      Onze Nieuwe Toekomst is een gebruikersvereniging van en voor mensen met een verstandelijke handicap. Onze Nieuwe Toekomst is een beweging die vooral wil laten zien dat mensen met een verstandelijke handicap mensen zijn met eigen mogelijkheden. Zij verdedigen de mensenrechten van mensen met een verstandelijke beperking, en zij willen gezien worden als sterke mannen en vrouwen. Meer informatie vind je op: www.ont.be
    • Oost-Vlaanderen (OVL)

      Dit is één van de vijf Vlaamse provincies. De andere zijn: West-Vlaanderen, Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant. In het kader van zorgregie, wordt het Vlaams gedeelte van Brussel bij de provincie Vlaams-Brabant genomen. 
    • Open plaats

      Binnen de jeugdhulp kunnen jeugdhulpaanbieders kenbaar maken dat ze in de mogelijkheid zijn om een jongere ondersteuning te bieden. Zij kunnen een open plaats melden in  BINC, het registratiesysteem binnen de jeugdhulp.
      Door de invoering van Persoonsvolgende Financiering bij volwassen personen met een handicap spreekt men niet meer over open plaatsen. 

    • Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW)

      Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn is een openbare instantie. Elke gemeente of stad heeft een eigen Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn. De OCMW’s bieden maatschappelijke dienstverlening om het voor elke inwoner van de gemeente mogelijk te maken een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid.
      • Het geeft een minimuminkomen aan mensen die onvoldoende bestaansmiddelen hebben.
      • Het geeft huisvesting, medische of psychosociale hulp, rechtsbijstand en crisisopvang.
      • Het ondersteunt mensen bij het zoeken naar werk, bij schuldbemiddeling, enz.

       

    • Opleidingsvormen (OV)

      In het Buitengewoon Secundair Onderwijs zijn er 4 opleidingsvormen (OV):
      • Opleidingsvorm 1 (OV 1): bereidt de leerlingen voor op integratie in een beschermd leefmilieu;
      • Opleidingsvorm 2 (OV 2): bereidt de leerlingen voor op integratie in een beschermd leef- en arbeidsmilieu;
      • Opleidingsvorm 3 (OV 3): bereidt de leerlingen voor op integratie in een gewoon leef- en arbeidsmilieu;
      • Opleidingsvorm 4 (OV 4): dit secundair algemeen, technisch, kunst- en beroepsonderwijs bereidt leerlingen voor op het voortzetten van de studies of op het actieve leven.
    • Oproepbare Permanentie

      Oproepbare Permanentie is niet op voorhand geplande één op één begeleiding van de hulpaanbieder aan de gebruiker. Na een oproep van de gebruiker aan de hulpverlener komt de hulpverlener zo snel mogelijk (binnen het half uur) ter plaatse om de hulp en ondersteuning te bieden die nodig is. Bijvoorbeeld bij een val uit de rolstoel, ondersteuning bij het toilet, ...
      Oproepbare Permanentie is één van de drie ondersteuningsfuncties binnen Persoonsvolgende Financiering, naast de individuele ondersteuningsfuncties en de globale ondersteuningsfuncties. Deze term werd ook gebruikt bij Flexibel Aanbod Meerderjarigen.
    • Opstartbereidheid

      (oude term)
      Opstartbereidheid is de bereidheid van een ondersteuningsvrager om binnen de 3 maanden na de toekenning van het Persoonlijke-AssistentieBudget, ook effectief met het Persoonlijke-Assistentiebudget te starten.
    • Organisatie gemachtigd door het Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg

      (Oude term)
      Gemachtigd worden betekent in algemene zin het erkend worden om een opdracht op te nemen en een taak uit te voeren. Zo konden organisaties bijvoorbeeld een machtiging vragen aan het Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg om het contactpersoonschap te mogen opnemen. Als het Regionaal overleg Gehandicaptenzorg hiermee akkoord gaat, is de organisatie vanaf dan gemachtigd om de rol van contactpersoon op te nemen.
    • Orthopedagogisch Centrum (OC)

      Een orthopedagogisch centrum is een jeugdhulpaanbieder die ondersteuning biedt aan jongeren met een (verstandelijke) handicap en eventueel bijkomende gedragsproblemen. Jongeren kunnen er naar school gaan en zij en hun gezin kunnen er terecht voor ondersteuning bij de opvoeding van de jongeren.
    • Ouders voor Inclusie vzw (OVI)

      Een gebruikersvereniging van en voor ouders van kinderen met een handicap. Ouders voor Inclusie is in 2001 ontstaan als een beweging van ouders die zich verenigd hebben rond hun streven naar inclusie voor hun kinderen. De vereniging wil er zijn voor alle ouders van alle kinderen, ongeacht de aard of graad van hun handicap. Ouders voor Inclusie heeft in eerste instantie aandacht voor inclusief onderwijs, omdat de school een groot deel van het leven van hun kinderen uitmaakt. Daarnaast willen zij ook breder kijken naar inclusie binnen andere levensdomeinen, zoals vrijetijdsbesteding, gezinsleven, arbeid, enzovoort. Meer algemeen wil de vereniging ook aandacht besteden aan de beeldvorming rond personen met een handicap. Meer informatie vind je op: www.oudersvoorinclusie.be
    • Outreach

      Outreach is specifieke kennis en expertise overdragen naar (professionele of vrijwillige) ondersteuners die de specifieke kennis niet hebben. Het doel is dat die ondersteuners hun hulpverlening (nog) beter kunnen afstemmen op de vragen en noden van de ondersteuningsvragers.

    • Overtal

      Soms nemen jeugdhulpaanbieders meer mensen op dan het aantal waarvoor ze erkend zijn. De opname van de minderjarige persoon in die plaatsen wordt niet gesubsidieerd. De ondersteuningsvragers die in niet-erkende plaatsen zijn opgenomen zijn eigenlijk “in overtal” opgenomen. Het opnemen “in overtal” is officieel niet meer toegelaten. Toch gebeurt het in de praktijk soms nog, gezien het grote tekort aan beschikbare plaatsen.

  • P

    • P-waarde

      De P-waarde is een inschatting van hoeveel permanentie of toezicht dat er tijdens de dag nodig is. De P-waarde is één van de elementen die de zorgzwaarte van een persoon met handicap bepalen, en via deze weg dus ook de grootte van het Persoonsvolgend Budget.

    • Paradigmaomslag

      Een paradigma is een geheel van maatschappelijke en wetenschappelijke opvattingen (bijvoorbeeld over mensen met een handicap). Een paradigma is tijdsgebonden en veranderlijk. De geleidelijke verandering in het denken over een bepaald fenomeen wordt aangeduid met de term paradigmaomslag. Met andere woorden, de wijze waarop wij vandaag over mensen met een handicap denken is aan het veranderen. We maken de omslag van ‘het zorgen voor’ naar ‘het aanbieden van ondersteuning waar nodig’. Het is in deze context dat het woord paradigmaomslag vandaag wordt gebruikt. Het burgerschapsmodel of het burgerschapsparadigma is waar we op dit moment naar toe willen. 
    • Paritair Comité

      Een Paritair Comité is een Belgisch overlegorgaan tussen werkgevers en werknemers, voornamelijk met het oog op het onderhandelen van de collectieve arbeidsovereenkomst en op de uitvoering ervan.

    • Parket

      Het parket is het Openbaar Ministerie. In situaties waarin een misdrijf gepleegd is, zullen de parketmagistraten (werknemers van het Openbaar Ministerie) onderzoeken of een situatie voor de rechtbank moet komen of niet.

    • Passieve vraag

      (oude term)
      Bij een toekomstgerichte vraag of passieve vraag is ondersteuning van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ten vroegste nodig over één jaar. De ondersteuningsvrager beslist samen met de contactpersoon of de zorgvraag toekomstgericht is. De vraag staat wel al geregistreerd in de Centrale Registratie van Zorgvragen, maar een oplossing op korte termijn is nog niet noodzakelijk. De registratie van passieve vragen laat toe om de behoeften aan ondersteuning op langere termijn in te schatten.

    • PEC-ticket

      (oude term)
      Wie aanspraak wil maken op terugbetaling van hulpmiddelen door het Vlaams Agentschap voor personen met een Handicap of wie niet-rechtstreeks toegankelijke hulp van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap wil, moet eerst een erkenning van zijn handicap hebben. Hij dient die erkenning aan te vragen bij de Provinciale Evaluatiecommissie van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Bij een positieve beslissing van de Provinciale Evaluatiecommissie zegt men dat de persoon ‘een PEC-ticket heeft’.
    • Performaal Intelligentiequotiënt (PIQ)

      Het performaal intelligentiequotiënt is een getal dat uitdrukt hoe goed iemand denkhandelingen kan uitvoeren die niet in woorden kunnen worden uitgedrukt. Een voorbeeld is: plaatjes in de juiste volgorde leggen zodat ze een logisch verhaal vormen. Samen met het verbaal intelligentiequotiënt vormt het performaal Intelligentiequotiënt het Totale Intelligentiequotiënt.
    • Permanente Werkgroep Financiering en Besteding

      De Permanente Werkgroep Financiering en Besteding is een maandelijkse vergadering in het Vlaams agentschap voor personen met een handicap. Deze vergadering adviseert het Raadgevend Comité over het ter beschikking stellen en inzetten van persoonsvolgende budgetten en over het financieren van organisaties. Ook de aspecten (individuele en collectieve) bemiddeling, planning en afstemming komen aan bod in deze werkgroep.

    • Permanente Werkgroep Hulpmiddelen

      De permanente werkgroep hulpmiddelen is een maandelijkse vergadering in het Vlaams agentschap voor personen met een handicap. Deze vergadering adviseert het Raadgevend Comité over de processen van toeleiden naar hulpmiddelen en het terugbetalen van de kosten die personen met een handicap maken voor de aankoop van hulpmiddelen.

    • Permanente Werkgroep Minderjarigen

      De permanente werkgroep minderjarigen is een tijdelijke vergadering in het Vlaams agentschap voor personen met een handicap. Deze vergadering adviseert het Raadgevend Comité over aspecten van de jeugdhulp voor minderjarigen met een handicap.

    • Permanente Werkgroep Regie (PWR)

      (oude term)
      De Permanente Werkgroep Regie is een maandelijkse vergadering in het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Deze vergadering adviseert  het Raadgevend Comité over alles wat in de Regionale Overlegnetwerken Gehandicaptenzorg aan bod komt.
    • Permanente Werkgroep Toeleiding

      De permanente werkgroep toeleiding is een maandelijkse vergadering in het Vlaams agentschap voor personen met een handicap. Deze vergadering adviseert het Raadgevend Comité over de processen van vraagverheldering en ondersteuningsplannen, objectivering, en prioritering.

    • Persoon met Beperking (PMB)

      Zie Persoon met een handicap
    • Persoon met een handicap (PmH)

      Volgens het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap is een handicap ‘‘Elk langdurig en belangrijk participatieprobleem van een persoon door een samenspel van functie­stoornissen van verstandelijke, psychische, lichamelijke of zintuig­lijke aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten, en persoonlijke en externe factoren’.
      Zie ook handicap.
    • Persoonlijke toekomstplanning (PTP)

      (oude term)
      Persoonlijke Toekomst Planning ontstond in de jaren 1980 in de Verenigde Staten en Canada. De oorsprong van Persoonlijke Toekomst Planning ligt enerzijds in werkgroepen die bezig waren met kwaliteit van zorg, en anderzijds ook in bepaalde methodieken afkomstig uit de bedrijfswereld (waar managers zochten naar een manier om een succesvolle carrière te combineren met een kwaliteitsvol persoonlijk leven).

      Persoonlijke Toekomst Planning vertrekt van de vaststelling dat wanneer mensen in de zorg terechtkomen, de controle over het eigen leven verloren gaat. Immers, in de zorg gaan “anderen” (meestal deskundigen) beslissen wat goed is en wat niet, en vanuit die beslissingen worden kansen geboden, maar vooral onthouden. Het lijkt alsof mensen die in de zorg terechtkomen, het recht afstaan om een eigen levensproject uit te tekenen en vorm te geven. Persoonlijke Toekomst Planning is dan ook een strategie die kadert binnen het burgerschapsmodel. Concreet is

      Persoonlijke ToekomstPlanning een planningsproces waarbij een persoon met een ondersteuningsnood (de centrale persoon) regelmatig samenkomt met enkele mensen uit zijn netwerk (de steungroep), om na te denken, te praten en actie te ondernemen om de kwaliteit van bestaan van de persoon met een handicap te verbeteren. Elk planningsproces wordt begeleid door één of twee facilitatoren die geschoold zijn in het ondersteunen van een proces Persoonlijke Toekomst Planning. Persoonlijke

      ToekomstPlanning was sinds 2006 een initiatief van P.L.A.N. vzw (het huidige LUS vzw), met de financiële steun van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.

    • Persoonlijke-Assistentiebudget (PAB)

      Het Persoonlijke-Assistentiebudget is een bedrag (in euro’s) dat het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap rechtstreeks betaalt aan de minderjarige persoon met handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger binnen de jeugdhulp. De minderjarige persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger zijn dan de budgethouder. Met dat geld kan een budgethouder zelf zijn zorg en ondersteuning organiseren en inkopen.  Hij beheert zelf het budget, en legt verantwoording af bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. De aanvraagprocedure voor een Persoonlijke-Assistentiebudget verloopt via de Intersectorale Toegangspoort.
      Sinds de omschakeling naar de Persoonsvolgende Financiering wordt deze term niet meer gebruikt in de sector van volwassenen met een handicap.

    • Persoonsgebonden budget (PGB)

      (oude term)
      Een persoonsgebonden budget is een geldbedrag dat rechtstreeks gaat naar een persoon met een handicap. Hoeveel geld dat is, hangt af van de nood aan ondersteuning. Een persoon die ondersteuning, begeleiding en/of hulp nodig heeft en daarvoor in aanmerking komt, kan met dit geld zelf hulpverleners en begeleiders uitkiezen en zelf beslissen waaraan hij het geld besteedt. Hij kan het geld besteden aan het aanwerven van assistenten of aan ondersteuning in een aanbieder van zorg en ondersteuning. Het experiment van het Persoonsgebonden budget liep van 2008 tot 2010. Er werden 200 personen met een handicap geselecteerd die een budget kregen. Het is een voorloper van Persoonsvolgende Financiering.
    • Persoonsvolgend Budget (PVB)

      Een persoonsvolgend budget is een specifiek bedrag waarmee een budgethouder jaarlijks zorg en ondersteuning kan inkopen. Het budget is beschikbaar in cash, voucher, of een combinatie van beide vormen. De budgethouder bepaalt zelf voor welke vorm hij kiest.
    • Persoonsvolgend convenant

      Sommige minderjarige ondersteuningsvragers vinden door hun ingewikkelde vraag naar ondersteuning moeilijk een oplossing in het bestaande aanbod van zorg en ondersteuning binnen de jeugdhulp. Voor hen zijn er bijkomende middelen (of ook budget genoemd): dat is een persoonsvolgend convenant. Met dat budget kan een organisatie die ondersteuning biedt, of een zorgbemiddelaar een oplossing op maat van de minderjarige uitwerken.

      Een jeugdhulpaanbieder die een minderjarige ondersteuningsvrager met een convenant wil helpen, kan met deze persoonsvolgende middelen bijkomend personeel aanwerven om zorg en ondersteuning te bieden op maat van de minderjarige. Een jeugdhulpaanbieder kan de middelen niet gebruiken voor infrastructuur. Infrastructuur verwijst naar bijvoorbeeld gebouwen, bedden, kamers, … . De Intersectorale Regionale Prioriteitencommissie kent convenanten toe. De uiteindelijke betaling gebeurt door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.  Er zijn twee soorten convenanten: de langlopende convenanten en de kortlopende convenanten. De langlopende convenanten zijn in principe levenslang. Maar als er te weinig middelen zijn, zoekt men soms ook naar oplossingen met een convenant voor korte duur (kortdurige convenant). Wanneer een overeenkomst tussen een minderjarige ondersteuningsvrager en een jeugdhulpaanbieder wordt beëindigd, dan blijft het budget ter beschikking van de minderjarige. Deze kan hiermee een nieuwe overeenkomst afsluiten met een andere jeugdhulpaanbieder. 
    • Persoonsvolgende Financiering (PVF)

      Persoonsvolgend Financiering laat de ondersteuningsvrager toe zelf te kiezen waar, hoe en hoeveel ondersteuning hij inkoopt, en op welke manier hij deze ondersteuning wenst te krijgen: via een (zorg)aanbieder of via persoonlijke assistentie. Wanneer hij kiest voor ondersteuning door een vergunde zorgaanbieder, kan hij zijn budget inzetten in de vorm van een voucher. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap betaalt de middelen dan rechtstreeks uit aan de vergunde zorgaanbieder. De middelen zijn persoonlijk en volgen de ondersteuningsvrager steeds, ook als hij naar een andere aanbieder van zorg en ondersteuning overstapt. Indien de persoon voor cash kiest, betaalt hij zijn ondersteuning rechtstreeks. Ook combinaties zijn mogelijk. Dit financieringssysteem is gebaseerd op de individuele ondersteuningsnood van de ondersteuningsvrager. De ondersteuningsvrager kan zelf zijn ondersteuning op maat organiseren. Dit systeem verhoogt de vrijheid en zelfregie van mensen met een ondersteuningsvraag, en verhoogt op die manier de kwaliteit van bestaan. We kunnen dus spreken van een vraaggestuurd financieringssysteem.
    • Perspectiefplan 2020 (PP2020)

      Het perspectiefplan 2020 is een plan van de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin uit 2010. Het is een toekomstplan voor de sector voor personen met een handicap. In dit plan wordt er van uitgegaan dat mensen met een handicap zoveel als mogelijk moeten kunnen deelnemen aan de samenleving. Om dit te bereiken wil de minister niet meer vertrekken vanuit het bestaande aanbod aan zorg en ondersteuning, maar wel vanuit de vraag naar ondersteuning van de persoon met een handicap zelf. Daarbij zouden personen met een handicap een ruimere keuzevrijheid moeten krijgen in hoe, waar en met wie zij hun ondersteuning organiseren. Dit betekent voor de hele sector van personen met een handicap een grote verandering in haar manier van werken. Zoals de naam van het plan al aangeeft, moet het doel van het plan bereikt worden tegen het jaar 2020. 

    • Planning

      Planning is één van de vier thema’s van de regie van zorg en ondersteuning. Samen met de registratiebemiddeling en afstemming vormt planning het onderwerp van elk provinciaal Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg (voor volwassenen) en elk Intersectoraal Regionaal overleg Jeugdhulp (voor minderjarigen).
      Bij planning van zorg en ondersteuning wil men een planning over meerdere jaren uitwerken om zoveel mogelijk huidige en toekomstige ondersteuningsvragen te kunnen beantwoorden.
       
      Na de invoering van de Persoonsvolgende Financiering in de sector van volwassen personen met een handicap zal de betekenis van planning wijzigen. Op welke manier is afhankelijk van politieke beslissingen. 
    • Platform

      Een platform is een organisatie waarin men samenwerking en overleg tussen verschillende groeperingen tot stand brengt. Een platform kan bijvoorbeeld worden opgericht om samen nieuw beleid te formuleren of te beïnvloeden. Het Vlaams Gebruikersoverleg voor Personen met een Handicap is een voorbeeld van een platform. 

    • Platform Meerderjarigen

      (Oude Term)
      Het Platform Meerderjarigen is een overleg binnen het Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg Oost-Vlaanderen. Zij adviseren de stuurgroep over evoluties die te maken hebben met de ondersteuning aan meerderjarige personen met een handicap in hun provincie, en voeren concrete opdrachten uit die hiermee te maken hebben. Vanuit een vereenvoudiging van het Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg is dit platform opgeheven. Momenteel volgt de stuurgroep van het Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg de werkzaamheden van het platform verder op.
    • Platform Minderjarigen

      Dit is een overleg binnen het Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg Oost-Vlaanderen. Zij adviseren de stuurgroep over evoluties die te maken hebben met de ondersteuning aan minderjarige personen met een handicap in hun provincie, en voeren concrete opdrachten uit die hiermee te maken hebben. Het platform minderjarigen adviseert het Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp.
    • Pleeggezin

      Een pleeggezin is een gezin dat een kind of jongere opneemt, wanneer deze persoon niet (meer) bij zijn ouders of niet zelfstandig kan wonen.
      Zie ook pleegzorg.
    • Pleegzorg

      Pleegzorg is tijdelijke zorg voor kinderen en jongeren die niet thuis kunnen wonen door verschillende omstandigheden. Ook volwassenen met een (vermoeden van) handicap of psychiatrische problematiek kunnen opvangen worden door een pleeggezin: in dat geval spreken we over een gastgezin in plaats van pleeggezin. Pleegzorg gebeurt door vrijwillige pleeg- en gastgezinnen.  Zij krijgen begeleiding van een dienst voor pleegzorg.

    • Prioritair te Bemiddelen (PTB)

      (oude term)
      Alleen de Regionale Prioriteitencommissie kan een status Prioritair te Bemiddelen toekennen. Het gaat altijd over schrijnende situaties waarin meteen een oplossing voor de ondersteuningsvraag nodig is.
      Om de status Prioritair te Bemiddelen toe te kennen, gaat de Regionale Prioriteitencommissie na:
      • of de bestaande ondersteuning volstaat en welke hulp eventueel extra nodig is,
      • welke ondersteuning mogelijk is uit de eigen omgeving van de ondersteuningsvrager,
      • het bemiddelingstraject van de ondersteuningsvraag: Welke stappen heeft de contactpersoon, samen met de ondersteuningsvrager met een vraag naar zorg ondersteuning bij een aanbieder van zorg en ondersteuning erkend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, al gezet om tot de gepaste ondersteuning te komen?
      Als de ondersteuningsvraag de status Prioritair Te Bemiddelen toegekend krijgt, dan komt de ondersteuningsvrager als eerste in aanmerking voor opname bij een passende open plaats of hij krijgt als eerste een Persoonlijke-Assistentiebudget toegekend.  De ondersteuningsvrager moet dus zo snel mogelijk een begeleidings-, behandelings-, opvangaanbod of assistentie zoeken.
       
      Door de invoering van Persoonsvolgende Financiering wordt deze term niet meer gebruikt.
    • Prioriteitengroep (PG)

      Vanuit de schaarste aan financiële middelen (geld) kan niet iedere ondersteuningsvrager onmiddellijk een persoonsvolgend budget toegewezen krijgen. Daarom is er een systeem van prioriteren.
      Personen met een handicap die een geobjectiveerde ondersteuningsnood hebben, worden ingedeeld in prioriteitengroep 1, 2, of 3, of in een automatische toekenningsgroep. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap of een Regionale Prioriteitencommissie bepalen aan de hand van verschillende criteria in welke prioriteitengroep men terechtkomt.

      De criteria bepalen
      • hoe hoog de ondersteuningsnood van de persoon is,
      • hoe dringend zijn situatie is,
      • en in welke mate er bovengebruikelijke zorg is nu en in het verleden.

      De personen uit de automatische toekenningsgroepen krijgen onmiddellijk een budget. Ondersteuningsvragers in de hogere prioriteitengroep krijgen in principe sneller een persoonsvolgend budget toegekend dan ondersteuningsvragers uit de lagere prioriteitengroepen.
    • Prioriteren

      Prioriteren is een rangschikking geven aan de ondersteuningsvragers: wie moet voorrang krijgen om een persoonsvolgend budget te krijgen en wie kan nog wat wachten (tot er voldoende financiële middelen zijn). Prioriteren is noodzakelijk omdat er niet voldoende financiële middelen zijn om iedereen op vraag te geven wat hij nodig heeft.
    • Priorstatus

      Een jongere met een vraag naar niet- rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp kan de priorstatus krijgen als zijn vraag dringender is dan die van anderen. De beslissingscriteria om de priorstatus te krijgen zijn voor alle jeugdhulpvragen dezelfde. Als er geen sprake is van handicap, beslissen de jeugdhulpregisseurs of een vraag de priorstatus krijgt of niet. Als er wel sprake is van handicap, oordeelt de intersectorale regionale prioriteitencommissie hierover.
    • Private voorzieningen

      Met private voorzieningen bedoelt men de private jeugdhulpaanbieders, erkend en gesubsidieerd door Jongerenwelzijn. Deze organisaties zorgen voor de opvang of begeleiding van minderjarigen. Een deel van het aanbod van deze private voorzieningen is rechtstreeks toegankelijk. De minderjarige kan hier op eigen vraag of op vraag van de ouders opvang of begeleiding krijgen.  Het grootste deel van het aanbod is niet-rechtstreeks toegankelijk. Minderjarigen kunnen er vrijwillig terecht komen via de intersectorale toegangspoort, of gedwongen via de jeugdrechter.

    • Problematische Leefsituatie

      Problematische leefsituatie is de nieuwe (en algemenere) term voor problematische opvoedingssituatie.
       
      Jongeren in een problematische leefsituatie  ervaren ernstige problemen: thuis, op school en/of in hun vriendenkring,…  Deze problemen zijn zo ernstig dat ze de fysieke en/of psychische integriteit van de jongere bedreigen. 

    • Problematische OpvoedingsSituatie (POS)

      Zie problematische leefsituatie.
    • Provinciale Afdeling (PA of PK)

      Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap heeft in iedere provincie een provinciale afdeling of een provinciaal kantoor. In Brussel is er ook een antennepunt voor Brussel en Vlaams-Brabant. In de provinciale afdelingen en in het antennepunt kunnen personen met een handicap en hun netwerk terecht voor vragen over hun dossier. De provinciale afdeling van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap behartigt de dossiers en de algemene belangen binnen haar provincie.

    • Provinciale Evaluatie Commissie (PEC)

      Wie aanspraak wil maken op terugbetaling van hulpmiddelen door het Vlaams Agentschap voor personen met een Handicap of wie niet-rechtstreeks toegankelijke hulp van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap wil, moet eerst een erkenning van zijn handicap hebben. Hij dient die erkenning aan te vragen bij de Provinciale Evaluatiecommissie van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Er zijn uitzonderingen zoals bijvoorbeeld een aanvraag voor de spoedprocedure van een persoon die nog niet erkend is als persoon met een handicap wordt niet besproken op de Provinciale Evaluatiecommissie.

      Een meerderjarige persoon die zich wil inschrijven bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap wordt altijd eerst besproken in de Provinciale Evaluatiecommissie. De persoon mag zijn aanvraag van inschrijving samen met zijn wettelijke vertegenwoordiger of vertrouwenspersoon toelichten op de vergadering. Elke provinciale afdeling van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap heeft een Provinciale Evaluatiecommissie. De Provinciale Evaluatiecommissie bestaat uit mensen met een verschillende opleiding en kennis: psychologen, pedagogen, juristen, artsen, maatschappelijk werkers en ervaringsdeskundigen.
      De commissie beslist:
      • of een persoon met een handicap voldoet aan de voorwaarden om ingeschreven te worden bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap: ernst en duur van de handicap. Bij een positieve beslissing, krijgt de ondersteuningsvrager een PEC-ticket.
      • Over functiebeperkingen en interventieniveaus bij vragen voor Individuele Materiële Bijstand.
    • Psychiatrisch VerzorgingsTehuis (PVT)

      In een Psychiatrisch Verzorgingstehuis verblijven twee types van bewoners: 
      • Personen met een langdurige en gestabiliseerde psychische stoornis;
      • Personen met een verstandelijke handicap.
      Deze personen hebben een psychische problematiek, maar hun toestand is in die mate gestabiliseerd dat zij hiervoor geen opname in een ziekenhuismilieu nodig hebben. De aanpak is vooral gericht op begeleiding. Ideaal staat het Psychiatrisch Verzorgingstehuis niet op de campus van het ziekenhuis, zodat er voldoende integratie in de samenleving mogelijk is. Voor de meerderheid van de opgenomen personen wordt het verblijf in een Psychiatrisch Verzorgingstehuis een definitief verblijf.
    • Psychiatrisch Ziekenhuis (PZ)

      Een psychiatrisch ziekenhuis is een ziekenhuis waar mensen met ernstige psychische problemen behandeld worden. Zij kunnen hiervoor opgenomen worden of enkel overdag therapie volgen. Opnames worden zo kort mogelijk gehouden

    • Psychiatrische Afdeling van een Algemeen Ziekenhuis (PAAZ)

      De Psychiatrische Afdeling van een Algemeen Ziekenhuis is een afdeling van een Algemeen Ziekenhuis waar personen met psychiatrische of emotionele problemen terechtkunnen voor opname en behandeling. Een opname in een Psychiatrische Afdeling van een Algemeen Ziekenhuis is meestal kortdurend (normaal maximaal 3 maanden) en volgt vaak op een crisissituatie. Sommige ondersteuningsvragers doen na een opname in een Psychiatrische Afdeling van een Algemeen Ziekenhuis beroep op een ambulante dienst voor verdere opvolging thuis. Andere ondersteuningsvragers worden dan weer doorverwezen naar een Psychiatrisch Ziekenhuis. Psychiatrische Afdelingen van een Algemeen Ziekenhuis kunnen open of gesloten zijn. Ondersteuningsvragers kunnen zich vrijwillig laten opnemen of kunnen gedwongen opgenomen worden.
    • Psychosociale begeleiding

      Psychosociale begeleiding is begeleiding van de persoon met een handicap en zijn gezin in de organisatie van zijn dagelijkse leven. Ook advies rond relaties of de opvoeding van de kinderen vallen hieronder. De begeleider komt langs bij de persoon met een handicap thuis.


    • Psychosociale Dienst (PSD)

      Deze dienst houdt zicht bezig met de psychosociale begeleiding van gedetineerden doorheen hun opsluiting en de voorbereiding van een eventuele vervroegde vrijlating. Ze zorgen voor onthaal, crisisinterventie, therapie, opvolging, voorbereiding van de reclassering, verslaggeving en adviesverlenging aan de rechtbank.

  • Q

    • Quality of Life (QOL)

      Quality of Life wordt naar het Nederlands vertaald als ‘Kwaliteit van Bestaan’ (zie Kwaliteit van Bestaan).
    • Quotum

      Een quotum is een maximum aantal dat men niet mag overschrijden. Binnen de jeugdhulp werkt men met quota voor het aantal priors dat men mag toekennen. Het quotum is 30% van de jaarlijkse uitstroom en wordt herleid tot een maximum aantal priors per maand (één twaalfde). Per maand mag het team jeugdhulpregie en de intersectorale regionale prioriteitencommissie aan dit beperkt aantal dossiers de status prior toekennen. 

  • R

    • Raad van Bestuur (RvB)

      De Raad van Bestuur is het hoogste leidinggevende orgaan van een vereniging of organisatie. De mensen in de Raad van Bestuur bepalen samen het beleid van de vereniging of organisatie. Zij worden verkozen door de leden van de Algemene Vergadering. De Raad van Bestuur moet steeds verantwoording afleggen aan de Algemene Vergadering.
    • Raad van Gebruikers (RvG)

      De Raad van Gebruikers is een provinciaal orgaan binnen het Vlaams Gebruikersoverleg voor Personen met een Handicap dat de gebruikersvertegenwoordigers vanuit de lidorganisaties die deelnemen aan het Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg verenigt. De doelstelling van de Raad van Gebruikers is om door informatie-uitwisseling en discussie te komen tot gemeenschappelijke standpunten over de actualiteit van het Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg. De Raden van Gebruikers komen doorgaans maandelijks samen.
    • Raadgevend Comité binnen het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (RC)

      Het Raadgevend Comité is het belangrijkste adviesorgaan van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Dit Comité verstrekt advies over alle thema’s die het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap aanbelangen. De vragen tot advies kunnen komen van de leidend ambtenaar van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, maar het Comité kan ook op eigen initiatief adviezen formuleren. Het Raadgevend Comité heeft zelf 4 adviesorganen, namelijk de Permanente Werkgroep Toeleiding, de Permanente Werkgroep Hulpmiddelen, de Permanente Werkgroep Financiering en Besteding en de tijdelijke Permanente Werkgroep Minderjarigen.

      In het Raadgevend Comité van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap zitten vertegenwoordigers van de gebruikersverenigingen, van de vergunde aanbieders, van de vakbonden voor personeel in (zorg)aanbieders die door het Vlaams Agentschap voor Personen met een handicap erkend zijn en tot slot, enkele onafhankelijke deskundigen.
      Het Raadgevend Comité wordt om de vier jaar opnieuw samengesteld.
    • Raadgevend Comité Jeugdhulp

      Het Raadgevend Comité Jeugdhulp is het belangrijkste adviesorgaan van het Agentschap Jongerenwelzijn. Aan deze Vlaamse overlegtafel nemen afgevaardigden deel uit alle zeven jeugdhulpsectoren. Het comité geeft advies aan het Aansturingscomité over alle aangelegenheden van de jeugdhulp met impact op de jongeren uit de jeugdhulp en hun leefomgeving. Het intersectoraal Raadgevend Comité Jeugdhulp vergadert één keer per maand. 
    • Rechtstreeks Toegankelijke Hulp (RTH)

      Rechtstreeks Toegankelijke Hulp is beperkte, handicapspecifieke ondersteuning waarvoor een volwassen persoon met een handicap geen goedkeuring van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap nodig heeft. Met ‘beperkt’ bedoelen we van korte duur of aan een zeer lage frequentie. De ondersteuningsvrager moet dus geen aanvraag indienen bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.

      Je kan Rechtstreeks Toegankelijke Hulp nooit gelijktijdig met Niet-Rechtstreeks Toegankelijke Hulp krijgen. Rechtstreeks Toegankelijke Hulp bestaat in vier vormen: mobiele begeleiding, ambulante begeleiding, dagopvang en nachtverblijf. Je kan kiezen voor één van deze vormen of voor een combinatie. De hulp kan bv. bestaan uit enkele dagen dagopvang en verblijf en/of enkele uren begeleiding. Meestal dien je een eigen financiële bijdrage te betalen.
    • Rechtstreeks Toegankelijke Jeugdhulp (RTJ)

      Het is beperkte, handicapspecifieke ondersteuning waarvoor een minderjarige persoon met een handicap geen goedkeuring van de Intersectorale Toegangspoort nodig heeft. Deze jeugdhulp is voor iedereen toegankelijk. Het zijn diensten waar jongeren of hun ouders zelf naar toe kunnen stappen om informatie, hulp of ondersteuning te vragen. Ze hebben dus geen contactpersoon-aanmelder of jeugdhulpregisseur nodig.
    • Reconversie

      Reconversie betekent de omschakeling of herstructurering binnen een jeugdaanbieder van een (aantal) plaats(en) van een bepaalde module naar een andere module.
    • Refertelijst

      Een refertelijst is een lijst met hulpmiddelen en aanpassingen waarvoor het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap de persoon met een handicap een tegemoetkoming kan geven. Deze lijst wordt wettelijk vastgelegd.

    • Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg (ROG)

      Het Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg is een provinciaal overleg tussen zorgaanbieders erkend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, gebruikers en verwijzers. Ze moeten de regie van personen met een handicap in praktijk brengen. Voor de invoering van Persoonsvolgende Financiering hadden ze volgende taken:
      • Bepalen op welke manier alle vragen van personen met een handicap voor ondersteuning  in de Centrale databank moet komen.
      • Actief zoeken naar oplossingen voor personen die nood hebben aan opvang of begeleiding.
      • Proberen het bestaande zorgaanbod maximaal af te stemmen op de vragen.
      • Een meerjarenplan uit om alle bestaande en toekomstige zorgvragen te kunnen beantwoorden. 
       
      Door de invoering van Persoonsvolgende Financiering zullen de opdrachten van het Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg wijzigen.
    • Regionale Prioriteiten Commissie (RPC)

      In elke provincie is er een Regionale Prioriteitencommissie. Deze commissie heeft verschillende taken. De belangrijkste zijn:

      • Het toekennen van een prioriteitengroep (1, 2, of 3) aan de vraag van personen met een handicap die een vraag naar een persoonsvolgend budget stellen, en
      • Het nagaan of er sprake is van maatschappelijke noodzaak. De personen die in een situatie van maatschappelijke noodzaak verkeren, krijgen onmiddellijk een budget.
      De regionale prioriteitencommissie gebruikt bepaalde vastgelegde beslissingscriteria om de situatie van de ondersteuningsvragers in te schatten.
      Deze commissie vergadert met 5 leden en bestaat uit minstens één ervaringsdeskundige, minstens één professionele deskundige en een ambtenaar van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.  Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap legt het huishoudelijk reglement van de regionale prioriteitencommissies vast.
    • Registratie

      Registratie is één van de vier thema’s van de regie van zorg en ondersteuning. Samen met  bemiddeling, afstemming  en planning vormt registratie het onderwerp van elk provinciaal Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg (voor volwassenen) en elk Intersectoraal Regionaal overleg Jeugdhulp (voor minderjarigen).
       
      Registratie is het noteren en bijhouden van ondersteuningsvragen in een databank.
       
      Voor de invoering van de Persoonsvolgende Financiering in de sector van volwassen personen met een handicap werden de ondersteuningsvragen bijgehouden in de Centrale Registratie van Zorgvragen.  Na de invoering van de Persoons Volgende Financiering zal de registratie anders gebeuren. Op welke manier is afhankelijk van politieke beslissingen. 

    • Registratie en bemiddeling (R&B)

      (oude term)
      Registratie en Bemiddeling zijn twee van de vier thema’s van de regie van zorg en ondersteuning. Samen met de planning en afstemming vormen de registratie en bemiddeling de onderwerpen van elk provinciaal Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg voor volwassenen) en elk Intersectoraal Regionaal overleg Jeugdhulp (voor minderjarigen).
       
      Registratie is het noteren en bijhouden van ondersteuningsvragen in een databank.
      Bemiddeling is het zoeken naar een passende oplossing voor de ondersteuningsnood., eventueel bij een zorgaanbieder. 
    • Regularisatie

      Regularisatie betekent ‘het in regel stellen’. Plaatsen bij jeugdhulpaanbieders regulariseren betekent dat niet erkende plaatsen worden omgezet naar erkende plaatsen.
    • Reguliere (welzijns)diensten

      Reguliere diensten of reguliere welzijnsdiensten zijn openbare wel­zijnsdiensten uit de sociale sector. Elke burger kan vrij beroep doen op de reguliere diensten. Voorbeelden zijn gezinszorg, thuisverpleging, thuis­zorg en maaltijddiensten. Deze diensten zijn erkend en worden deels betaald door de Vlaamse Overheid. Ze vragen een bijdrage die meestal afhankelijk is van het inkomen.

    • Residentieel

      Residentieel betekent: verbonden zijn aan een plaats of (vast) verblijf. Een residentiële voorziening is een voorziening waar ondersteuningsvragers vol­tijds kunnen wonen en verblijven. Voorbeelden van residen­tiële voorzieningen zijn: tehuizen voor werkenden en tehuizen voor niet-werken­den.  Residentieel staat tegenover ambulant.
    • Respijtzorg

      Respijtzorg is een tijdelijke en volledige overname van zorg en ondersteuning om de mantelzorger een adempauze te geven en hem tijdelijk te kunnen ontlasten.
    • Responsabilisering

      Responsabilisering is het aanzetten tot het nemen van verantwoordelijkheid over beheer van financiële middelen.
    • Reuma

      Met reuma wordt een grote groep aandoeningen van spieren en gewrichten bedoeld. Er is een zeer grote verscheidenheid in reuma en de behandeling ervan. Reuma is een verzamelnaam voor meer dan 200 verschillende ziekten. De reumatische aandoeningen kan men onderverdelen in vier grote groepen:
      • De ontstekingsreuma’s;
      • De artrosen of slijtagereuma’s;
      • De weke delen reuma’s (de reuma’s buiten de gewrichten)- dit wordt ook fibromyalgie genoemd;
      • De reuma’s van het skelet.
    • Reva vzw

      Deze organisatie informeert over producten en diensten voor personen met een handicap. Ze organiseert informatiebeurzen voor personen met een handicap, ouderen met een handicap en hun netwerk en voor professionelen.

    • Revalidatie (reva)

      Soms hebben mensen na een operatie, ziekte of ongeval moeite om te bewegen of functioneren. Een voorbeeld hiervan is dat ze niet meer goed kunnen stappen of spreken, of dat ze moeilijk dingen kunnen onthouden. Dan gebeurt er revalidatie om opnieuw zo goed mogelijk te  leren bewegen of functioneren. 

    • Rijks Register(-nummer) (RR-(nummer))

      Elke burger in België (met een geldig Belgische identiteitskaart of verblijfsdocument) krijgt een uniek identificatienummer. Dit identificatienummer is het rijksregisternummer. Dat nummer staat bijvoorbeeld op je identiteitskaart. Elk rijksregisternummer wordt opgenomen in een grote databank met bevolkingsgegevens over elke burger, ook wel het Belgisch Rijksregister genoemd.


    • Rijksdienst voor sociale zekerheid (RSZ)

      De Federale overheidsdienst sociale zekerheid is de nieuwe benaming voor de Rijksdienst voor sociale zekerheid. 
    • Rijksdienst voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIVIZ)

      Rijksdienst voor ziekte- en invaliditeitsverzekering

    • Rust- en VerzorgingsTehuis (RVT)

      Een rust- en verzorgingstehuis is een tussenvorm tussen een ziekenhuis en een rusthuis. De bedoeling van een rust- en verzorgingstehuis is bejaarden een aangepaste opvang te geven in een thuisvervangend milieu. Alleen bejaarden met een grote zorgbehoefte kunnen terecht in een rust- en verzorgingstehuis.

  • S

    • Samenwerkingsinitiatief Eerstelijnsgezondheidszorg (SEL)

      Een samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg is een samenwerkingsverband tussen verschillende zorgaanbieders binnen de gezondheidszorg. Partners binnen een samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg zijn bijvoorbeeld de diensten voor gezinszorg, de huisartsen, de lokale dienstencentra en regionale dienstencentra, de Centra Algemeen Welzijn en OCMW’s, de woonzorgcentra, de verpleegkundigen en vroedvrouwen, etc. Ook de verenigingen voor mantelzorgers, gebruikers en vrijwilligers kunnen lid worden van een samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg. Het doel van een samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg is het verbeteren van de dienst- en zorgverlening voor de patiënten. Op grotere schaal werkt een samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg ook aan de afstemming van de zorgverlening op de vraag in de regio, en aan onderlinge afstemming tussen de partners. Een samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg is in de eerste plaats gericht op professionelen (o.a. stimuleren van de samenwerking en het aanbieden van vormingen), maar kan ook individuele cliënten doorverwijzen naar de juiste zorgverlener(s). Alle Vlaamse provincies hebben ,onderverdeeld per arrondissement of regio, meerdere samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg-initiatieven. Ook het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft een eigen samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg.
    • Sectorspecifieke Minimale Kwaliteitseisen (SMK)

      Sectorspecifieke Minimale Kwaliteitseisen zijn de eisen op het vlak van de kwaliteit van de  dienstverlening waaraan een aanbieder van zorg- en ondersteuning in ieder geval moet beantwoorden. Ze hebben dus het statuut van erkenningsvoorwaarde. Elke sector heeft zijn eigen sectorspecifieke minimale kwaliteitseisen. Ze zijn vastgelegd in het kwaliteitsdecreet.

    • Secundair onderwijs (SO)

      Secundair onderwijs volgt op het basisonderwijs. Het is onderwijs voor leerlingen tot 18 jaar. Het bereidt hen voor op hoger onderwijs of op de arbeidsmarkt. Leerlingen kunnen kiezen uit verschillende studierichtingen.

    • Semi-Internaat (SI)

      (oude term)
      Semi-internaten richten zich net zoals internaten naar minderjarigen tot de leeftijd van 21 jaar. Deze multifunctionele centra zijn (meestal) verbonden aan een onder­wijsinstelling voor buitengewoon onderwijs. Semi-internaten bieden enkel ondersteuning overdag (van 8 tot 18u). Men kan er dus niet overnachten.
    • Semi-residentieel

      Semi-residentieel duidt erop dat de het verblijf of de opvang niet residentieel is: men kan er niet 24 uur per dag verblijven, alleen overdag. Semi- residentiële zorgaanbieders richten zich tot personen met een handicap die overdag opvang of begeleiding nodig hebben. ’s Avonds, ‘s nachts en in de weekends verblijven de gebruikers van zorg en ondersteuning thuis of elders. Voorbeelden van semi-residentiële zorgaanbieders zijn de oude dagcentra en semi-internaten.
    • SIMILES

      SIMILES vzw is een vereniging voor personen met een psychische of psychiatrische problematiek en iedereen die bij hem of haar betrokken is. Similes vzw doet aan dienstverlening en organiseert activiteiten voor haar leden. Meer informatie vind je op: www.similes.be.
    • SIS-schaal

      De SIS-schaal (Support Intensity Scale, ofwel de Ondersteunings- Intensiteit schaal) is een methodiek om de nood aan ondersteuning bij een persoon met een handicap te bepalen.
    • Sociaal netwerk

      Het sociaal netwerk van een persoon is het netwerk van vrienden, familie, buren, ... die zich rond hem bevinden en zich op hem betrokken voelen.
    • Sociale Dienst Gerechtelijke Jeugdhulp (SDJ)

      De sociale dienst gerechtelijke jeugdhulp is een dienst die de jeugdrechter helpt om te bepalen welke soort hulpverlening aangewezen is voor een jongere en hoe lang die hulpverlening zal duren.

      In de gerechtelijke jeugdhulp bepalen het Openbaar Ministerie (parket) en de jeugdrechter of het over een als misdrijf omschreven feit gaat. De jeugdrechter geeft de sociale dienst voor gerechtelijke jeugdhulp opdracht om een maatschappelijk onderzoek te voeren. Na grondig onderzoek kan de sociale dienst voor gerechtelijke jeugdhulp de jeugdrechter adviseren over het meest wenselijke traject binnen de jeugdhulp. Vervolgens legt de jeugdrechter een maatregel op. Na het uitspreken hiervan, zorgt de sociale dienst gerechtelijke jeugdhulp er mee voor dat de maatregel wordt uitgevoerd.

      Elk dossier wordt aan een consulent toegewezen. De sociale dienst gerechtelijke jeugdhulp bestaat uit een team van consulenten onder leiding van een teamverantwoordelijke. Belangrijke beslissingen in een dossier worden voorgelegd aan en besproken met het gehele team.
      De sociale dienst gerechtelijke jeugdhulp is niet rechtstreeks toegankelijk maar alleen via een gerechtelijk parcours. Het zijn het parket en de jeugdrechter die een dossier voor onderzoek en opvolging toevertrouwen aan de sociale dienst gerechtelijke jeugdhulp.

    • Sociale werkplaats (SW)

      Zie maatwerkbedrijf
    • SOM

      Zie Federatie Sociale Ondernemingen

    • Spoedprocedure

      Sommige meerderjarige personen die snel achteruit gaan omwille van een ziekte, hebben snel ondersteuning nodig. Indien deze ziekte op een lijst voorkomt die het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap heeft opgesteld, en je het laatste jaar achteruitgegaan bent, kan je meteen een budget voor ondersteuning krijgen. Deze lijst is een heel beperkte lijst. De ondersteuningsvrager moet nog niet ingeschreven zijn bij het betrokken agentschap.

      Bij de Jeugdhulp bestaat deze versnelde procedure ook. Minderjarige personen van 6 tot 17 jaar met een ziekte die snel erger wordt, kunnen via de spoedprocedure meteen een Persoonlijke-Assistentiebudget voor zorg en ondersteuning krijgen.

      Niet iedereen kan gebruik maken van deze versnelde procedure. Wie komt in aanmerking?
      • een minderjarige met een spierziekte (neuromusculaire aandoening). De spierziekte wordt geleidelijk aan erger;
      • een minderjarige met een stofwisselingsziekte (metabole stoornis). De stofwisselingsziekte wordt geleidelijk aan erger en heeft een zeer grote invloed op het algemeen functioneren van de minderjarige.
      De minderjarige moet ook aantonen dat hij tijdens het laatste jaar verslechterd is door zijn ziekte. De Intersectorale Toegangspoort beslist of de minderjarige de goedkeuring krijgt voor de spoedprocedure. Kinderen jonger dan zes jaar komen niet in aanmerking voor de spoedprocedure.
    • SPOND vzw

      SPOND vzw is ontstaan uit de Federatie Diensten Begeleid Wonen. SPOND vzw wil alle organisaties verenigen, die vanuit een ambulante visie ondersteuning bieden aan personen met een handicap. SPOND is de afkorting voor Samenwerken om te komen tot Professionele Ondersteuning van personen met een handicap door Netwerken en Dialoog.

    • Steungroep

      Een steungroep is binnen Persoonlijke Toekomstplanning de groep mensen die rond de persoon met een handicap wordt gevormd, om gezamenlijk het proces van Persoonlijke Toekomstplanning te doorlopen. Een facilitator ondersteunt een steungroep. De steungroep bestaat meestal uit vrienden, familie, kennissen van de persoon met een handicap. Het sociaal netwerk is ruimer. In een steungroep zitten maximaal 12 personen.
      Ook de meeste Diensten Ondersteuningsplan werken met een steungroep bij het opstellen van een Individueel Ondersteuningsplan
    • Steunpunt Expertisenetwerken (SEN)

      Het Steunpunt Expertisenetwerken is een vereniging zonder winstoogmerk en gesubsidieerd door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.  Het hoofddoel van deze organisatie is het beheren van kennis (kennisbeheer) en het vormen van netwerken (netwerkvorming) over handicapspecifieke expertise. Het Steunpunt Expertisenetwerken richt zich tot iedereen die personen met een handicap ondersteunt. Ze wil de deskundigheid van professionelen en dienstverlenende organisaties over preventie, diagnose en behandeling bevorderen. Bijvoorbeeld door mensen samen te brengen rond specifieke thema’s via praktijkgerichte studiedagen, opleidingen, ... .


    • Strategisch Overleg Minderjarigen

      Het strategisch overleg minderjarigen is een overleg in de provincie Antwerpen waar jeugdhulpaanbieders die erkend zijn door het Vlaams Agentschap voor personen met een handicap samenkomen om de jeugdhulp in hun provincie op elkaar af te stemmen en zich voor te bereiden op de Persoonsvolgende Financiering.
    • Stuurgroep ROG

      De stuurgroep ROG is het bestuursorgaan van het Regionaal overleg Gehandicaptenzorg, zoals vermeld in het Besluit Zorgregie. De Stuurgroep neemt de uiteindelijke beslissingen binnen het Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg in het kader van de Persoonsvolgende Financiering. 
    • Sub-Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg (Sub-ROG)

      (oude term)
      Binnen de zorgregie betekent ‘regionaal’ hetzelfde als provinciaal. Sub-regionaal is dan een kleinere regio binnen de provincie. In sommige provincies is er een nauwe samenwerking op subregionaal niveau en kunnen we spreken van een Sub-Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg (zoals bijvoorbeeld in Antwerpen). In andere provincies of in bepaalde regio’s is die samenwerking minder sterk of zelfs onbestaande.
    • Support Intensity Scale of SIS-schaal

      Zie SIS-schaal

  • T

    • Task Force Persoonsvolgende Financiering (TF PVF)

      De taskforce Persoonsvolgende Financiering is een tijdelijke overlegtafel binnen het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. In dit overleg bespreken de verschillende geledingen (koepels van aanbieders van zorg en ondersteuning, gebruikersverenigingen, mutualiteiten, Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap,…) de omschakeling naar Persoonsvolgende Financiering voor volwassen personen met een handicap. De taskforce  geeft advies aan de leidend ambtenaar van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap en het kabinet van de minister van Welzijn over deze omschakeling. 

    • Taskforce Persoonsvolgende financiering minderjarigen

      De Taskforce Persoonsvolgende Financiering minderjarigen is een overleg dat bekijkt hoe de Persoonsvolgende Financiering voor minderjarigen het best kan uitgevoerd worden. De vergadering bestaat uit vertegenwoordigers van gebruikers, zorgaanbieders, werknemers, mensen uit het onderwijs. Tegen eind 2019 moet ook voor kinderen en jongeren de persoonsvolgende financiering een feit zijn.
    • Team indicatiestelling

      Het team indicatiestelling is het team binnen de Integrale Toegangspoort dat alle aanvragen voor niet-rechtstreeks toegankelijke Jeugdhulp bekijkt. Het team gaat na of de omschrijving van de hulpvraag voldoende duidelijk is en of de aangeleverde diagnostiek en het eventuele voorstel van indicatiestelling van goede kwaliteit zijn.  Elk dossier krijgt een dossierverantwoordelijke toegewezen. De dossierbeheerder bepaalt welke vorm van jeugdhulp het meest geschikt is.  De dossierbeheerder maakt  een indicatiestellingsverslag op binnen de 30 werkdagen. Eigenlijk houdt dit team zich bezig met de verduidelijking van de ondersteuningsvraag.

      In elk van de zes regio’s vind je een intersectorale toegangspoort, en dus ook een team indicatiestelling. De zes regio’s zijn Antwerpen, Brussel, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen. 

    • Tehuis (niet-werkenden) bezigheid (TNWb of TNWbez)

      (oude term)
      zie tehuis voor niet werkenden.

    • Tehuis (niet-werkenden) nursing (TNWn of TNWnur)

      (oude term)
      zie tehuis voor niet werkenden.

    • Tehuis voor niet werkenden (TNW)

      (oude term)
      Mensen met een handicap die niet gaan werken en niet voldoende ondersteu­ning en opvang hebben in de thuissituatie, of die in groep willen leven,  kunnen terecht in een Tehuis voor Niet-werkenden. Tehuizen voor Niet-Werkenden richten zich meestal tot mensen met een ernstige handicap. Om van een Tehuis voor Niet-Werkenden gebruik te kunnen maken moet de ondersteuningsvrager een positieve beslissing van het Vlaams Agent­schap voor Personen met een Handicap krijgen. Tehuizen voor Niet-Werkenden bieden twee verschillende ondersteuningsvormen aan:
      • Tehuis voor niet werkenden Nursing: hierbij ligt de nadruk op zorg en (para)medische behandeling, zoals kinesitherapie. Men besteedt veel aandacht aan het comfort van de bewo­ners.
      • Tehuis voor niet werkenden Bezigheid: men voorziet activiteiten en vaardigheidstrainingen. Men biedt persoonlijke be­geleiding aan de bewoners. 
    • Tehuis voor werkenden (TW)

      (oude term)
      Mensen met een handicap die uit werken gaan of een andere dagbesteding hebben, kunnen voor residentiële opvang en ondersteuning terecht in een Tehuis voor Werkenden. Er zijn Tehuizen voor Werkenden voor mensen met een verstandelijke handicap en/of een motorische handicap. De bewoners van de Tehuizen voor Werkenden kunnen beroep doen op (persoonlijke) begeleiding en assistentie van het personeel. Een speciale vorm van een Tehuis voor Werkenden is het gezinsvervangend tehuis. Hier leven de bewoners in een kleinere groep, zodat er een gezinssfeer wordt gecreëerd.

    • Terugvalbasis

      Wanneer personen binnen de twee jaar na de vrijwillige overstap van niet-rechtstreeks toegankelijke hulp naar rechtstreeks toegankelijke hulp en/of een basisondersteuningsbudget de vraag stellen om opnieuw terug te keren naar niet-rechtstreeks toegankelijke ondersteuning, spreekt men over een terugvalbasis. 

    • Thuisbegeleiding (TB)

      Thuisbegeleiding is een vorm van hulpverlening waarbij de begeleiding in het gezin in de thuissituatie zelf gebeurt. Er zijn verschillende soorten thuisbegeleiding: thuisbegeleidingsdiensten voor personen (en hun omgeving) met een motorische, auditieve, visuele, verstandelijke handicap en voor personen (en hun omgeving) met autisme. Ook in de Bijzondere Jeugdbijstand wordt thuisbegeleiding georganiseerd als ondersteuning voor gezin­nen in problematische opvoedingssituaties. Binnen thuisbegeleiding richt men zich op de begeleiding van ouders en/of familie, ondersteuning van de broers en zussen, begeleiding van het kind of de jongere. Ook volwassenen met een handicap kunnen beroep  doen op een soort thuisbegeleiding. 
    • Tijdelijk Onderwijs aan Huis (TOAH)

      Tijdelijk onderwijs aan huis is onderwijs voor kinderen die langdurig of chronisch ziek zijn. De leerkracht kan thuis of in een ziekenhuis 4 lestijden per week les komen geven. 

    • Tijdelijke Afzondering (van Anderen) (TAVA)

      Met Tijdelijke Afzondering van Anderen verwijst men naar een maatregel bij een jeugdhulpaanbieder waarbij een jongere in crisis afgezonderd wordt om tot rust te kunnen komen. Men spreekt over een crisis wanneer de jongere een gevaar vormt voor zichzelf, voor anderen en/of voor materiaal. Deze maatregel mag men alleen gebruiken om de jongere te helpen en niet om hem te straffen. 

    • Toekomstgerichte vraag

      (oude term)
      Bij een toekomstgerichte vraag of passieve vraag is ondersteuning van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ten vroegste nodig over één jaar. De ondersteuningsvrager beslist samen met de contactpersoon of de zorgvraag toekomstgericht is. De vraag staat wel al geregistreerd in de Centrale Registratie van Zorgvragen, maar een oplossing op korte termijn is nog niet noodzakelijk. De registratie van passieve vragen laat toe om de behoeften aan ondersteuning op langere termijn in te schatten.

    • Totaal IntelligentieQuotiënt (TIQ)

      Het (totaal) intelligentiequotiënt is een getal dat men verkrijgt als resultaat van een intelligentietest. Het totaal intelligentiequotiënt bestaat uit het verbaal Intelligentiequotiënt en het performaal Intelligentiequotiënt. Dit getal geeft aan hoe een persoon zich op vlak van intelligentie situeert ten opzichte van andere personen van zijn leeftijd. Het gemiddelde intelligentiequotiënt is 100.
    • Type module

      Een typemodule is de inhoudelijke informatie over de ondersteuning die een jeugdhulpaanbieder kan bieden. Elke jeugdhulpaanbieder beschrijft haar jeugdhulpaanbod in modules op basis van die typemodules. 

  • U

    • Uitbreidingsbeleid (UBB of UB)

      Het Uitbreidingsbeleid is het beleid dat de Vlaamse Minister van Welzijn voert om het aanbod van zorg en ondersteuning in Vlaanderen te vergroten. De minister stelt daartoe jaarlijks aan alle Vlaamse provincies een budget ter beschikking en schuift daarmee samenhangend ook beleidsprioriteiten naar voor. 

    • Uithanden gegeven jongeren

      Uithanden gegeven jongeren zijn jongeren die zeer ernstige als misdaad omschreven feiten gepleegd hebben. De jeugdrechter verwijst hen omwille van de ernst van de misdrijven naar de gewone rechtbank voor beoordeling: hij ‘geeft hen uit handen’. Deze maatregel is mogelijk vanaf de leeftijd van 16 jaar.

    • Uitstroom

      De uitstroomgegevens tonen het aantal mensen dat een bepaalde ondersteuningstype (bij de volwassenen) of een bepaalde module (bij de minderjarigen) verlaat (of uitstroomt).
      Zie ook instroom, doorstroom.
    • Uitvoeringsrichtlijnen Zorgregie (UR)

      (oude term)
      Uitvoeringsrichtlijnen zorgregie zijn richtlijnen die de opdrachten of bepalingen uit het Besluit op de Zorgregie van 13 maart 2006 verder verduidelijken en concreter benoemen wie iets moet doen en op welke manier dat moet gebeuren. De richtlijnen gaan over zorgvraagregistratie, zorgbemiddeling, enzovoort. Bijvoorbeeld:
      • Wie moet de zorgvragen registreren en hoe?
      • Wie bepaalt welke vraag eerst wordt beantwoord en hoe?
      • Wie kan bemiddelen en hoe?
      • Wie zorgt voor de eerste opvang in noodsituaties en hoe? 
    • UNIA

      De vroegere benaming van de organisatie UNIA is het Interfederaal Gelijkekansencentrum.  Deze openbare instelling komt op voorgelijke kansen en bestrijdt discriminatie. Concreet betekent dit dat zij onder meer klachten over discriminatie onderzoeken en zich burgerlijke partij stellen wanneer een klacht voor de rechtbank komt. UNIA werd in België ook aangeduid als het onafhankelijk mechanisme om te waken over de toepassing van het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap. 

    • Universal Design (UD)

      Universal Design is een manier van denken die ervoor wil zorgen dat gebouwen, producten en omgevingen toegankelijk zijn voor iedereen, dus ook voor mensen met een handicap

  • V

    • Verbaal Intelligentiequotiënt (VIQ)

      Dit is een getal dat uitdrukt hoe goed het taalgevoel, de woordenschat en het vermogen om te redeneren van een persoon zijn. Samen met het performaal intelligentiequotiënt vormt het verbaal Intelligentiequotiënt het totale Intelligentiequotiënt.
    • Vereniging van Blinden En Slechtzienden Licht en Liefde vzw (VeBeS)

      De Vereniging van Blinden en Slechtzienden is een gebruikersvereniging voor mensen die blind of slechtziend zijn en hun netwerk. De vereniging komt op voor de belangen van blinden en slechtzienden en hun netwerk. De vereniging informeert over de problematiek, biedt ontspanning en helpt zijn leden met al hun vragen.  Deze vereniging richt zich op alle aspecten van de blindenproblematiek. De Vereniging voor Blinden en Slechtzienden wordt geleid door ervaringsdeskundigen. Meer informatie vind je op: www.vebes.be.
    • Vereniging Zonder Winstoogmerk (vzw)

      Een vereniging zonder winstoogmerk streeft naar de verwezenlijking van een doelstelling zonder de bedoeling daar geld mee te verdienen (dus zonder winstoogmerk). Een vereniging zonder winstoogmerk bestaat uit minstens drie personen. Alle gebruikersverenigingen binnen Vlaams Gebruikersoverleg voor Personen met een Handicap zijn verenigingen zonder winstoogmerk. Het Vlaams Gebruikersoverleg voor Personen met een Handicap is ook een vereniging zonder winstoogmerk. 
    • Vergunde zorgaanbieder

      Zie zorgaanbieder

    • Verhaalprocedure

      (Oude Term)
      Verhaal(procedure) tegen beslissingen van de Regionale Prioriteitencommissie

      De Regionale Prioriteitencommissie beslist of een zorgvrager een prioritair te bemiddelen status krijgt of niet. Als de commissie weigert, kan de contactpersoon in overleg met de zorgvrager opnieuw een aanvraag indienen bij de Regionale Prioriteitencommissie. Dit kan alleen als de bestaande situatie verandert en als de zorgvrager nieuwe informatie aan zijn dossier kan toevoegen.
      Bv. Men heeft plots meer of andere hulp nodig of men vergat iets te melden.
    • Verhoogde kinderbijslag

      Kinderen en jongeren met een handicap kunnen tot 21 jaar een hogere kinderbijslag krijgen dan andere kinderen. Dit om de extra kosten die hun handicap met zich meebrengt te helpen dragen. Een hogere kinderbijslag krijg je niet zomaar. Het kind of de jongere moet voldoen aan verschillende voorwaarden.

    • Verlengde minderjarigheid

      Zie bewindvoering.

    • Vermaatschappelijking van de zorg

      Vermaatschappelijking van de zorg verwijst naar het streven om iedereen met een ondersteuningsnood een eigen zinvolle plek in de samenleving te laten innemen. Het streven is om hen daarbij waar nodig te ondersteunen en de zorg en ondersteuning zoveel mogelijk geïntegreerd in de samenleving te laten verlopen. Dit houdt bijvoorbeeld in dat personen met een handicap hun zorg en ondersteuning niet uitsluitend bij vergunde zorgaanbieders moeten kopen. Zij kunnen ook gebruik maken van diensten die voor alle burgers toegankelijk zijn, zoals poetshulp, gezinszorg, psychotherapie, vrijwilligers enzovoort. 

    • Verontrustende situatie

      Binnen de Vlaamse Jeugdhulp is een verontrustende situatie een situatie waarin de ontwikkelingskansen en/of de integriteit van de jongere in gevaar komt. Het ondersteuningscentrum jeugdzorg heeft een hoofdrol in het onderzoek naar de verontrustende situatie en het gevolg dat hier, al dan niet via het parket, aan gegeven wordt.
    • Versnelde Indicatiestelling en Toewijzing (VIST)

      Dit is een procedure waarbij de Intersectorale Toegangspoort een jongere sneller dan gewoonlijk toelating kan geven om ondersteuning op te starten. Deze versnelde procedure kan worden aangevraagd in 4 zeer dringende situaties:

      1. Een dringende situatie waarin er een tekort is aan aangeleverde diagnostiek:
      2. Wanneer er dringend vraag is naar een time-out. Een time-out is een methode waarbij de jongere tijdelijk uit zijn onmiddellijke omgeving ( bijvoorbeeld hulpverleners, ouders, …) wordt weggenomen omdat de relatie tussen de jongere en iemand uit die onmiddellijke omgeving niet meer draagbaar is. Het is een moment om tot rust te komen, en om na te denken.
      3. Wanneer noodzakelijke snelle hulp aangewezen vanuit crisisjeugdhulp,
      4. Wanneer de hulp die via de versnelde indicatiestelling en toewijzing gevraagd wordt, de jongere en zijn netwerk versterkt, en meer ingrijpende jeugdhulp voorkomt.
    • Verstandelijke handicap

      Mensen met een verstandelijke handicap hebben een beperking in het intellectuele functioneren en in de sociale (zelf)redzaamheid. De officiële definitie van een verstandelijke handicap werd geschreven door de American Association on the Intellectual and Developmental Disabilities. Volgens deze definitie zijn er drie criteria nodig om de diagnose verstandelijke handicap te kunnen stellen:
      • Een duidelijke beperking in intelligentie;
      • Een duidelijke beperking in vaardigheden die mensen nodig hebben om te overleven in het dagelijkse leven, zoals communicatie, zelfzorg en zelfbepaling, sociale vaardigheden, enzovoort; 
      • De beperkingen moeten optreden voor de leeftijd van 18 jaar.

      Er zijn verschillende oorzaken van een verstandelijke handicap, zoals zuurstofgebrek bij de geboorte, ziekte op jonge leeftijd, genetische factoren, enzovoort. Het vaststellen van een verstandelijke handicap gebeurt onder meer door het bepalen van het intelligentiequotiënt (IQ). Wanneer het IQ lager is dan 70 of 75, spreken we van een verstandelijke handicap. Daarnaast worden er beperkingen vastgesteld in de praktische en/of sociale vaardigheden. 
      Bovenstaande definitie en criteria zijn echter niet voldoende om de ondersteuningsnood van een persoon met een verstandelijke handicap vast te stellen. Deze ondersteuningsnood wijst op de ondersteuning die iemand nodig heeft en wenst om zelfstandig en naar eigen keuze te kunnen leven. 

      Bovenstaande definitie en criteria zijn enkel gebaseerd op de hedendaagse en westerse normen en verwachtingen naar individuen. De nadruk ligt dan ook op cognitieve en verbale mogelijkheden. Er wordt weinig tot geen rekening gehouden met niet-cognitieve en niet-verbale mogelijkheden, en ook niet met cultuur en leefomgeving.
    • Vertrouwenscentrum kindermishandeling (VK)

      Het vertrouwenscentrum kindermishandeling is hét expertisecentrum en aanspreekpunt voor alle mogelijke situaties van geweld op kinderen, zoals kindermishandeling, kinderverwaarlozing, seksueel misbruik, enzovoort.  Het biedt vooral advies en ondersteuning aan hulpverleners. De hulpverlening van het vertrouwenscentrum kindermishandeling is gratis en geheel vrijwillig.

      Het vertrouwenscentrum is enkel toegankelijk voor jeugdhulpvoorzieningen die er zelf niet in slagen om een verontrustende situatie in te schatten en/of op te volgen.  Zij streven altijd naar ‘vrijwillig aanvaarde’ hulp in een aanklampende context. Dit houdt in dat de hulpverleners intensieve hulp bieden en de personen in de verontrustende situatie zeer goed opvolgen en niet zomaar loslaten. Het vertrouwenscentrum wordt erkend en betaald via Kind en Gezin. Het vertrouwenscentrum probeert via begeleiding van het kind en de andere gezinsleden het geweld te stoppen of te voorkomen. Indien nodig kunnen zij dossiers overmaken aan het parket.

      Het geven van advies en het bewust maken van mensen voor situaties van geweld op kinderen zijn twee belangrijke taken. Het vertrouwenscentrum kindermishandeling moet van de overheid onderzoeken of er sprake is van “maatschappelijke noodzaak”.  Dit betekent dat het vertrouwenscentrum in geval van kindermishandeling onderzoekt of (bijkomende) hulp  nodig is.

    • Vertrouwenspersoon

      Een vertrouwenspersoon is een persoon uit je netwerk die je zelf kiest. De vertrouwenspersoon is een aanspreekpunt voor de minderjarige doorheen het hele traject van de jeugdhulpverlening. Hij of zij krijgt het mandaat om jeugdhulpverleners aan te spreken, bemiddeling en overleg opstarten en de situatie te volgen. In sommige gevallen heeft de vertrouwenspersoon ook toegang tot het dossier van de minderjarige.

    • Verwijzers

      Verwijzers zijn diensten die een erkenning hebben als Multidisciplinair Team van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
      Er zijn een negental werkvormen van multidisciplinaire diensten:

      • Diensten maatschappelijk werk van de mutualiteiten
      • Revalidatiecentra
      • Consultatiebureaus
      • Centra voor Ontwikkelingsstoornissen
      • Centra voor Leerlingbegeleiding
      • Observatie- en Behandelingscentra
      • K-diensten
      • Centra Geestelijke Gezondheidszorg
      • Onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra
    • VFG Vereniging Personen met een handicap vzw (VFG vzw)

      VFG is een gebruikersvereniging die zich richt op personen met een handicap, hun familieleden en vrienden en de brede maatschappij. VFG is een socio-culturele vereniging, een vrijwilligersorganisatie en partner van de Socialistische Mutualiteiten. De vereniging ijvert voor het volwaardig burgerschap voor personen met een handicap. De oudere benaming voor VFG is Vlaamse Federatie Gehandicapten, maar deze benaming wordt niet meer gebruikt. Meer informatie vind je op: www.vfg.be.
    • VIPA-buffer

      De VIPA-buffer is het specifiek budget dat het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden geeft aan residentiële en semi-residentiële welzijns- en gezondheidsdiensten (o.a. woonzorgcentra, aanbieders voor personen met een handicap,…):
      • In een eerste fase krijgt de dienst de vergunning en financiering voor infrastructuuraanpassingen (nieuwbouw en/of verbouwingswerken)
      • In een tweede fase , bij ingebruikname van de gebouwen, krijgt de dienst ook de werkingsmiddelen en de definitieve erkenning.
      In de sector van volwassen personen met een handicap zijn er heel wat wijzigingen door de invoering van Persoonsvolgende Financiering. De politieke beslissingen omtrent de VIPA-buffer moeten nog genomen worden.
    • Visuele handicap

      Een visuele handicap is een beperking van het gezichtsvermogen. Deze beperking kan gedeeltelijk (slechtziend) of volledig (blindheid) zijn.
    • Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH)

      Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap is een agentschap onder de bevoegdheid van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Bij dit agentschap kan een persoon met een handicap terecht voor:

      • hulpmiddelen en aanpassingen
      • een persoonsvolgend budget

      Een organisatie of dienst die ondersteuning aanbiedt aan personen met een handicap kan bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap terecht voor financiering
    • Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid (VAZG)

      Het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid is een agentschap onder de bevoegdheid van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Dit agentschap heeft de opdracht de beleidsbeslissingen rond gezondheid en welzijn van alle Vlamingen uit te voeren. Bij dit agentschap kan je terecht voor bijvoorbeeld erkenningen aan woonzorgcentra en subsidies voor gezinszorg aan huis. 
    • Vlaams Communicatie Assistentie Bureau voor Doven vzw (CAB)

      Het Vlaams Communicatie Assistentie Bureau voor Doven  is een vereniging zonder winstoogmerk die tolkondersteuning organiseert voor mensen met een auditieve handicap. Iedereen kan bij het Vlaams Communicatie Assistentie Bureau een tolk Vlaamse gebarentaal aanvragen. De dienst probeert voor iedere opdracht een tolk Vlaamse gebarentaal te vinden.
    • Vlaams Detentiecentrum

      Het Vlaams Detentiecentrum De Wijngaard is een gevangenis in Tongeren met ondermeer een aantal plaatsen voor uithanden gegeven jongeren

    • Vlaams Fonds (VFSIPH)

      Het Vlaams Fonds is een oude benaming van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap en was de verkorte benaming van Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap

    • Vlaams Gebruikersoverleg voor Personen met een Handicap (VGPH)

      Het Vlaams Gebruikersoverleg voor Personen met een Handicap is een overlegplatform voor en van verenigingen voor personen met een handicap. Het Vlaams Gebruikersoverleg voor Personen met een Handicap ondersteunt de gebruikersvertegenwoordigers van de gebruikersverenigingen door:

      • Het informeren van personen met een handicap via hun verenigingen;
      • het organiseren van overleg over de ondersteuning van meerderjarige personen met een handicap;
      • Het organiseren van overleg over de ondersteuning van minderjarige personen met een handicap;
      • Het helpen van ondersteuningsvragers bij de klachtenprocedure binnen de ondersteuning voor personen met een  handicap

      Het Vlaams Gebruikersoverleg voor Personen met een Handicap vertrekt hierbij van de ervaringen van personen met een handicap en hun netwerk. Zo wil het platform hen maximaal en op elk niveau volwaardig laten participeren aan beleids- en overlegtafels rond de organisatie van zorg en ondersteuning.
      Het Vlaams Gebruikersoverleg voor Personen met een Handicap vindt dat alle personen met een handicap recht hebben op kwaliteit van bestaan en wil personen met een handicap versterken zodat zij volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij.
    • Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA)

      VIPA is de afkorting van Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden. Dit agentschap onder de bevoegdheid van de Vlaamse minister van Volksgezondheid en Gezin geeft financiële middelen aan welzijns- en gezondheidsaanbieders voor infrastructuuraanpassingen.
      Zie ook VIPA-buffer.
    • Vlaams Intersectoraal Akkoord (VIA)

      Een Vlaams Intersectoraal Akkoord is een afspraak tussen de Vlaamse Regering enerzijds, en de werknemers- en werkgeversorganisaties anderzijds. Het vierde Vlaams Intersectoraal Akkoord (VIA 4) werd afgesloten op 2 december 2011. De VIA-akkoorden gelden telkens voor een periode van vijf jaar.
      Het doel van de Vlaamse Intersectorale Akkoorden bestaat erin de arbeidsvoorwaarden van de werknemers in de non-profitsector te garanderen en te verbeteren. 
    • Vlaams Welszijnsverbond (VWV)

      Het Vlaams Welzijnsverbond is, net zoals de Federatie van Sociale Ondernemingen, een koepelorganisatie van welzijnsaanbieders (van zorg en ondersteuning). Het Vlaams Welzijnsverbond ondersteunt, begeleidt en vertegenwoordigt de aangesloten aanbieders van zorg en ondersteuning uit de sector voor personen met een handicap Bijzondere Jeugdzorg, gezinszorg, revalidatie, kinderopvang en vrijwilligerswerk. Daarnaast adviseert de organisatie over beleidsmateries. 
    • Vlaams Zorgfonds

      Het Vlaams Zorgfonds is een administratieve dienst van de Vlaamse overheid. Het Vlaams Zorgfonds beheert de Vlaamse zorgverzekering. Dit Vlaams Zorgfonds keert het Basisondersteuningsbudget uit. Opgelet: niet te verwarren met het Vlaams Fonds, de vroegere benaming van het huidige Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
    • Vlaams-Brabant en Brussel (VBB)

      De regio Vlaams-Brabant en het Brussels hoofdstedelijk gewest vormen samen het Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg Vlaams-Brabant en Brussel.

    • Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB)

      De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding is een Vlaamse overheidsdienst. Deze overheidsdienst begeleidt werkzoekenden bij het vinden van een passende job en brengt werkgevers en werkzoekenden met elkaar in contact

    • Vlaamse jeugdhulp

      De Vlaamse jeugdhulp verbindt delen van 6 administraties uit het welzijns- en onderwijslandschap. Jongeren en hun ouders maken structureel deel uit van het beleid.
       
      Volgende sectoren zijn betrokken in de Vlaamse jeugdhulp:

      • Agentschap Jongerenwelzijn (JWZ)
      • Algemeen Welzijnswerk (AWW)
      • Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG)
      • Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB)
      • Kind en Gezin (K&G)
      • Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH)

      Eens een jongere in het systeem van de Vlaamse jeugdhulp zit, kan hij zonder verdere procedures ondersteuning of begeleiding krijgen van alle betrokken sectoren. Jongeren en hun ouders kunnen rechtstreeks aankloppen bij vele diensten voor begeleiding en advies. Een jongere met een nood aan meer intensieve ondersteuning kan zich aanmelden bij de toegangspoort die de geschikte hulp toewijst. Bij verontrusting wordt gepast opgetreden en bij een onverwachte crisis staat een netwerk van diensten klaar. Als de hulpverlening moeilijk verloopt, kunnen overleg en bemiddeling een uitweg bieden.
      Men gebruikt steeds minder de term integrale jeugdhulp en steeds meer de term (Vlaamse) jeugdhulp. 

    • Vlaamse Liga NAH vzw (of Vzw Vlaamse Liga voor personen met niet-aangeboren hersenletsel)

      De vzw Vlaamse Liga NAH is een gebruikersvereniging die betrokkenen en professionelen verenigt rond de problematiek van niet-aangeboren hersenletsel. Het voornaamste streefdoel van deze vereniging is het verbeteren van de kwaliteit en toegankelijkheid van de ondersteuning, zorg en hulpverlening voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel  en hun omgeving. Meer info vind je op: www.vlaamseliganah.be.

    • Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP)

      De Vlaamse Ondersteuningspremie is één van de tewerkstellingsondersteunende maatregelen van de overheid om de tewerkstelling van personen met een (arbeids) handicap te stimuleren. Een Vlaamse Ondersteuningspremie moet het in dienst nemen en houden van een persoon met een (arbeids)handicap aantrekkelijker maken voor werkgevers. Een Vlaamse Ondersteuningspremie compenseert het mogelijke rendementsverlies van de persoon met een (arbeids)handicap of eventuele ondersteuning door collega’s .
    • Vlaamse Reumaliga vzw (VRL vzw)

      De Vlaamse Reumaliga is een gebruikersvereniging die zich inzet en een stem wil zijn voor alle reumapatiënten. De vereniging biedt praktische hulp en steun, en informeert mensen die aan reuma lijden over de verschillende reumatische aandoeningen. De organisatie wil ook een trefpunt zijn voor reumapatiënten en andere betrokkenen. Daarnaast komt de Reumaliga vzw op voor de belangen van de patiënt. Meer informatie vind je op: www.reumaliga.be.
    • Vlaamse Sociale Bescherming (VSB)

      De Vlaamse Sociale Bescherming is een administratieve dienst van de Vlaamse overheid. Zij  organiseert de Vlaamse Zorgverzekering.

    • Vlaamse Vereniging Autisme vzw (VVA)

      Vlaamse Vereniging Autisme  is een gebruikersvereniging en brengt mensen met autisme, hun ouders, familie en sociaal netwerk samen.
      De Vlaamse Vereniging Autisme wil onze samenleving motiveren en activeren zodat mensen met autisme en hun omgeving zichzelf kunnen zijn, vertrekkend vanuit hun kwaliteiten en rekening houdend met hun specifieke noden.
      Het ideaal van de vereniging is een samenleving die openstaat voor alle facetten van autisme en waar diversiteit als een meerwaarde wordt ervaren.
      De vereniging - met zijn vele ervaringsdeskundige vrijwilligers - is de stuwende kracht achter tal van initiatieven en tracht haar missie te realiseren door middel van:
      • Bondgenotenwerking
      • Sensibilisering van verschillende partners
      • Het autismefonds

      Om dit alles te realiseren doet de vereniging beroep op tal van geëngageerde vrijwilligers, die met hun ervaringsdeskundigheid veel betekenen voor tal van bondgenoten. Ervaringsuitwisseling met én tussen persoonlijk betrokkenen staat centraal. De  vrijwilligers en medewerkers verlenen geen diensten, maar versterken de eigen kracht van mensen om zelf hun situatie ten goede te veranderen.
      Meer informatie vind je op : www.autismevlaanderen.be
    • Vlaamse Vereniging Neuromusculaire Aandoeningen vzw (NEMA vzw)

      De Vlaamse vereniging neuromusculaire aandoeningen vzw is een gebruikersvereniging voor mensen met een neuromusculaire aandoening en hun familieleden en vrienden. Neuromusculaire aandoeningen  zijn aandoeningen van het centrale zenuwstelsel (de hersenen en het ruggenmerg). In de volksmond wordt naar deze ziekten vaak verwezen met de term ‘spierziekten’. Meer informatie vind je op: www.nema.be
    • Vlaamse zorgverzekering

      De Vlaamse zorgverzekering is een verzekering voor wie ernstig en langdurig nood heeft aan zorg en ondersteuning. Wie aangesloten is bij de Vlaamse zorgverzekering en ernstig en langdurig zorgbehoevend is, kan maandelijks een tegemoetkoming krijgen in de kosten voor niet-medische zorg. Dit wordt een tenlasteneming genoemd. Het is een vaste vergoeding die de Zorgkas maandelijks  uitbetaalt.
      In alle Vlaamse provincies, met uitzondering van Brussel,  is iedere inwoner verplicht zich aan te sluiten bij een zorgverzekering. Brusselaars kunnen zich wel vrijwillig aansluiten bij een Vlaamse zorgverzekering. Om een Basisondersteuningsbudget te kunnen krijgen, is aansluiting bij een Vlaamse zorgverzekering een voorwaarde. 

    • VN verdrag voor de Rechten van Personen met een Handicap

      Een verdrag is een afsprakennota. Een VN verdrag is een afsprakennota tussen de lidstaten van de Verenigde Naties. In een verdrag worden algemene principes afgesproken.  De lidstaten die het verdrag ondertekenen, engageren zich om de wetgeving in de richting van die principes aan te passen.
      Het VN verdrag voor de Rechten van personen met een Handicap is een verdrag dat de rechten van personen met een handicap verzekert.  Het verdrag wil  de hindernissen wegwerken die personen met een handicap tegenhouden om volwaardig aan de samenleving deel te nemen. De Verenigde Naties keurden het verdrag goed op 13 december 2006 en België bekrachtigde het verdrag op 2 juli 2009. 

    • Voltijds Equivalent (VTE)

      Zie Fulltime Equivalent.
    • Voogd

      Wanneer een minderjarige géén ouder meer heeft, of wanneer de enige ouder onmogelijk het ouderlijke gezag kan uitoefenen, dan benoemt een vrederechter een voogd voor de minderjarige. Om een goede voogd aan te duiden, overlegt de vrederechter met familieleden, en eventueel het parket of de sociale dienst. De voogd beheert de goederen van de minderjarige, en bekommert zich om zijn opvoeding en opvang. Alle (belangrijke) beslissingen over en voor de minderjarige worden genomen in samenspraak met de vrederechter, en ook de minderjarige zelf heeft inspraak vanaf 12 jaar. Vanaf 16 jaar kan een minderjarige ontvoogd worden. In normale omstandigheden heft men de voogdij op zodra de minderjarige meerderjarig wordt. Enkel in het geval van bewindvoering geldt dit niet.
    • Voorkeurregeling

      Zie Weduwen(aars), Invaliden, Gepensioneerden en Wezen (-statuut) (WIGW)

    • Voorlopige bewindvoering

      Zie Bewindvoering
    • Voortraject

      Het voortraject is de fase die iemand met een (handicapspecifieke) ondersteuningsvraag moet doorlopen voor hij is ingeschreven bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Tijdens het voortraject wordt de vraag van de ondersteuningsvrager duidelijk gesteld en wordt er – al dan niet met begeleiding van de Dienst Ondersteuningsplan – een ondersteuningsplan opgesteld. De bedoeling is om te kijken welke ondersteuning de ondersteuningsvrager juist nodig heeft, en waar hij terecht kan voor die ondersteuning.
    • Voorziening

      (oude term)
      Een voorziening is een organisatie die door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap is erkend. Ze biedt opvang, behandeling en/of begeleiding aan personen met een handicap.
      Men spreekt nu binnen de jeugdhulp over Multifunctionele Centra en jeugdhulpaanbieders. Binnen de sector van volwassen personen met een handicap spreekt men over (vergunde en niet vergunde) aanbieders van zorg en ondersteuning.
    • VormingsInstituut voor Begeleiding van Personen met een Handicap (VIBEG)

      Het vormingsinstistuut voor begeleiding van Personen met een Handicap is een sociaal-culturele vormingsinstelling. De organisatie werkt met en voor mensen met een handicap en mensen die samenleven of werken met personen met een handicap. Het vormingsinstistuut voor begeleiding van Personen met een Handicap geeft vorming aan volwassenen met een verstandelijke en/of meervoudige handicap. Daarnaast organiseert het vormingsinstistuut voor begeleiding van Personen met een Handicap ook vormingen over handicap- en zorg- en ondersteuningsgerelateerde onderwerpen voor professionelen. Op deze manier hoopt de organisatie mee te werken aan de emancipatie van mensen met een handicap en aan een inclusieve samenleving. Het vormingsinstistuut voor begeleiding van Personen met een Handicap maakt deel uit van de KVG-groep.
    • Voucher

      Een voucher is een cheque of waardebon. Met de voucher kan een budgethouder terecht bij een vergunde aanbieder van zorg en ondersteuning. De budgethouder kiest zelf van welke vergunde aanbieder(s) hij ondersteuning wenst en sluit een contract af met die vergunde aanbieder(s). De voucher wordt uitgedrukt in punten (niet in euro’s). Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap betaalt die vergunde aanbieders rechtstreeks. De budgethouder beheert niet zelf het voucherbudget. Personen met een handicap kunnen een persoonsvolgend budget ontvangen in de vorm van een cashbudget, een voucher of een combinatie van beiden. 

    • Vraaggestuurde ondersteuning

      Vraaggestuurde ondersteuning is ondersteuning die vertrekt vanuit de wensen, de noden en de mogelijkheden van de persoon met een handicap zelf. De tegenhanger van vraaggestuurd, is aanbodgestuurd. Aanbodgestuurd wil zeggen dat het (beschikbare) aanbod bepalend is voor de zorg en ondersteuning die de persoon met een handicap krijgt. De Persoonsvolgende financiering werd ingevoerd om meer vraaggestuurde ondersteuning mogelijk te maken. Voorheen konden personen met een handicap alleen kiezen uit een aantal ondersteuningsvormen. Dit kwam overeen met  totaalpakketten van zorg en ondersteuning waarvoor de aanbieders een erkenning van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap konden krijgen.
    • Vraagverduidelijking of vraagverheldering

      De ondersteuningsvrager zoekt uit  welke ondersteuning hij nodig heeft om te leven, wanneer en in welke mate. Dat kan op vlak van wonen, werken, vrije tijd, enzovoort. Bij elke verandering in de leefsituatie kan dus ook de vraag veranderen. En bij elke nieuwe vraag, kan men deze best ook verduidelijken. Er zijn diensten die de ondersteuningsvrager hierbij ondersteunen. Deze diensten geven informatie en maken de ondersteuningsvrager wegwijs in de ondersteuningsmogelijkheden. Op deze manier kan de ondersteuningsvrager een goede en weldoordachte keuze maken.
      Eén van de diensten die hierbij begeleiden zijn Diensten Ondersteuningsplan.
    • Vrijwilliger

      Een vrijwilliger is iemand die uit vrije wil werkzaamheden verricht, buiten een vast dienstverband. Het werk dat vrijwilligers verrichten is onbetaald, of er staat een vergoeding tegenover die lager ligt dan het minimumloon bij betaald werk. Soms krijgen vrijwilligers ook een kostenvergoeding. Toch kunnen vrijwilligers, net als betaalde krachten, professioneel en deskundig te werk gaan. Voor vele (kleine) organisaties is de inzet van vrijwilligers zeer belangrijk. Ook het Vlaams Gebruikersoverleg voor Personen met een Handicap werkt grotendeels met ervaringsdeskundige vrijwilligers. 
  • W

    • Weduwen(aars), Invaliden, Gepensioneerden en Wezen (-kaart) (WIGW)

      Personen die een WIGW-kaart hebben, komen – mits een inkomstenbeperking - in aanmerking voor bijzondere rechten in de sociale zekerheid en een verhoogde tussenkomst van het ziekenfonds bij medische kosten. Dit is de zogenaamde voorkeurregeling.
    • Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG)

      Welzijn, Volksgezondheid en Gezin is een beleidsdomein van de Vlaamse Overheid. Dit beleidsdomein behandelt materies over kinderen en jongeren, gezinnen, ouderen, personen met welzijnsnoden, personen met gezondheidsnoden en personen met een handicap. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap valt onder de bevoegdheid van dit beleidsdomein. 
    • Welzijnsdiensten of Reguliere Welzijnsdiensten

      Deze diensten zijn er voor elke burger. Enkele voorbeelden: thuiszorg, thuisverpleging, gezinshulp, maaltijd- en vervoersdiensten en oppasdiensten. Deze diensten zijn erkend en worden deels betaald door de Vlaamse Overheid. Ze vragen een bijdrage die meestal afhankelijk is van het inkomen.

    • Werkgroep (WG)

      Dit is een groep van mensen die regelmatig samenkomen om te werken rond een bepaald onderwerp. Binnen een Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg zijn er dikwijls verschillende werkgroepen die specifieke onderwerpen uit de stuurgroep verder uitwerken of voorbereiden voor de stuurgroep. 
    • West -Vlaanderen (WVL)

      Dit is één van de vijf Vlaamse provincies. De andere zijn: Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Limburg en Vlaams Brabant.

    • Westhoek Vrijetijd Anders vzw (WVA vzw)

      Westhoek Vrijetijd Anders vzw is een gebruikersvereniging in West-Vlaanderen voor personen met een handicap, hun familieleden en vrienden en professionelen. Westhoek Vrijetijd Anders vzw is een vrijetijdsorganisatie die bestaat uit verschillende deelwerkingen. De organisatie geeft vormingen, biedt vrijetijdsbesteding aan, doet aan sociale dienstverlening en informeert haar leden over verschillende handicap-gerelateerde onderwerpen. In samenwerking met enkele diensten erkend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap biedt Westhoek Vrijetijd Anders vzw in de Westhoek een aantal diensten aan, aan personen met een handicap. Tenslotte is Westhoek Vrijetijd Anders vzw ook actief rond toegankelijkheid. Meer info vind je op: www.wvavzw.be.

    • Witboek

      Het witboek is een document van Jo Vandeurzen (minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin) dat beschrijft hoe de overheid een probleem gaat aanpakken. Het witboek geeft informatie die gebruikt wordt bij het nemen van beslissingen. In het witboek staat een concreet stappenplan met de acties die men zal ondernemen.

    • Wonen onder begeleiding/met ondersteuning van een particulier (WOP)

      (oude term)
      Wonen onder begeleiding of met ondersteu­ning van een particulier is een ondersteuningsvorm waarbij de persoon met een handicap zelfstandig woont, maar daarbij ondersteuning krijgt van een vrijwilliger. Dit is meestal iemand uit het netwerk van de persoon met een handicap, bijvoor­beeld een vriend(in) of een familielid. De vrijwilliger wordt op zijn beurt ondersteund door een dienst Pleegzorg of Wonen onder begeleiding met ondersteuning van een Particulier.

    • Woongarantie - ondersteuningsgarantie (WGOG)

      In 2013 creëerde  het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap de mogelijkheid tot de oprichting van projecten Woon- en ondersteuningsgarantie. Dit zijn vrij kleine wooneenheden waarbij de bewoners zelf instaan voor hun woon- en leefkost. De inrichtende organisatie of de verantwoordelijken van dit project bieden de ondersteuning aan en het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap subsidieert die ondersteuning.
    • Woonkosten

      Woonkosten zijn alle kosten die een persoon met een handicap maakt voor het gebruik of de huur van een woning, kamer, studio, appartement of gemeenschappelijke ruimtes. De kosten voor het verbruik van water, elektriciteit, verwarming en voor kleine herstellingen aan de ruimtes horen ook bij de woonkosten.

    • Woonondersteuning

      Woonondersteuning is ondersteuning die gedurende de nacht, de vroege ochtenduren en late avonduren geboden wordt. Woonondersteuning wordt uitgedrukt in het aantal nachten per week. Deze ondersteuning bestaat uit begeleiding en permanentie. Woonondersteuning wordt meestal in groep aangeboden.
      Woonondersteuning is één van de globale ondersteuningsfuncties binnen Persoonsvolgende Financiering. Deze term werd vroeger ook gebruikt bij de Flexibel Aanbod Meerderjarigen. 
  • Z

    • Zelfbepaling

      Zelfbepaling betekent dat een persoon zelf kan bepalen wie hij is en wat hij wil doen in het leven.

    • Zelfredzaamheidschaal

      De zelfredzaamheidschaal is net zoals de Support Intensity Scale een vragenlijst die de ondersteuningsnoden en de zelfredzaamheid van een persoon met een handicap in kaart brengt. Het instrument is vooral geschikt voor mensen met een zware ondersteuningsnood.
    • Zelfstandig Wonen (ZeWO)

      (oude term)
      Zelfstandig Wonen is een ondersteu­ningsvorm die ondersteuning biedt voornamelijk aan personen met een fysieke handicap (eventueel met bijkomende problematieken) die zelfstandig wonen. De dienst Zelfstandig Wonen ondersteunt meestal een 10 tot 15-tal mensen die een woning huren in een sociale woonwijk. Ondersteuningsvragers kunnen 24 uur op 24 uur ADL-assistentie oproepen via een intercom­systeem. Een andere term die soms voor Zelfstandig Wonen wordt gebruikt is Focus-wonen.
    • Zelfzorg

      Dit is de zorg die een persoon met een handicap voor zichzelf kan opnemen.

    • Zoom vzw

      Zoom vzw is een bijstandsorganisatie. Daarnaast zijn ook Absoluut vzw, Alin vzw, Onafhankelijk Leven vzw en MyAssist vzw bijstandsorganisaties.
      Zoom vzw helpt volwassen personen met een handicap met een persoonsvolgend budget om zelf hun handicapspecifieke zorg en ondersteuning te regelen. Deze vereniging helpt mensen met een cashbudget, maar ook mensen met een voucher. Zoom vzw ondersteunt ook minderjarige personen met een persoonlijke-assistentiebudget. De vereniging helpt de budgethouders bij het opstarten, uitgeven en beheren van hun budget. Op vraag van de budgethouder kan deze vereniging ook helpen in de onderhandeling met de zorgaanbieders.
       
      Meer informatie vind je op : www.zoomvzw.be
    • Zorg In Natura (ZIN)

      Zorg in natura is alle ondersteuning, behandeling, opvang en begeleiding van een minderjarige persoon met een handicap door een jeugdaanbieder erkend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Een andere manier om zorg en ondersteuning te organiseren voor minderjarigen is via het Persoonlijke-Assistentie Budget.
      Binnen de sector van volwassen personen met een handicap
      gebruikt men deze term niet meer.
    • Zorgaanbieder

      Een zorgaanbieder is een organisatie die zorg en ondersteuning biedt aan personen met een handicap. Wanneer het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap een organisatie erkent en financiert, spreken we van een vergunde (zorg)aanbieder. De organisatie moet dan aan specifieke voorwaarden voldoen, zoals het naleven van de kwaliteitsvoorwaarden,  het verantwoorden van het ontvangen geld van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, … . 

    • Zorgbemiddelingsvergadering

      (Oude term)
      De zorgbemiddelingvergadering is de vergadering waarin ondersteuningsvragen die door de Regionale Prioriteitencommissie erkend werden als Prioritair te Bemiddelen Dossiers – en die niet binnen een aanvaardbare termijn een antwoord krijgen, bemiddeld worden. Daarnaast kan op een zorgbemiddelingsvergadering ook de hantering van de noodsituaties conform het protocol noodsituatie besproken worden. Op vraag van een contactpersoon kan tenslotte ook een individuele zorgvraag besproken worden. In ad hoc-zorgbemiddelingsvergaderingen komen alle betrokken actoren van één (of meerdere) ondersteuningsvragers die na verschillende bemiddelingspogingen nog steeds geen oplossing hebben, samen om intensief naar een oplossing te zoeken. 
    • Zorggradatie

      Zorggradatie betekent een onderscheid aanbrengen in de mate van zorgbehoefte: er zijn verschillende niveau’s van zorgbehoevendheid.
    • Zorginspectie

      Zorginspectie is de verkorte term voor het Intern Verzelfstandigd Agentschap Zorginspectie. Dit agentschap is belast met de inspectietaken in de sector personen met een handicap. Inspectietaken zijn dan vooral de controles op de Sectorale Minimale Kwaliteitseisen die het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap aan de voorzieningen stelt.
    • Zorgkas

      Een Zorgkas is een instantie die de administratie van de Zorgverzekering beheert. Een Zorgkas wordt ofwel opgericht door een ziekenfonds of door een verzekeringsmaatschappij. Er zijn zeven zorgkassen in Vlaanderen. Ook de Vlaamse overheid heeft een Zorgkas opgericht: de Vlaamse Zorgkas. Iedereen kan er terecht. Wie niet binnen de voorziene tijd aansluit bij de zorgkas van zijn keuze, wordt automatisch lid van de Vlaamse Zorgkas. Iedereen in Vlaanderen is dus lid van een Zorgkas.

    • Zorgregie (ZR)

      (Oude term)
      Zorgregie bestaat uit:

      • Zorgvraagregistratie: Iemand heeft een zorgvraag en wil ondersteuning. De vraag wordt opgenomen in de Centrale Registratie van Zorgvragen.
      • Zorgbemiddeling: Iemand heeft een zorgvraag. Men zoekt een oplossing.
      • Zorgafstemming: Welke ondersteuning is er? Welke vragen zijn er? Geeft de ondersteuning een gepast antwoord op de vragen?
      • Zorgplanning: Er zullen nog vragen komen. Welke ondersteuning is er dan nodig?
    • Zorgvernieuwing

      Zorgvernieuwing is een bepaalde visie op hoe de zorg georganiseerd zou moeten worden.
      Zorgvernieuwing heeft als doelstelling dat elke persoon met een handicap over de zorg en ondersteuning beschikt die hij wenst en nodig heeft om als volwaardige burger deel te nemen aan de samenleving. Om deze doelstelling te bereiken, probeert men de huidige aanbodgestuurde zorg en ondersteuning om te zetten in vraaggestuurde ondersteuning. Een voorbeeld van zorgvernieuwing is het creëren van nieuwe ondersteuningsmogelijkheden die beter aansluiten bij de ondersteuningsvragen van de ondersteuningsvragers.
    • Zorgvorm

      (oude term)
      Een zorgvorm of ondersteuningsvorm is een vorm van begeleiding, opvang en ondersteuning voor volwassen personen met een handicap. Zorgvormen zijn erkend en betaald door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
    • Zorgvraag

      Zie ondersteuningsvraag. .

    • Zorgvraagregistratie

      Zorgvraagregistratie is het hele proces waarbij kandidaat-ondersteuningsvragers zich inschrijven en een ondersteuningsvraag stellen bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (meerderjarigen) en bij de Intersectorale Toegangspoort binnen de jeugdhulp (minderjarigen) . Dit gebeurt door de ondersteuningsvrager en zijn ondersteuningsvraag op te nemen in een centrale databank binnen het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap of binnen de Jeugdhulp. 

    • Zorgvrager of ondersteuningsvrager

      De persoon met een handicap met een (geregis­treerde) zorgvraag.

    • Zorgzwaarte

      De zorgzwaarte is de hoeveelheid ondersteuning en/of zorg in het dagelijkse leven van personen met een handicap die nodig is.
    • Zorgzwaarte-instrument (ZZI)

      Het zorgzwaarte-instrument bepaalt voor volwassen personen met een handicap zo nauwkeurig mogelijk  hoeveel ondersteuning zij nodig hebben. Het zorgzwaarte-instrument bestaat uit een aantal vragenlijsten. Een multidisciplinair team neemt deze vragenlijsten af. Er zijn drie waarden die samen de zorgzwaarte van een persoon met handicap bepalen:
      • een inschatting van hoeveel begeleiding nodig is (B-waarde);
      • een inschatting van hoeveel permanentie of toezicht er tijdens de dag nodig is (P-waarde);
      • een inschatting van hoeveel permanentie of ondersteuning er tijdens de nacht nodig is (N-waarde).

De inhoud van deze Woordenlijst werd met grote zorgvuldigheid samengesteld en voor het laatst geactualiseerd in juni 2017. Door de snelle evoluties binnen de sector van personen met een handicap kan bepaalde informatie onjuist of onvolledig zijn. Voor mogelijke foutieve informatie in deze publicatie kan het VGPH geen aansprakelijkheid aanvaarden.